Regeling taxibestuurders 2005
Regeling, houdende nadere regels inzake de chauffeurspas en vakbekwaamheidseisen voor taxibestuurders die een taxidienst uitvoeren, wijziging van de Regeling vaststelling controledocument internationaal taxivervoer en van de Regeling vergoeding documenten Wet personenvervoer 2000 (Regeling taxibestuurders 2005)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-07-2024
- Rechtsgebied
- Vervoersrecht
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- BWB-id
- BWBR0018667
- Versie
- 2024-07-01_0
- SHA-256 bron
- 6ec24f9f9969932be9ef18f97a1acf114acd56011cbfec7041238bbf0a648a3a
Inhoud (44)
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 13
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 17
- Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005
- I. Administratie en documenten
- II. Wet- en regelgeving
- III. Ritvoorbereiding
- IV. Verantwoorde en veilige verkeersdeelname
- V. Optreden bij verkeersongevallen, verstoringen en calamiteiten
- VI. Communicatie
- VII. Klantgerichtheid en beroepshouding
- VIII. Conflictsituaties en eigen gedrag
- IX. Handelen bij agressie
- X. Klachtenprocedures
- Hoofdstuk XI (Gebruik en toepassing wegenkaart nederland)
- I. Verantwoorde en veilige verkeersdeelname
- II. Professioneel rijgedrag
- Hoofdstuk III (Herkennen van storingen)
- IV. Omgaan met communicatieapparatuur
- V. Route, rijtijd en betalingen
- VI. Klantsoorten en gedrag
- VII. Afhandeling ongevallen
- I. Verantwoorde en veilige verkeersdeelname
- II. Professioneel rijgedrag
- Hoofdstuk III (Herkennen van storingen)
- IV. Route
- V. Klantsoorten en gedrag
- VI. Afhandeling ongevallen
- Bijlage 2 — behorende bij artikel 11 van de Regeling taxibestuurders 2005
- Bijlage 3 — behorende bij artikel 11 van de Regeling taxibestuurders 2005
§ 1 — Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. besluit: Besluit personenvervoer 2000;
b. beperkte taxidienst: een taxidienst als bedoeld in artikel 81, vierde lid, van het besluit, waarbij op vaste tijdstippen en langs dezelfde routes wordt gereden met een vaste groep passagiers;
c. vervallen;
d. vervallen;
e. CCV: Contactcommissie Chauffeurs Vakbekwaamheid;
f. minister: Minister van Infrastructuur en Milieu.
§ 2 — Vakbekwaamheidseisen taxibestuurder
Artikel 2
Als getuigschrift als bedoeld in artikel 82, eerste lid, onderdeel d, van het besluit, worden erkend:
a. het door de Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen afgegeven Chauffeursdiploma CCV Taxi Volledig, voor het verrichten van taxivervoer;
b. het door de Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen afgegeven Chauffeursdiploma CCV Taxi Beperkt, voor het uitvoeren van een beperkte taxidienst.
§ 2 — Vakbekwaamheidseisen taxibestuurder
Artikel 3
1 Bij het examen vakbekwaamheid voor het besturen van een taxi wordt tenminste de kennis vastgesteld van de in de bijlage 1 bij deze regeling genoemde onderwerpen.
2 Het examen bestaat uit een theorie-examen en een praktijkexamen dat uiteen valt in een praktijkexamen voor taxivervoer en een praktijkexamen voor een beperkte taxidienst.
§ 2 — Vakbekwaamheidseisen taxibestuurder
Artikel 4
1 De bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, is vrijgesteld van het theorie-examen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, indien hij in het bezit is van:
a. een diploma CCV Taxivervoer, dat is afgegeven vóór 1 augustus 2004, of
b. een diploma CCV B Beroepspersonenvervoer.
2 De bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, is vrijgesteld van het praktijkexamen taxivervoer, bedoeld in artikel 3, tweede lid, indien hij in het bezit is van een vóór 1 augustus 2004 afgegeven CCV certificaat medegebruik vrije tram- en busbanen gemeente Amsterdam dan wel van een geldig certificaat van het nadien afgegeven CCV praktijkexamen medegebruik vrije tram- en busbanen gemeente Amsterdam voor de aldaar aangegeven geldigheidsduur.
3 De bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, is vrijgesteld van zowel het theorie-examen als het praktijkexamen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, indien hij in het bezit is van:
a. het CCV vakdiploma taxichauffeur, dat is afgegeven vóór 1 juli 2005;
b. het CCV-DI certificaat directiechauffeur; of
c. het CCV diploma ambulancevervoer;
d. praktijkdiploma CCV Taxivervoer Plus.
§ 3 — Aanvraag en verstrekking chauffeurspassen taxibestuurders
Artikel 5
Vervallen
§ 3 — Aanvraag en verstrekking chauffeurspassen taxibestuurders
Artikel 6
Vervallen
§ 3 — Aanvraag en verstrekking chauffeurspassen taxibestuurders
Artikel 7
Vervallen
§ 3 — Aanvraag en verstrekking chauffeurspassen taxibestuurders
Artikel 8
Vervallen
§ 3 — Aanvraag en verstrekking chauffeurspassen taxibestuurders
Artikel 9
Vervallen
§ 3 — Aanvraag en verstrekking chauffeurspassen taxibestuurders
Artikel 10
Vervallen
§ 3 — Aanvraag en verstrekking chauffeurspassen taxibestuurders
Artikel 11
Vervallen
§ 4 — Wijziging en intrekking van andere regelingen
Artikel 12
Wijzigt de Regeling vaststelling internationaal taxivervoer.
§ 4 — Wijziging en intrekking van andere regelingen
Artikel 13
Wijzigt de Regeling vergoeding documenten Wet personenvervoer 2000.
§ 4 — Wijziging en intrekking van andere regelingen
Artikel 14
De Regeling chauffeurspas taxivervoer en de Regeling vakbekwaamheid taxibestuurder worden ingetrokken.
§ 5 — Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 15
Degene die een chauffeurspas onder beperkingen of een duplicaat daarvan aanvraagt en in het bezit is van een chauffeurpas als bedoeld in artikel II, tweede lid, van het Besluit van 2 juni 2004 houdende wijziging van het Besluit personenvervoer 2000 in verband met de invoering van het vereiste van vakbekwaamheid voor de taxibestuurder (Stb. 252) behoeft in afwijking van artikel 5 slechts een getuigschrift als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van deze regeling te overleggen.
§ 5 — Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2005.
§ 5 — Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 17
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling taxibestuurders 2005.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005
Bij het examen vakbekwaamheid voor het besturen van een taxi worden in ieder geval de kennis en vaardigheden vastgesteld van de hiernavolgende onderwerpen.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Theorie-examen › I. Administratie en documenten
I. Administratie en documenten
De kandidaat heeft kennis van het doel, de inhoud en de functie van voor de beroepsuitoefening relevante documenten met betrekking tot het voertuig en het vervoer zoals: chauffeurspas, chauffeurskaart, Europees schadeformulier, dagrittenstaat, werkmap en overige voertuigdocumenten en persoonlijke documenten.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Theorie-examen › II. Wet- en regelgeving
II. Wet- en regelgeving
De kandidaat heeft kennis van:
1. de inhoud en toepassing van relevante artikelen uit de Wegenverkeerswet 1994;
2. de inhoud en toepassing van relevante artikelen uit het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
3. de belangrijkste specifieke wet- en regelgeving op het gebied van taxivervoer over de weg waaronder de Wet personenvervoer 2000, het Besluit personenvervoer 2000, en de Arbeidsomstandighedenwet;
4. de relevante aspecten uit de Algemene Taxivoorwaarden waaronder doel, functie en inhoud van de begrippen toepasselijkheid, beperkingen in het vervoer, aansprakelijkheid vervoerder, reiziger en chauffeur, handelingen voor, tijdens en na de rit;
