wetzoeker

3.1.2 — Problemen vanuit de praktijk Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving

Problemen vanuit de praktijk

Vanuit de praktijk hebben mij signalen bereikt dat een strikt vasthouden aan het onder 3.1.1 opgenomen genoemde standpunt tot uitvoeringsproblemen kan leiden. Het gaat daarbij onder meer om de volgende situaties.

a. Een zelfstandig belastingplichtige vennootschap investeert en meldt de investering aan. Na de aanmelding wordt een beschikking ex artikel 15 van de Wet Vpb afgegeven, waarbij de vennootschap als dochtermaatschappij wordt opgenomen in een fiscale eenheid. Daarbij kan eventueel sprake zijn van terugwerkende kracht. De betaling en/of ingebruikname van het bedrijfsmiddel vindt plaats in de periode van de fiscale eenheid.

b. Een investering vindt plaats door een tot een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting behorende dochtermaatschappij. De moedermaatschappij heeft de aanmelding op haar naam verricht. Nadien wordt de fiscale eenheid verbroken en wordt de dochter zelfstandig belastingplichtig. Daarbij kan eventueel sprake zijn van terugwerkende kracht. De betaling en/of ingebruikname van het bedrijfsmiddel vindt plaats in de periode na verbreking van de fiscale eenheid.

c. Na aanmelding van de investering door de moedermaatschappij gaat de tot een fiscale eenheid behorende dochtermaatschappij die de investering feitelijk verricht, behoren tot een andere fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. De betaling en/of ingebruikname van het bedrijfsmiddel vindt plaats in de periode van de nieuwe fiscale eenheid.

Gelet op hetgeen onder ‘Inleiding’ is gesteld, zou onzekerheid kunnen bestaan over de vraag of in de hiervoor genoemde situaties recht bestaat op willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Verder is gebleken dat ook in andere gevallen de aanmelding regelmatig plaatsvindt door de investerende dochter binnen de fiscale eenheid. De gewijzigde toelichting vanaf 1 januari 2003 bij de diverse meldingsformulieren zou daartoe aanleiding hebben kunnen geven. Bij een strikte toepassing van mijn standpunt zoals vermeld in de inleiding zou in al deze gevallen de faciliteit moeten worden geweigerd. Te meer nu het gaat om investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen acht ik het ongewenst dat in situaties zoals hiervoor genoemd het recht op willekeurige afschrijving milieu-investeringen zou vervallen.

Regeling
Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
07-12-2005
BWB-id
BWBR0019185
Versie
2005-12-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl