Artikel 2.11 Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel
Vakdidactische bekwaamheid, kunde
De leraar is vakdidactisch bekwaam wat betreft kunde indien de leraar of docent ten minste:
a. onderwijs kan voorbereiden, wat betekent dat hij:
1°. doelen kan stellen, leerstof kan selecteren en ordenen;
2°. samenhangende lessen kan uitwerken met passende werkvormen, materialen en media, afgestemd op het niveau en de kenmerken van zijn leerlingen;
3°. passende en betrouwbare toetsen kan kiezen, maken of samenstellen;
b. onderwijs kan uitvoeren en het leren kan organiseren, wat betekent dat hij:
1°. een adequaat klassenmanagement kan realiseren;
2°. aan leerlingen de verwachtingen en leerdoelen duidelijk kan maken en leerlingen kan motiveren om deze te halen;
3°. de leerstof aan zijn leerlingen begrijpelijk en aansprekend kan uitleggen, voordoen hoe ermee gewerkt moet worden en daarbij inspelen op de taalbeheersing en taalontwikkeling van zijn leerlingen;
4°. doelmatig gebruik kan maken van beschikbare digitale leermaterialen en leermiddelen;
5°. de leerlingen met gerichte activiteiten de leerstof kan laten verwerken, daarbij variatie aanbrengen en bij instructie en verwerking differentiëren naar niveau en kenmerken van zijn leerlingen;
6°. de leerling kan begeleiden bij die verwerking, stimulerende vragen stellen en opbouwende gerichte feedback geven op taak en aanpak;
7°. samenwerking, zelfwerkzaamheid en zelfstandigheid stimuleren;
c. onderwijs kan evalueren en ontwikkelen, wat betekent dat hij:
1°. de voortgang kan volgen, de resultaten kan toetsen, analyseren en beoordelen;
2°. feedback kan vragen van leerlingen en deze feedback tezamen met zijn eigen analyse van de voortgang kan gebruiken voor een gericht vervolg van het onderwijsleerproces;
3°. leerproblemen kan signaleren en indien nodig met hulp van collega’s oplossingen kan zoeken of doorverwijzen;
4°. advies kan vragen aan collega’s of andere deskundigen;
5°. weet wanneer en hoe hij advies kan geven;
6°. hierbij gebruik kan maken van methodieken voor professionele consultatie en leren, zoals supervisie en intervisie;
7°. zijn didactische aanpak en handelen kan evalueren, analyseren, bijstellen en ontwikkelen;
8°. kan bijdragen aan pedagogisch-didactische evaluaties in zijn school en deze in afstemming met zijn collega’s kan gebruiken bij de onderwijsontwikkeling in zijn school;
9°. de inhoud en de didactische aanpak van zijn onderwijs kan uitleggen en verantwoorden;
10°. in staat is tot kritische reflectie op zijn eigen pedagogisch-didactisch handelen.
- Regeling
- Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel
- Soort
- AMvB
- Geldend vanaf
- 01-08-2026
- BWB-id
- BWBR0018692
- Versie
- 2026-08-01_0