wetzoeker

Aanwijzingsbesluit afwijkend gebruik frequentieruimte Justitie

Aanwijzing van de Minister van Justitie van 16 februari 2006, op grond van artikel 8 Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte Justitie

Soort
Circulaire
Geldend vanaf
21-02-2006
Rechtsgebied
Informatierecht, Telecomrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0019576
Versie
2006-02-21_0
SHA-256 bron
c8d7d9480796067af503048d2774bb89ae2262dae37587ac89acc334594f199e

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Tekst

De Minister van Justitie besluit, gelet op artikel 8 van de Regeling van de Minister van Economische Zaken, houdende regels ter zake vrijstelling van het toestemmingsvereiste ex artikel 3.10, eerste lid, van de Telecommunicatiewet (Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte Justitie), het volgende document aan te wijzen:

– een verklaring van de Politieacademie waaruit blijkt dat de desbetreffende opsporingsambtenaar voldoende kennis heeft van de juridische, technische en operationele aspecten van het gebruik van de apparatuur waarmee een afwijkend gebruik van de frequentieruimte kan plaatsvinden.

Deze aanwijzing treedt in werking met ingang van de dag waarop deze wordt geplaatst in de Staatscourant.