wetzoeker

Besluit tijdelijke herindeling ministeriële taken in geval van een terroristische dreiging met een urgent karakter

Besluit van 14 december 2005, houdende tijdelijke herindeling van ministeriële taken in geval van een terroristische dreiging met een urgent karakter

Soort
KB
Geldend vanaf
01-01-2024
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Algemene Zaken
BWB-id
BWBR0019262
Versie
2024-01-01_0
SHA-256 bron
17d91c35dd7e0ff420cfb3072a72f9f28e3072b8f1b856ef3966dafdada064b0

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 3a
  5. Artikel 4
  6. Bijlage — bedoeld in artikel 1 van het Besluit, houdende tijdelijke herindeling van ministeriële taken in geval van een terroristische dreiging met een urgent karakter

Artikel 1

Onze Minister van Veiligheid en Justitie is belast met de taken en de uitoefening van de daaruit voortvloeiende bevoegdheden die ingevolge de in de bijlage bij dit besluit genoemde bepalingen toekomen aan een andere minister, voorzover de onverwijlde uitoefening daarvan noodzakelijk is om maatregelen te nemen ter voorkoming van een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht of om op voorhand de gevolgen daarvan te beperken en indien overleg of overeenstemming over die maatregelen tussen Onze Minister van Veiligheid en Justitie en die andere minister niet mogelijk is binnen de beschikbare tijd.

Artikel 2

1 Onze Minister van Veiligheid en Justitie stelt Onze Minister-President en Onze Minister wie het aangaat onverwijld in kennis van zijn voornemen artikel 1 toe te passen.

2 Indien de beschikbare tijd waarbinnen de maatregelen genomen moeten worden toepassing van het eerste lid niet toelaat, stelt Onze Minister van Veiligheid en Justitie, onverwijld nadat hij de maatregelen heeft genomen, Onze Minister-President en Onze Minister wie het aangaat daarvan in kennis.

3 Zodra de omstandigheden dit toelaten, beëindigt Onze Minister van Veiligheid en Justitie de toepassing van artikel 1 en stelt hij Onze Minister-President en Onze Minister wie het aangaat daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 3

In voorkomende gevallen oefent Onze Minister van Veiligheid en Justitie bevoegdheden op grond van artikel 1 uit in overeenstemming met de beslissingen van de ministerraad of de ministeriële commissie Crisisbeheersing.

Artikel 3a

Wijzigt dit besluit.

Artikel 4

1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

2 Dit besluit vervalt op het tijdstip waarop een wet, houdende regeling van de bevoegdheid van Onze Minister van Veiligheid en Justitie om maatregelen te nemen ter voorkoming van een terroristisch misdrijf, of om op voorhand de gevolgen daarvan te beperken, in werking treedt.

Bijlage — bedoeld in artikel 1 van het Besluit, houdende tijdelijke herindeling van ministeriële taken in geval van een terroristische dreiging met een urgent karakter

Bijlage — bedoeld in artikel 1 van het Besluit, houdende tijdelijke herindeling van ministeriële taken in geval van een terroristische dreiging met een urgent karakter

1. Artikel 5 van de Havenbeveiligingswet.

2. De artikelen 42, 43a, eerste lid, 46, eerste lid, 47 en 48, eerste en tweede lid, van de Kernenergiewet.

3. Artikel 67 van de Postwet 2009.

4. De artikelen 14.1 en 18.9, eerste en tweede lid, van de Telecommunicatiewet.

5. Artikel 2 van de Uitvoeringswet verdrag biologische wapens.

6. De artikelen 3, derde lid, 48, tweede lid, 59, eerste lid, 62, tweede lid, en 63, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

7. De artikelen 21, eerste en tweede lid, 32l, eerste en derde lid, en 32m van de Warenwet.

8. Artikel 23 van de Drinkwaterwet.

9. Artikel 19.16, vierde lid, van de Omgevingswet.

10. De artikelen 5.10, eerste lid, en 9.1 van de Wet luchtvaart.

11. Artikel 17.19 van de Wet milieubeheer.