wetzoeker

3. Actoren op het beleidsterrein cultuurbeheer (deel 1) Vaststellingsbesluit selectielijst beleidsterrein Cultuurbeheer 1945–2000 (Nationale Ombudsman)

Adviescommissie beoordeling aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen

De Adviescommissie beoordeling aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen adviseert de Minister van Financiën omtrent verzoeken voor kwijtschelding van successierechten indien kunstvoorwerpen worden overgedragen aan de Staat. Deze verzoeken worden door een (rijks)museale instelling ingediend.

De commissie is per 1 januari 1997 ingesteld op basis van Wijziging van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 en valt onder de Minister van Financiën. De commissie is gevestigd te Den Haag. Zij bestaat uit 3 leden, waarvan één de voorzitter is. Deze leden worden bij Kb benoemd en worden voorgedragen door de Minister van Financiën en de Minister van Cultuur. De vergaderingen van de Adviescommissie beoordeling aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen worden bijgewoond door het hoofd van het ICN, die een raadgevende stem heeft.

Adviescommissie van de Rijksdienst Beeldende Kunst

De taak van deze commissie (1985–1996) was het adviseren van de Minister van Cultuur bij het beslissen over de toekenning van de subsidie aan een (rijks)museale instelling voor de aankoop van een kunstwerk. Haar taak werd geregeld in de Tijdelijke aankoopsubsidieregeling moderne beeldende kunst ten behoeve van musea (Stb. 1985/104) en de Tijdelijke aankoopsubsidieregeling moderne beeldende kunst ten behoeve van kunstmusea (Stb. 1989/141). Zij was gevestigd in Den Haag.

Adviescommissie Wet tot behoud van cultuurbezit

In 1997 werd de Adviescommissie Wet tot behoud van cultuurbezit ingesteld op basis van de Kaderwet adviescolleges (Stb. 1996/378). Deze commissie had als taak het aanbevelen van mogelijke bijstellingen van de Wet tot behoud van cultuurbezit. Zij voerde haar taak uit op basis van een evaluatie van de werking van de Wet tot behoud van cultuurbezit en op basis van verkenningen binnen de sector van het cultureel erfgoed. Hoewel de Raad voor Cultuur het adviescollege voor het cultuurbeleid is, is destijds besloten de evaluatie en herziening van Wet tot behoud van cultuurbezit door een onafhankelijke commissie te laten doen, omdat de Raad voor cultuur ook onder deze wet valt en hij zich anders zelf zou moeten beoordelen.

De adviestaak van de commissie was eenmalig en tijdelijk. Haar eindrapport zou voor 1 juli 1998 aan de Minister van Cultuur moeten worden uitgebracht. In 1998 werd deze datum verlengd tot 1 januari 1999. Daarna is de commissie opgeheven en zijn de archiefbescheiden overgebracht naar het Ministerie waaronder het cultuurbeheer valt.

5 Inmiddels heeft de Staatssecretaris op 19 juli 2000 een brief ‘Evaluatie van de Wet tot behoud van cultuurbezit’ aan de Tweede Kamer gestuurd.

Deze commissie was gevestigd in Amsterdam.

Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds

De Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten verplichtte het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds tot overdracht van een deel van het vermogen aan aan de instelling die de taken van het ABP overnam. De overdrachtssom werd bepaald op grond van de aanspraken op ouderdomspensioen die ten behoeve van de personeelsleden waren opgebouwd.

Algemene rijksarchivaris

Aan het hoofd van de Rijksarchiefdienst (RAD) staat de algemene rijksarchivaris. Deze dienst heeft als taken:

– het beheer van de in de rijksarchiefbewaarplaatsen berustende archiefbescheiden. De dienst zorgt ervoor dat de archieven in goede, geordende en toegankelijke staat bewaard blijven.

– het toezicht op het beheer van de niet overgebrachte archiefbescheiden van de Hoge Colleges van Staat, het Kabinet der Koningin, de ministeries en de overheidsorganen bedoeld in art. 38 Archiefwet 1962 resp. art. 41 Archiefwet 1995.

– het verrichten van door de Minister van Cultuur opgedragen taken.

Archiefraad

Met de invoering van de Archiefwet 1962 in 1968 werd de Archiefraad ingesteld. Deze had als taken:

– het desgevraagd of uit eigen beweging geven van voorlichting aan de Minister van Cultuur betreffende het archiefwezen

– het verrichten van werkzaamheden die door de Minister van Cultuur zijn opgedragen.

In 1990 ging de Archiefraad op in de Raad voor het Cultuurbeheer, later de raad voor Cultuur. De raad was gevestigd te Den Haag.

Arrondissementsbank Den Haag

De Arrondissementsbank Den Haag speelt een rol bij alle geschillen inzake voorwerpen die onder de Wet tot behoud cultuurbezit vallen. Hiervoor wordt advies ingewonnen van deskundigen.

Beheerder van een rijksarchiefbewaarplaats

6 . In de archiefwetgeving wordt doorgaans gesproken van beheerder van een archiefbewaarplaats. Aangezien in dit onderzoek alleen de Rijksarchieven worden besproken wordt de omschrijving beheerder van een rijksarchiefbewaarplaats gehanteerd.

In dit onderzoek worden hiermee de algemene rijksarchivaris (als beheerder van de algemene rijksarchiefbewaarplaats) en de rijksarchivarissen in de provincie bedoeld. De beheerder van een rijksarchiefbewaarplaats zorgt ervoor dat de archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat gebracht en bewaard worden en stelt ze beschikbaar aan onderzoekers. De Minister van Cultuur draagt als zorgdrager de bestuurlijke eindverantwoordelijkheid voor de rijksarchieven.

Benoemingen-adviescommissie leden Raad voor cultuur

Bij de instelling van de Raad voor cultuur verzocht de Minister van Cultuur de benoemingen-adviescommissie leden Raad voor cultuur hem eenmalig te adviseren over de omvang en de samenstelling van de Raad voor cultuur of van commissies van de Raad voor cultuur. Daarna is deze adviestaak overgenomen door de Raad voor cultuur voor de periode 1995 tot 1997. Per 20 november 1996 is de benoemingen-adviescommissie leden Raad voor cultuur wederom ingesteld met als taak het adviseren van de Minister van Cultuur over de omvang en de samenstelling van de Raad voor cultuur en zijn commissies. De commissie is gevestigd in Den Haag.

Bezwarencommissie verzelfstandiging rijksmuseale diensten

Deze in 1993 ingestelde commissie adviseerde de Minister van Cultuur inzake bezwaren tegen de verzelfstandiging van de rijksmusea.

College van beroep voor de examens archivistiek A en B

Op grond van het Tijdelijk examenreglement archivistiek (1996) was dit college bevoegd te beslissen op het beroep van een afgewezen kandidaat tegen het besluit van de examencommissie.

Commissie (normen objecten van culturele waarde)

7 Er wordt in de regelgeving geen nadere aanduiding voor deze commissie gegeven. De aanduiding tussen haakjes is op eigen initiatief toegevoegd voor de duidelijkheid.

Op basis van de Regeling zorg voor objecten van culturele waarde van het Rijk (Stcrt. 1985/34) zou een commissie worden ingesteld die de Minister van Cultuur zou moeten adviseren over de normen die in acht genomen moesten worden bij de aanwijzing van objecten van (bijzondere) culturele waarde. Daarnaast zou deze commissie de Minister van Cultuur en het hoofd van de RBK adviseren over andere zaken inzake objecten van culturele waarde. Deze commissie heeft echter nooit gefunctioneerd.

8 Uit: interview met het Hoofd van de Inspectie Cultuurbezit, mevr. Ch. E. Rappart-Boon, dd. 13 juni 2000.

Commissie Nota Archiefbeleid

De Commissie Nota Archiefbeleid werd in 1976 ingesteld door de Directeur-Generaal voor Culturele Zaken van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. De opdracht aan de commissie luidde: een nota samen te stellen voor het toekomstig beleid van de rijksoverheid ten aanzien van het archiefwezen, die zou kunnen resulteren in een principiële herziening van de Archiefwet 1962 en het Archiefbesluit. De commissie stelde tal van subcommissies in voor deelstudies. Het werk van de commissie resulteerde in 1982 tenslotte in de Discussienota Archiefbeleid.

Commissie van bijstand Rijksdienst beeldende kunst

9 Dit is een andere commissie als vermeld in de Regeling zorg voor objecten van culturele waarde van het Rijk (Stcrt. 1985/34).

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijst beleidsterrein Cultuurbeheer 1945–2000 (Nationale Ombudsman)
Soort
KB
Geldend vanaf
20-04-2006
BWB-id
BWBR0019664
Versie
2006-04-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl