wetzoeker

Artikel 139 Wet verplichte beroepspensioenregeling

Financieel toetsingskader inzake beroepspensioenfondsen

1 Bij algemene maatregel van bestuur worden, ten behoeve van de berekeningen noodzakelijk voor de uitvoering van een beroepspensioenregeling, regels gesteld over:

a. het minimale percentage van het gemiddelde loon- of prijsindexcijfer;

b. het maximaal te hanteren gemiddelde rendement op vastrentende waarden;

c. de maximaal te hanteren risicopremies op onder andere aandelen en onroerend goed; en

d. een uniforme set met economische scenario’s.

2 De in het eerste lid bedoelde regels worden uiterlijk iedere vijf jaren getoetst, rekening houdend met financieel-economische ontwikkelingen in het verleden en realistische inzichten ten aanzien van toekomstige financieel-economische verwachtingen.

3 Ten behoeve van de toetsing, bedoeld in het tweede lid, stelt Onze Minister een commissie in met toepassing van artikel 6 van de Kaderwet adviescolleges. Onze Minister kan tevens het oordeel van de commissie vragen over de toepassing van de rentetermijnstructuur bij rentes met een lange looptijd.

4 De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Regeling
Wet verplichte beroepspensioenregeling
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0018831
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl