wetzoeker

§ 3.3.11 — Verzoek tot vaststelling van een afwijkend uitwisselingsprotocol Circulaire toepassing Herzieningswet Kadasterwet I

Verzoek tot vaststelling van een afwijkend uitwisselingsprotocol

De cliënten van de Dienst kunnen ingevolge artikel 11a, eerste lid, van de Kadasterwet een verzoek indienen tot vaststelling van een afwijkend uitwisselingsprotocol. Zo’n verzoek houdt in dat een cliënt verzoekt om bij het aanbieden van stukken in elektronische vorm andere standaarden te mogen gebruiken dan in de Kadasterwet en in deze circulaire zijn voorgeschreven.

Een verzoek tot vaststelling van een afwijkend uitwisselingsprotocol kan in papieren vorm worden ingediend bij de hoofdbewaarder.

Het verzoek kan worden toegewezen, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden:

a. het afwijkende uitwisselingsprotocol doet geen afbreuk aan de doelstelling van elektronische gegevensuitwisseling;

b. het afwijkende uitwisselingsprotocol past bij het gebruik van geavanceerde elektronische handtekeningen, en

c. de kosten die voortvloeien uit het afwijkende uitwisselingsprotocol worden gedragen door degene die het verzoek indient.

De hoofdbewaarder deelt na ontvangst van het verzoek binnen een redelijke termijn mede of een afwijkend uitwisselingsprotocol zal worden vastgesteld en doet daarbij een opgave van de hieraan verbonden kosten.

Regeling
Circulaire toepassing Herzieningswet Kadasterwet I
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-09-2005
BWB-id
BWBR0018682
Versie
2005-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl