wetzoeker

Artikel 6 Regeling vrijstelling verplichtingen sociale zekerheidswetten

1 Van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, van de WW, 15, onderdelen b tot en met e, van de IOW, 30, eerste lid, van de ZW of 30, eerste lid, van de Wet WIA, is vrijgesteld, de uitkeringsgerechtigde die een naar het oordeel van het UWV noodzakelijke opleiding of scholing volgt.

2 De in het eerste lid bedoelde vrijstelling eindigt twee maanden voor het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde opleiding of scholing naar verwachting zal eindigen, tenzij de scholing, blijkens een intentieverklaring van de toekomstige werkgever, een reëel uitzicht geeft op een op de scholing aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang dan de scholing en met een duur van ten minste zes maanden.

3 De uitkeringsgerechtigde die werkzaamheden verricht op een proefplaats als bedoeld in artikel 76a van de WW, artikel 52e van de ZW of artikel 37 van de Wet WIA, is vrijgesteld van de verplichtingen, bedoeld in de artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, van de WW, 30, eerste lid, van de ZW, of 30, eerste lid, van de Wet WIA, voorzover het andere werkzaamheden betreft dan die op de proefplaats.

Regeling
Regeling vrijstelling verplichtingen sociale zekerheidswetten
Afkortingen
Rvv szw
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-09-2020
BWB-id
BWBR0019305
Versie
2020-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl