wetzoeker

§ 3.4.3 — De verklaring van eensluidendheid Circulaire toepassing Herzieningswet Kadasterwet I

De verklaring van eensluidendheid

Indien een stuk, alsmede tekeningen, foto’s en andere stukken die daarvan deel uitmaken, in papieren vorm bij de Dienst wordt aangeboden, dan dient het desbetreffende afschrift van die documenten in papieren vorm voorzien te zijn van een verklaring van eensluidendheid als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Kadasterwet.

De verklaring van eensluidendheid dient te worden gesteld aan de voet van het afschrift en dient de verklaring te bevatten dat het afschrift eensluidend is met het ter inschrijving aangeboden stuk. In de verklaring dienen voorts de naam, de voornamen en de woonplaats met het adres te worden vermeld van degene die de verklaring ondertekent. Indien de verklaring van eensluidendheid ondertekend wordt door een notaris, waarnemend notaris, gerechtsdeurwaarder, griffier dan wel een advocaat of procureur, kan in plaats van de woonplaats met het adres worden vermeld:

a. de benaming van het ambt en de plaats van vestiging van de notaris of de waarnemend notaris, dan wel de gerechtsdeurwaarder;

b. de benaming van het ambt en de standplaats van de griffier, of

c. de benaming van de hoedanigheid van de advocaat of de procureur en de plaats van vestiging van de advocaat of procureur.

Regeling
Circulaire toepassing Herzieningswet Kadasterwet I
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-09-2005
BWB-id
BWBR0018682
Versie
2005-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl