wetzoeker

§ 3.3.4 — Het overleggen van een bewijsstuk in elektronische vorm Circulaire toepassing Herzieningswet Kadasterwet I

Het overleggen van een bewijsstuk in elektronische vorm

Indien ter verkrijging van een inschrijving door de aanbieder stukken voor bewijs (hierna: bewijsstukken) dienen te worden aangeboden, die niet hoeven te worden ingeschreven, kunnen die stukken in elektronische vorm worden overgelegd, mits daarbij het volgende in acht wordt genomen:

– Indien het origineel van het bewijsstuk is voorzien van een elektronische handtekening, dient bij het afschrift van dit stuk een verklaring van een certificatiedienstverlener te worden gevoegd, inhoudende dat de elektronische handtekening op het originele stuk is gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat, onder toevoeging van de volgende gegevens:

a. de naam van degene die het originele stuk heeft voorzien van een elektronische handtekening, zoals blijkt uit het bij de elektronische handtekening behorende certificaat;

b. de identiteitscode van voornoemd certificaat, en

c. de naam van de certificatiedienstverlener die voornoemd certificaat heeft afgegeven.

– Indien het origineel van het bewijsstuk is opgemaakt in papieren vorm, kan een door een notaris of een waarnemend notaris voor eensluidendheid gewaarmerkt elektronisch afschrift worden overgelegd, mits de notaris of de waarnemend notaris tevens een bewijsstuk overlegt waaruit blijkt dat hij bevoegd is om als notaris, dan wel waarnemend notaris op te treden.

Regeling
Circulaire toepassing Herzieningswet Kadasterwet I
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-09-2005
BWB-id
BWBR0018682
Versie
2005-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl