wetzoeker

Spellingwet

Wet van 15 september 2005, houdende regels over de verplichting om bij de overheidsorganen, bij de uit de openbare kas bekostigde onderwijsinstellingen, alsmede bij de examens waarvoor wettelijke voorschriften zijn vastgesteld, de schrijfwijze van de Nederlandse taal te volgen, waartoe de Nederlandse Taalunie beslist (Spellingwet)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2021
Rechtsgebied
Cultureel recht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0018784
Versie
2021-07-01_0
SHA-256 bron
1104587a27f1d05213124e39b2ac48aa247875b0186b500c33ef2d24c3fb35f2

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 1a
  3. Artikel 2
  4. Artikel 3
  5. Artikel 4
  6. Artikel 5
  7. Artikel 6
  8. Artikel 7

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

a. Comité van Ministers: het orgaan, bedoeld in artikel 6, onder a, van het op 9 september 1980 tot stand gekomen Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie (Trb. 1980, 147);

b. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 1a

Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 2

1 De schrijfwijze van de Nederlandse taal waartoe het Comité van Ministers beslist, wordt gevolgd bij de overheidsorganen, bij de uit de openbare kas bekostigde onderwijsinstellingen, alsook bij de examens waarvoor wettelijke voorschriften zijn vastgesteld.

2 Onder een overheidsorgaan als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan:

a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of

b. een ander persoon of college met enig openbaar gezag bekleed.

Artikel 3

1 Iedere beslissing van het Comité van Ministers betreffende de schrijfwijze van de Nederlandse taal treedt voor de toepassing van deze wet in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin Onze Minister die beslissing bekendmaakt, tenzij Onze Minister met het oog op de belangen van het onderwijs daarbij een later tijdstip van inwerkingtreding vaststelt.

2 Onze Minister maakt een beslissing als bedoeld in het eerste lid terstond bekend in de Staatscourant.

Artikel 4

1 Op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, geldt als schrijfwijze van de Nederlandse taal de schrijfwijze waartoe het Comité van Ministers op 21 maart 1994, 24 oktober 1994 en 25 september 1995 heeft beslist.

2 Artikel 3 is van overeenkomstige toepassing op een beslissing van het Comité van Ministers betreffende de schrijfwijze van de Nederlandse taal, die na 25 september 1995 maar voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is genomen.

Artikel 5

De wet van 14 februari 1947, houdende voorschriften met betrekking tot de schrijfwijze van de Nederlandsche taal (Stb. H52), wordt ingetrokken.

Artikel 6

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 7

Deze wet wordt aangehaald als: Spellingwet.