wetzoeker

Artikel 8 Uitvoeringswet internationale kinderbescherming

Taak en bevoegdheden van de centrale autoriteit

1 Indien de centrale autoriteit voor het vinden van de verblijfplaats van een kind in Nederland medewerking behoeft van dienaren van de openbare macht, kan zij zich voor het verkrijgen daarvan wenden tot de officier van justitie in het arrondissement waar het kind vermoedelijk verblijft, of anders in het arrondissement Den Haag. De officier van justitie kan de zaak overeenkomstig door hem te geven aanwijzingen overdragen aan een officier van justitie in een ander arrondissement, indien de opsporing vermoedelijk in dat arrondissement moet geschieden.

2 De in het eerste lid bedoelde officier van justitie behandelt een verzoek om medewerking van de centrale autoriteit met voorrang.

3 De ambtenaar van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die is aangewezen om zijn medewerking te verlenen aan de opsporing van de verblijfplaats van een kind, mag daartoe elke plaats betreden, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van die taak nodig is.

Regeling
Uitvoeringswet internationale kinderbescherming
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-10-2022
BWB-id
BWBR0019574
Versie
2022-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl