wetzoeker

1 — Inleiding Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Inleiding

Overheid en bedrijfsleven willen de naleving rond de bemonstering van vaste mest versterken en de fraudemogelijkheden verkleinen. Een representatief monster geeft informatie over de samenstelling van de vracht vaste mest. De objectiviteit van de monsterneming wordt verbeterd door het monster te laten nemen onder de verantwoordelijkheid van een onafhankelijke en deskundige organisatie. Dit wordt geborgd doordat alleen organisaties die door de Minister zijn erkend deze activiteiten mogen verrichten.

Voor het aantonen dat de organisaties onafhankelijk en deskundig zijn wordt gebruik gemaakt van accreditatie. Accreditatie gaat uit van vertrouwen en is gebaseerd op internationale en Europees geharmoniseerde normen, met indien van toepassing aanvullende eisen. Gezien de behoefte de kwaliteit en de vergelijkbaarheid (herhaalbaarheid) van de monsterneming van vaste dierlijke mest op langere termijn te waarborgen, zijn in het accreditatieprogramma eisen en voorwaarden opgenomen.

Het accreditatieprogramma bevat:

– De algemene accreditatie-eisen en de toelatingsprocedure;

– De wijze van bemonsteren;

– Organisatie, registratie en controle van de monstername door de monsternemende organisatie;

– Beschrijving van het beheerssysteem waarmee de kwaliteit van de geaccrediteerde organisatie geborgd is, waaronder periodieke beoordelingen door de Raad voor Accreditatie (hierna: RvA);

– Organisatie van controle en toezicht door de NVWA.

Definities:

1. Greep: een hoeveelheid materiaal die bij de monstername in één handeling uit de vracht is genomen (bijvoorbeeld één schep, boorsteek, handgreep);

2. Mestdeeltje: Vaste of aan elkaar geklonterde delen in de mest die door de bemonsteringsinstrumenten niet (kunnen) worden doorsneden;

3. Bemonsteringspunt: plaats in de vracht waar een greep genomen wordt;

4. Monster vaste mest: de hoeveelheid materiaal die ontstaat doordat meerdere grepen worden samengevoegd en gemengd. De identiteit van de oorspronkelijke grepen gaat door die menging verloren;

5. Laboratoriummonster: een monster dat naar het laboratorium wordt verzonden. Het laboratoriummonster ontstaat na verkleining van het monster vaste mest tot de vereiste omvang. De monsterverpakking van het laboratoriummonster heeft een minimale inhoud van 750 milliliter (bijlage E, onderdeel B van de regeling). Het gewicht van het laboratoriummonster is conform de artikelen 78h en 78i, tweede lid van de regeling. Het laboratoriummonster is het finale monster vanuit het standpunt van de monstername maar is het initiële monster vanuit het standpunt van analyse door het laboratorium;

6. Mengen: het combineren van componenten, deeltjes of lagen van (grepen van) mestmateriaal tot een meer homogene toestand;

7. Mestopslag: plaats waar vaste mest wordt opgeslagen. Dit kan gaan over een mesthoop, container, loods, big bag of laadeenheid van een vrachtwagen;

8. Transportsysteem: Transportband of vijzel of vergelijkbaar systeem, bedoeld voor het verplaatsen van vaste mest binnen een locatie;

9. Benodigdheden van een monsternemer: de middelen die een monsternemer nodig heeft om de monstername te kunnen uitvoeren conform onderhavig accreditatieprogramma.

Regeling
Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0018989
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl