wetzoeker

2.1.2. PUR-voorgangers en hun taken Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Oorlogsgetroffenen vanaf 1947 (Pensioen- en Uitkeringsraad en taakvoorgangers)

Deze paragraaf bevat een kort overzicht van de verschillende instanties die in de PUR zijn opgegaan en hun takenpakketten. Een uitgebreidere beschrijving ervan is terug te vinden in het Rapport Institutioneel Onderzoek Oorlog duurt een leven lang.

Buitengewone Pensioenraad

Oorspronkelijk als buitengewone afdeling van de Pensioenraad, later als zelfstandig bestuursorgaan.

1947–1990

Uitvoering van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945 (Wbp), met inschakeling van Stichting 1940–1945. Betalingen ook door Stichting 1940–1945.

1957–1990

Uitvoering van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers 1940–1945, tot 1960 onder het ministerie van Verkeer en Waterstaat (DG Scheepvaart) (1947–1960). Bevoegdheid vanaf 1960 bij de Buitengewone Pensioenraad.

1986–1990

Beslissingsbevoegdheid van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet.

Uitbetalingen door ABP. Verificatieonderzoeken door ABP, in opdracht van Stichting Pelita (tot 1990).

Uitkeringsraad

Zelfstandig bestuursorgaan.

1973–1990

Verantwoordelijkheid en uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945, met inschakeling van Stichting Pelita, Stichting Joods Maatschappelijk Werk en Stichting 1940–1945. Uitbetaling van 1973 tot 1983 door Stichting 1940–1945, daarna door ABP.

De regelingen die voorafgingen aan de Wuv, te weten de Rijksgroepregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945 (aanvulling 1968) en de Rijksgroepsregeling Vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (1971), werden uitgevoerd door gemeenten.

Raad uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers

Zelfstandig bestuursorgaan.

1984–1990

Verantwoordelijkheid en uitvoering van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945.

De regelingen die voorafgingen aan de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 (Regeling nopens de geldelijke verzorging der oorlogsslachtoffers (1944), omgezet in Regeling Hulpverlening Oorlogsslachtoffers (1950), voortgezet in de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945 (1961)), werden uitgevoerd door gemeenten. In 1965 werd de hulpverlening aan oorlogsslachtoffers in het bijstandsrecht ingebracht.

Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (1966–1990)

Het ABP is niet te beschouwen als zelfstandige actor in de zin van de PIVOT-methodiek. Het voerde onder verantwoordelijkheid van andere instanties de volgende taken uit ten aanzien van de uitvoering van de wetten voor oorlogsgetroffenen:

– berekening en betaling van uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (vanaf augustus 1983; overgenomen van Stichting 1940–1945); tevens zorgdragen voor het opstellen van geneeskundige adviezen;

– sociale rapportage in het kader van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945; later overgenomen door Stichting Burger Oorlogsgetroffenen (opgegaan in Stichting 1940–1945), Stichting 1940–1945 en (incidenteel) Stichting Joods Maatschappelijk Werk;

– berekening en betaling van uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 (vanaf 1984); tevens zorgdragen voor het opstellen van geneeskundige adviezen;

– berekening en betaling van uitkeringen op grond van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet.

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Oorlogsgetroffenen vanaf 1947 (Pensioen- en Uitkeringsraad en taakvoorgangers)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
21-04-2006
BWB-id
BWBR0019717
Versie
2006-04-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl