wetzoeker

§ 2.1 — Aanmelding elektronisch aanleveren Circulaire toepassing Herzieningswet Kadasterwet I

Aanmelding elektronisch aanleveren

Voordat een cliënt van de Dienst kan aanvangen met het in elektronische vorm aanbieden van stukken bij de Dienst, dient hij door middel van het formulier ‘Aanmelding elektronisch aanleveren’ schriftelijk aan de hoofdbewaarder van de Dienst te Apeldoorn (hierna: de hoofdbewaarder) te melden dat hij voornemens is om stukken in elektronische vorm aan te bieden.

Het formulier ‘Aanmelding elektronisch aanleveren’ heeft de vorm van bijlage 1 bij deze circulaire en bevat – kort gezegd – een opgave van de persoonsgegevens van de cliënt, de gegevens betreffende het internetadres en de applicatiesoftware die de cliënt in gebruik heeft, en de gegevens van de certificatiedienstverlener die de gekwalificeerde certificaten als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel ss, van de Telecommunicatiewet uitgeeft, waarop de elektronische handtekeningen gebaseerd zijn, die zullen voorkomen in de stukken die de cliënt aan de Dienst zal aanbieden.

Wanneer de cliënt een samenwerkingsverband van personen is, dat geen rechtspersoonlijkheid bezit, dienen in het formulier ‘Aanmelding elektronisch aanleveren’ alle namen van de deelnemers aan dat samenwerkingsverband vermeld te zijn en dient het formulier te worden ondertekend door ieder van hen of door hun vertegenwoordiger(s).

Na ontvangst van het formulier ‘Aanmelding elektronisch aanleveren’ onderzoekt de hoofdbewaarder of de betrokken certificatiedienstverlener bevoegd is gekwalificeerde certificaten uit te geven.

Nadat de hoofdbewaarder de gegevens in het formulier ‘Aanmelding elektronisch aanleveren’ heeft gecontroleerd en vastgelegd, stuurt de hoofdbewaarder de cliënt een bericht dat de vorm heeft van bijlage 2 bij deze circulaire. In het bericht is de datum vermeld waarop de cliënt met elektronisch aanleveren kan aanvangen.

Indien de bij de cliënt in gebruik zijnde applicatiesoftware nog niet eerder is gebruikt in het berichtenverkeer met de Dienst en niet zeker is of met deze applicatiesoftware elektronisch berichtenverkeer met de Dienst mogelijk is, wijst de hoofdbewaarder in het bericht op de mogelijkheid om voor aanvang van de elektronische aanbieding van stukken eerst een testbericht te versturen en op zijn bevoegdheid om berichten niet te aanvaarden als bedoeld in artikel 11a, tweede lid, van de Kadasterwet.

Indien een wijziging optreedt in enig gegeven dat in het formulier ‘Aanmelding elektronisch aanleveren’ moet worden vermeld, dient de cliënt daarvan onverwijld mededeling te doen aan de hoofdbewaarder. De hoofdbewaarder controleert de gegevens dan opnieuw en stuurt de cliënt wederom een bericht, dat de vorm heeft van bijlage 2 bij deze circulaire, overeenkomstig de eerder genoemde procedure en voorwaarden.

Regeling
Circulaire toepassing Herzieningswet Kadasterwet I
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-09-2005
BWB-id
BWBR0018682
Versie
2005-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl