wetzoeker

Artikel 110e Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Voorwaarden toepasselijkheid uitzondering op uitbreidingsverbod fosfaatrechten voor jongvee zoogkoeienhouderij

1 Indien een landbouwer heeft gemeld dat hij met zijn bedrijf gebruik wil maken van de uitzondering en nadien een fosfaatrecht op grond van artikel 23, derde tot en met zesde en negende lid, van de wet ten aanzien van het bedrijf wordt vastgesteld, is hij slechts uitgezonderd indien onverwijld een kennisgeving van het met onmiddellijke ingang vervallen van dit fosfaatrecht wordt geregistreerd overeenkomstig artikel 31, tweede lid, van de wet.

2 Indien een landbouwer heeft gemeld dat hij met zijn bedrijf gebruik wil maken van de uitzondering en nadien een hoger fosfaatrecht op grond van artikel 23, derde tot en met zesde en negende lid, van de wet ten aanzien van het bedrijf wordt vastgesteld dan voor die melding was vastgesteld, is hij slechts uitgezonderd indien onverwijld een kennisgeving van het met onmiddellijke ingang vervallen van deze verhoging wordt geregistreerd overeenkomstig artikel 31, tweede lid, van de wet.

3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een fosfaatrecht dat wordt vastgesteld ten aanzien van een ander bedrijf waarvan de landbouwer bestuurder is.

Regeling
Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0018989
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl