wetzoeker

Tabel IB — Excretieforfaits en stikstofcorrectie biologisch gehouden dieren, behorende bij de artikelen 36, 43, 73, 74a en 96 (deel 1) Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Excretieforfaits en stikstofcorrectie biologisch gehouden dieren, behorende bij de artikelen 36, 43, 73, 74a en 96

De stikstofexcreties van staldieren moeten berekend worden conform de stalbalans. In deze tabel zijn voor staldieren wel excretieforfaits opgenomen als hulpmiddel om te bepalen of gebruik gemaakt kan worden van artikel 43.

In deel 2 van deze tabel wordt verstaan onder:

– dekberen: jonge, nog niet dekrijpe beren en zoekberen;

– fokzeugen: varkens die ten minste eenmaal gedekt of geïnsemineerd zijn, waaronder guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen en zeugen waarvan de biggen gespeend zijn;

– hennen en hanen van legrassen: hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren;

– melk- en kalfkoeien: koeien die ten minste eenmaal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden, waaronder koeien die droog gezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken;

– opfokberen: jonge, nog niet dekrijpe beren die worden aangehouden voor de fokkerij;

– opfokhennen en -hanen van legrassen: opfokhennen en -hanen voor de vervanging van hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren;

– opfokhennen en -hanen van vleesrassen: opfokhennen en – hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen;

– opfokkonijnen: jonge, nog niet dekrijpe konijnen die worden aangehouden voor de fokkerij;

– opfokzeugen: jonge zeugen die nooit gedekt of geïnsemineerd zijn die worden gehouden voor de fokkerij;

– slachtzeugen: zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest;

– stieren voor de fokkerij: stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee;

– voedsters: vrouwelijke konijnen die die ten minste eenmaal zijn gedekt;

– vleeskuikens: kuikens die voor de slacht worden afgeleverd;

– vrouwelijk jongvee: alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden, waaronder drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd;

– weide- en zoogkoeien: koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid.

Deel 1

Diersoort of diercategorie | Diernummer | Stalsysteem | A Excretie per dier in de periode van 1 augustus tot 1 maart in m3 | B Excretie per dier per jaar in kg stikstof. Bij het ontbreken van een waarde zie deel 2 of indien betreffende diercategorie daarin ontbreekt tabel IA, kolom B | C Excretie per dier per jaar in kg fosfaat | D Stikstofcorrectie per dier per jaar in kg

Bos Taurus (rund) | 10

Melk- en kalfkoeien, te weten koeien die ten minste éénmaal hebben gekalfd en die worden gehouden voor de productie van melk voor menselijke consumptie of verwerking of voor de fokkerij van runderen voor de melkveehouderij, ook als ze: – drooggezet zijn om een kalf te krijgen, of – worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken. | 100 | Drijfmest | Zie tabel IIA | Zie tabel IIA | Zie tabel IIA | –

Vaste mest | Zie tabel IIB | Zie tabel IIB | Zie tabel IIB | –

Jongvee jonger dan 1 jaar voor de melkveehouderij, waaronder alle kalveren van melk- en kalfkoeien van 0 tot ten minste 14 dagen, en vrouwelijk jongvee jonger dan 1 jaar dat later een kalf krijgt voor de vleesveehouderij of dat bestemd is om een kalf te krijgen voor de vleesveehouderij | 101 | drijfmest | 4,4 | | 9,6 | –

vaste mest | 2,2 | | 9,6 | –

Vrouwelijk jongvee van 1 jaar en ouder voor de melkveehouderij en vrouwelijk jongvee van 1 jaar en ouder dat later een kalf krijgt voor de vleesveehouderij of dat bestemd is om een kalf te krijgen voor de vleesveehouderij | 102 | drijfmest | 9,5 | | 21,9 | –

vaste mest | 4,7 | | 21,9 | –

Fokstieren (stieren van 1 jaar en ouder voor de fokkerij van runderen voor de melkvee- of vleesveehouderij) | 104 | drijfmest | 10,0 | | 25,9 | –

vaste mest | 6,3 | | 25,9

Startkalveren voor rosévlees of roodvlees (kalveren van ca. 14 dagen tot ca. 3 maanden die op gespecialiseerde bedrijven worden gehouden en vervolgens op een bedrijf als rosévleeskalf dan wel roodvleesstier worden gehouden) | 115 | alle | 1,2 | | 3,4 | –

Rosévleeskalveren van ca. 3 maanden tot ca. 8 maanden (kalveren van ca. 3 maanden en ouder die hiervoor zijn gehouden als startkalf, gehouden worden op een rantsoen van melk en andere voeders en op een leeftijd van ca. 8 maanden worden geslacht) | 116 | alle | 3,3 | | 9,4 | –

Rosévleeskalveren van ca. 14 dagen tot ca. 8 maanden (kalveren van ca. 14 dagen en ouder die gehouden worden op een rantsoen van melk en andere voeders en op een leeftijd van ca. 8 maanden worden geslacht) | 117 | alle | 2,6 | | 7,6 | –

Weide- en zoogkoeien (koeien die ten minste eenmaal hebben gekalfd niet zijnde melk- en kalfkoeien) | 120 | drijfmest | 11,2 | | 26,9 | –

vaste mest | 5,3 | | 26,9 | –

Roodvleesstieren van ca. 3 maanden tot de slacht (inclusief ossen en vrouwelijke dieren die op de dezelfde wijze worden gemest) | 122 | drijfmest | 4,2 | | 9,7 | –

vaste mest | 2,2 | | 9,7 | –

Ovis Aries (Schaap) | 55

Schapen voor de vlees- en melkproductie (alle vrouwelijke schapen die ten minste eenmaal hebben gelammerd, inclusief alle schapen tot ca. 4 maanden, voor zover gehouden op het bedrijf waar deze schapen geboren zijn en rammen) | 550 | alle | 0,6 | | 3,3 | –

Vleesschapen tot ca. 4 maanden, gehouden op bedrijven waar ze niet zijn geboren | 551 | alle | 0,1 | | 0,3 | –

Opfokooien, weideschapen en vleesschapen van ca. 4 maanden en ouder | 552 | alle | 0,4 | | 2,2 | –

Capra hircus (geit) | 60

Melkgeiten (alle vrouwelijke geiten die ten minste eenmaal hebben gelammerd, inclusief pasgeboren lammeren en geslachtsrijpe bokken) | 600 | alle | 0,8 | | 4,4 | –

Opfokgeiten en vleesgeiten tot ca. 4 maanden | 601 | alle | | 0,1 | 0,3 | –

Opfokgeiten van ca. 4 maanden en ouder | 602 | alle | | 0,5 | 2,6 | –

Sus scrofa (Varken) | 40

Fokzeugen waarvan de gespeende biggen op een ander bedrijf worden gehouden (ten minste eenmaal gedekte of geïnsemineerde zeugen, guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn en waarvan de gespeende biggen aan een ander bedrijf worden geleverd). | 400 | vaste mest, emissiearm | 1,03 | | – | –

vaste mest, overig | 1,03 | | – | –

drijfmest, emissiearm | 1,40 | | – | –

drijfmest, overig | 1,40 | | – | –

Fokzeugen inclusief biggen tot een gewicht van 25 kg (ten minste éénmaal gedekte of geïnsemineerde zeugen, guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg. | 401 | vaste mest, emissiearm | 2,00 | | – | –

vaste mest, overig | 2,00 | | – | –

drijfmest, emissiearm | 2,50 | | – | –

drijfmest, overig | 2,50 | | – | –

Opfokzeugen en -beren van ca. 25 kg tot geslachtsrijpheid | 404 | vaste mest, emissiearm | 0,81 | | – | –

vaste mest, overig | 0,81 | | – | –

drijfmest, emissiearm | 0,91 | | – | –

drijfmest, overig | 0,91 | | – | –

Dekberen en zoekberen, geslachtsrijp | 406 | vaste mest, emissiearm | 1,30 | | – | –

vaste mest, overig | 1,30 | | – | –

drijfmest, emissiearm | 1,80 | | – | –

drijfmest, overig | 1,80 | | – | –

Gespeende biggen tot ca 25 kg zonder moederdier op eigen bedrijf | 407 | vaste mest, emissiearm | 0,25 | | – | -

vaste mest, overig | 0,25 | | – | -

drijfmest, emissiearm | 0,30 | | – | –

drijfmest, overig | 0,30 | | – | –

Vleesvarkens | 411 | vaste mest, emissiearm | 0,71 | | – | –

vaste mest, overig | 0,71 | | – | –

drijfmest, emissiearm | 0,75 | | – | –

drijfmest, overig | 0,75 | | – | –

Gallus gallus (Kip) | 30

Leghennen en (groot)ouderdieren jonger dan 18 weken | 300 | volièrestal | 0,009 | | – | –

overige mestbanden | 0,007 | | – | –

overig | 0,007 | | – | –

Leghennen en (groot)ouderdieren 18 weken en ouder | 301 | volièrestal | 0,018 | | – | –

overige mestbanden | 0,014 | | – | –

overig | 0,015 | | – | –

Vleeskuikens (kippen die worden gehouden voor de slacht) | 312 | emissiearm | 0,011 | | – | –

overig | 0,011 | | – | –

Deel 2

Diersoorten | Onderscheiden categorieën binnen de diersoorten | Excretie per dier per jaar in kg stikstof

Regeling
Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0018989
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl