wetzoeker

§ 3.3.10 — De digitale handtekening Circulaire toepassing Herzieningswet Kadasterwet I

De digitale handtekening

De elektronische handtekening, bedoeld in artikel 7e, eerste lid, van de Kadasterwet, dient te worden aangemaakt met de techniek van de digitale handtekening; door de integriteitswaarde van het elektronische bericht overeenkomstig § 3.3 van de ‘Technische handleiding elektronisch aanleveren’ te berekenen en te versleutelen.

Na ontvangst van een elektronisch bericht controleert de bewaarder in de eerste plaats of de elektronische handtekeningen die zijn opgenomen in het bericht en in de daarin opgenomen elektronische bestanden zijn gebaseerd op certificaten die zijn afgegeven door een certificatiedienstverlener die door de ondertekenaar bij de Dienst is aangemeld in het formulier ‘Aanmelding elektronisch aanleveren’.

2 Met de in het bericht opgenomen bestanden wordt bedoeld: de elektronische afschriften van het in te schrijven stuk, de daarvan deel uitmakende tekeningen, foto's of andere stukken, en de bewijsstukken waarvan de inschrijving al dan niet wordt voorgeschreven.

Vervolgens controleert de bewaarder aan de hand van een door de certificatiedienstverlener ter beschikking te stellen certificaten-revocatielijst waarop de certificatiedienstverlener bijhoudt welke uitgegeven certificaten zijn ingetrokken, of de betreffende certificaten nog geldig zijn.

Tenslotte controleert de bewaarder of het elektronische bericht ongewijzigd bij de Dienst is aangekomen. De bewaarder ontsleutelt daartoe eerst de ‘gewone’ elektronische handtekening in het elektronische bericht, en vervolgens de digitale handtekeningen die zijn opgenomen in de in dit bericht opgenomen bestanden, op de in § 3.3 van de ‘Technische handleiding elektronisch aanleveren’ beschreven wijze.

De bewaarder maakt in het elektronische gedeelte van de openbare registers een aantekening van elke digitale handtekening waarvan een aan de Dienst verzonden bericht is voorzien. Deze aantekening bevat de volgende gegevens ten aanzien van de ondertekenaar en het certificaat waarop de digitale handtekening is gebaseerd:

a. de naam van de ondertekenaar, zoals die de bewaarder is gebleken uit het certificaat;

b. de identiteitscode van het certificaat, en

c. de naam van de certificatiedienstverlener die het certificaat heeft afgegeven.

Voor de overige eisen die worden gesteld aan het gebruik van de digitale handtekening certificaten wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van de ‘Technische handleiding elektronisch aanleveren’.

Regeling
Circulaire toepassing Herzieningswet Kadasterwet I
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-09-2005
BWB-id
BWBR0018682
Versie
2005-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl