§ 3.3.6 — De equivalentieverklaring Circulaire toepassing Herzieningswet Kadasterwet I
De equivalentieverklaring
Indien een stuk, alsmede een bijlage, in elektronische vorm bij de Dienst wordt aangeboden, dan dient het desbetreffende elektronische afschrift van die documenten voorzien te zijn van een verklaring die inhoudt dat het digitale document een equivalent is van het doorgaans schriftelijke origineel van dat document.
De verklaring, die hierna wordt aangeduid als equivalentieverklaring, wordt op zodanige wijze in het elektronische afschrift opgenomen, dat na omzetting van het desbetreffende elektronische bestand naar een leesbare tekst de verklaring aan de voet van het afschrift verschijnt.
Indien het elektronische afschrift van een tekening of een foto is verdeeld over een aantal doorlopend genummerde deeltekeningen of deelfoto’s, dient de equivalentieverklaring opgenomen te worden aan de voet van de overzichtstekening.
Indien het elektronische afschrift van een bijlage tezamen met het afschrift of het uittreksel van het stuk waarvan de bijlage deel uitmaakt, in een elektronisch bestand is aangeboden, dient dit bestand te worden voorzien van één (gemeenschappelijke) equivalentieverklaring.
Indien het afschrift van een bijlage wordt aangeboden in een apart bestand, dient dit bestand afzonderlijk voorzien te worden van een equivalentieverklaring.
Is het elektronische afschrift van een bijlage voorafgaand aan de inschrijving op basis van artikel 11b, vijfde lid, van de Kadasterwet, bij de Dienst in bewaring genomen, dan hoeft dit afschrift niet voorzien te worden van een equivalentieverklaring. In plaats daarvan dient de equivalentieverklaring aan de voet van het afschrift of het uittreksel van het stuk waarvan de bijlage deel uitmaakt, uitgebreid te worden met een verklaring, inhoudende dat het in bewaring genomen afschrift van de bijlage inhoudelijk een volledige en juiste weergave is van de originele bijlage. In de equivalentieverklaring dient voorts het betrokken depotnummer te worden vermeld.
De equivalentieverklaring dient voorzien te worden van een elektronische handtekening door:
a. indien het notariële akten en notariële verklaringen betreft: een notaris of een waarnemend notaris;
b. indien het rechterlijke uitspraken betreft: de desbetreffende griffier, dan wel een notaris of een waarnemend notaris;
c. indien het een proces-verbaal van inbeslagneming betreft: de desbetreffende deurwaarder of procureur, dan wel een notaris of een waarnemend notaris;
d. indien het een instelling van een rechtsvordering, of een indiening van een verzoekschrift ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak betreft: degene die het ter inschrijving aangeboden stuk voor afschrift heeft getekend, dan wel een notaris of een waarnemend notaris;
e. indien het andere dan de onder a tot en met d bedoelde stukken betreft: de ondertekenaars van die stukken, dan wel één of meer van hen die daartoe uitdrukkelijk in het stuk zijn gemachtigd, dan wel een notaris of een waarnemend notaris.
Tot de onder e genoemde stukken behoren ook de akten van levering die zijn ondertekend door een tot het opmaken van akten van levering bevoegd verklaarde zaakwaarnemer of scheepsmakelaar. De door een daartoe bevoegde persoon ondertekende stukken mogen elektronisch worden aangeleverd door iedereen die als elektronische aanbieder is geregistreerd.
De equivalentieverklaring dient de vermelding van de naam, de voornamen en de woonplaats met het adres te bevatten van degene die de verklaring voorziet van een elektronische handtekening. Indien de verklaring van eensluidendheid echter wordt ondertekend door een notaris, waarnemend notaris, gerechtsdeurwaarder, griffier dan wel een advocaat of procureur, kan in plaats van de woonplaats met het adres worden vermeld:
a. de benaming van het ambt en de plaats van vestiging van de notaris of de waarnemend notaris, dan wel de gerechtsdeurwaarder;
b. de benaming van het ambt en de standplaats van de griffier, of
c. de benaming van de hoedanigheid van de advocaat of de procureur en de plaats van vestiging van de advocaat of procureur.
Indien het origineel van een stuk dat onderdeel uitmaakt van een in elektronische vorm ter inschrijving aan te bieden stuk, is voorzien van een elektronische handtekening, dienen in de equivalentieverklaring op het afschrift van het eerstgenoemde stuk nog de volgende gegevens toegevoegd te worden:
a. de naam van degene die het originele stuk heeft voorzien van een elektronische handtekening, zoals blijkt uit het bij de elektronische handtekening behorende certificaat;
b. de identiteitscode van dit certificaat;
c. de naam van de certificatiedienstverlener die het certificaat heeft afgegeven.
- Regeling
- Circulaire toepassing Herzieningswet Kadasterwet I
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 01-09-2005
- BWB-id
- BWBR0018682
- Versie
- 2005-09-01_0