5. de belangrijkste begrippen en bepalingen uit de rij- en rusttijdenregelgeving, waaronder uit de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit vervoer en de toepassing daarvan in het bijzonder de week- en rusttijd, de standaardregeling en collectieve regeling op het gebied van rusttijden en rijtijden, de nachtdienst in de standaardregeling en de overlegregeling;
6. de eindverantwoordelijkheid voor de naleving van de rij- en rusttijdenregeling en de controlerende instanties in het bijzonder de inhoud van het begrip eindverantwoordelijkheid en de handhaving door politie en de Inspectie Leefomgeving en Transport;
7. het belang van het naleven van de rij- en rusttijdenregeling in het kader van gezondheid, (verkeers)veiligheid en welzijn.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Theorie-examen › III. Ritvoorbereiding
III. Ritvoorbereiding
De kandidaat heeft kennis van:
1. de verschillende soorten vervoer, de voertuigkeuze en de factoren voor de voertuigkeuze, in het bijzonder het onderscheid tussen straattaxi, opstapvervoer, besteld vervoer, contractvervoer zoals regiotaxi en leerlingenvervoer, gehandicaptenvervoer en openbaar vervoer; ook moet de kandidaat aan de hand van een praktijkvoorbeeld een keuze voor een voertuig kunnen maken en de factoren kunnen noemen die van invloed zijn op de keuze voor een voertuig;
2. het belang van een goed onderhouden voertuig in het kader van (verkeers)veiligheid, het voorkomen van defecten en het comfort voor passagiers.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Theorie-examen › IV. Verantwoorde en veilige verkeersdeelname
IV. Verantwoorde en veilige verkeersdeelname
De kandidaat heeft kennis van:
1. verkeersveiligheidsrisico’s en invloedfactoren in relatie tot de bestuurder en kan deze aan de hand van praktijkvoorbeelden over drugs, alcohol, medicijnen, het afleiden tijdens het rijden, ziekte of gebreken, vermoeidheid, irritatie, stress en haast, wensen van de klant herkennen; ook kan de kandidaat de maatregelen noemen om de risico’s en de negatieve invloed van genoemde risicofactoren te vermijden;
2. verkeersveiligheidsrisico’s en invloedfactoren in relatie tot andere weggebruikers en kan deze aan de hand van praktijkvoorbeelden over kwetsbaarheid van bepaalde groepen verkeersdeelnemers, regelovertredend gedrag, gebruik van alcohol, drugs en medicijnen, risicogroepen waaronder voetgangers, gehandicapten, ouderen, kinderen, fietsers, snorfietsers en bromfietsers, zelfoverschatting van bijvoorbeeld beginnende bestuurders, afleiding, ziekte of gebreken, vermoeidheid, irritatie en stress herkennen; ook kan de kandidaat de maatregelen noemen om de risico’s en de negatieve invloed van genoemde risicofactoren te vermijden;
3. het belang, de inhoud en de uitvoering van veilig, comfortabel, vlot en energiezuinig rijden en de relatie daarvan met onnodige slijtage en brandstofgebruik van het voertuig zoals het starten zonder gas geven, de wijze van accelereren en schakelen, het anticiperen, het rijden met een gelijkmatige snelheid, het aanhouden van een ruimtekussen en het vergroten van de reactietijd of de ruimte, en de wijze van vertragen of het afzetten van de motor bij korte stops;
4. de relatie tussen comfortabel en veilig rijden, het comfort van de passagiers en de beeldvorming van de branche.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Theorie-examen › V. Optreden bij verkeersongevallen, verstoringen en calamiteiten
V. Optreden bij verkeersongevallen, verstoringen en calamiteiten
De kandidaat kan:
1. de maatregelen noemen die genomen moeten worden direct na een aanrijding of een ongeval, ook bij situaties met alleen blikschade, zoals de prioriteit van te nemen maatregelen, in relatie tot de passagiers, het voertuig, het andere verkeer en de vervoerder ook bij situaties met alleen blikschade;
2. de meldprocedure noemen voor het alarmeren van professionele hulpdiensten of de centrale, zoals het doen van een adequate melding van ongevallen, aanrijdingen, verstoringen of calamiteiten aan professionele hulpdiensten;
3. aan de hand van praktijksituaties de handelwijze bij verstoringen en verkeersstremmingen noemen.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Theorie-examen › VI. Communicatie
VI. Communicatie
De kandidaat kan:
1. het belang van een goede communicatie noemen, waaronder het juist informeren van passagiers over onder andere kosten en tijd, het juist informeren van eventueel noodzakelijke hulpdiensten over onder andere inzet van materiaal, personen, en het informeren van de vervoerder over onder andere planning, vervangend vervoer, en weten wat de gevolgen zijn van slechte communicatie;
2. het gebruik, het doel en de functie van boord- en communicatieapparatuur noemen zoals navigatiesysteem, mobiele telefoon, gedragscodes voor gebruik.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Theorie-examen › VII. Klantgerichtheid en beroepshouding
VII. Klantgerichtheid en beroepshouding
De kandidaat moet:
1. het belang van een juiste beroepshouding van de taxichauffeur kunnen omschrijven waaronder een behulpzame en klantvriendelijke opstelling, representatief en verzorgd uiterlijk, net en beleefd taalgebruik, veilig en verantwoord rijgedrag, schone auto;
2. de handelwijze en omgang bij het vervoer van passagiers kunnen noemen waarbij rekening wordt gehouden met culturele achtergrond, geslacht, leeftijd, taal, gehaastheid, gemoedstoestand, gebruik van alcohol, drugs en medicijnen en passagiers met een functiebeperking, verstandelijke handicap of ziekte, of leerlingen van het speciaal onderwijs;
3. kunnen omgaan met de wensen, behoeften en gedragingen van passagiers en aan de hand van praktijkvoorbeelden ingaan op mogelijke wensen, behoeften en gedragingen van passagiers kunnen inschatten;
4. het belang van klanttevredenheid in het kader van de verkeersveiligheid en het bedrijfsbelang kunnen omschrijven waaronder het tevreden stellen van de klant, een professionele uitstraling hebben, zorgdragen voor klantenbinding, het voorkomen van problemen, en – specifiek voor contractvervoer – zorgdragen voor de voortzetting van het contract.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Theorie-examen › VIII. Conflictsituaties en eigen gedrag
VIII. Conflictsituaties en eigen gedrag
De kandidaat moet:
1. weten wat het doel, de functie en de inhoud van de elementen van een goede communicatie met passagiers zijn waaronder het aandacht geven en de klant serieus nemen, goed luisteren, meedenken en oplossingsgericht zijn;
2. weten hoe conflicten voorkomen kunnen worden door onder andere een juiste beroepshouding, goede representatie, mentale voorbereiding, juiste inschatting en afweging van risico’s en correcte communicatie;
3. aan de hand van praktijksituaties de verschillen kunnen aangeven tussen aandachtgevend en weerstandoproepend gedrag;
4. karakteristieke conflictsituaties kennen en daarmee kunnen omgaan en deze aan de hand van praktijksituaties: tussen de taxichauffeur en de passagier, tussen passagiers onderling en tussen de taxichauffeur en andere weggebruikers, kunnen noemen.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Theorie-examen › IX. Handelen bij agressie
IX. Handelen bij agressie
De kandidaat moet:
1. vormen van agressie kunnen herkennen en deze aan de hand van praktijksituaties: verbale agressie, non-verbale agressie en fysiek geweld, kunnen noemen;
2. weten hoe om te gaan met vormen van agressie en deze aan de hand van praktijksituaties: gradatie van agressie, gewenste assistentie, gewenst advies en gewijzigde bestemming, kunnen noemen.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Theorie-examen › X. Klachtenprocedures
X. Klachtenprocedures
De kandidaat moet kennis hebben van de inhoud en toepassing van de klachtenprocedure.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Theorie-examen › Hoofdstuk XI (Gebruik en toepassing wegenkaart nederland)
Hoofdstuk XI (Gebruik en toepassing wegenkaart nederland)
De kandidaat moet:
1. globale kennis hebben van de A-wegen in relatie tot provincies en hoofdsteden;
2. kennis hebben van opbouw van het Nederlandse wegennet (inclusief de bebording van de Nationale Bewegwijzeringsdienst).
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Praktijkexamen taxivervoer › I. Verantwoorde en veilige verkeersdeelname
I. Verantwoorde en veilige verkeersdeelname
De kandidaat moet:
1. relevante wet- en regelgeving adequaat kunnen toepassen tijdens deelname in het verkeer;
2. enkele onderdelen van de rijklaarcontrole zelfstandig kunnen uitvoeren;
3. verkeersveiligheidsrisico’s kunnen herkennen en in staat zijn om tijdig de juiste corrigerende maatregelen te treffen.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Praktijkexamen taxivervoer › II. Professioneel rijgedrag
II. Professioneel rijgedrag
De kandidaat moet een economische en milieubewuste rijstijl kunnen toepassen (veilig, comfortabel, vlot en energiezuinig).
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Praktijkexamen taxivervoer › Hoofdstuk III (Herkennen van storingen)
Hoofdstuk III (Herkennen van storingen)
De kandidaat moet met behulp van informatie op het dashboard (controlelampjes) kunnen benoemen wat de storing inhoudt en welke actie benodigd is (onmiddellijk stoppen of doorrijden voor reparatie).
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Praktijkexamen taxivervoer › IV. Omgaan met communicatieapparatuur
IV. Omgaan met communicatieapparatuur
De kandidaat moet de in het taxivoertuig aanwezige communicatiemiddelen op een juiste manier kunnen gebruiken.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Praktijkexamen taxivervoer › V. Route, rijtijd en betalingen
V. Route, rijtijd en betalingen
De kandidaat moet:
1. het belang van een efficiënte routekeuze kunnen noemen en een inschatting kunnen geven van de rijtijd (in het kader van veiligheid, doorstroming, milieu, comfort passagiers, ritprijs, zekerheid voor de passagiers, efficiënte werkuitvoering en voorkomen van moeilijkheden bij afrekenen);
2. de opbouw van een ritprijs kunnen noemen en kunnen reageren op vragen van klanten over afstand en ritprijs, rekening houdende met de relevante omstandigheden;
3. verschillende routes kunnen rijden:
– met gebruik van navigatieapparatuur zodanig dat dit geen gevaar of hinder voor het overige verkeer oplevert;
– op aanwijzing van de examinator.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Praktijkexamen taxivervoer › VI. Klantsoorten en gedrag
VI. Klantsoorten en gedrag
De kandidaat moet:
1. blijk geven over de juiste en gewenste beroepshouding te beschikken (schone taxi, schone kleding, verzorgd uiterlijk, net en beleefd taalgebruik);
2. kennis hebben van verschillende doelgroepen van passagiers en juist kunnen reageren op wensen, behoeften en gedragingen van passagiers (aan de hand van voorbeeldsituaties die door de examinator worden aangedragen tijdens het rijden van een praktijkrit in de taxi).
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Praktijkexamen taxivervoer › VII. Afhandeling ongevallen
VII. Afhandeling ongevallen
De kandidaat moet het Europees schadeformulier juist kunnen invullen.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Praktijkexamen beperkte taxidienst › I. Verantwoorde en veilige verkeersdeelname
I. Verantwoorde en veilige verkeersdeelname
De kandidaat moet:
1. relevante wet- en regelgeving adequaat kunnen toepassen tijdens deelname in het verkeer;
2. enkele onderdelen van de rijklaarcontrole zelfstandig kunnen uitvoeren;
3. verkeersveiligheidsrisico’s kunnen herkennen en in staat zijn om tijdig de juiste corrigerende maatregelen te treffen.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Praktijkexamen beperkte taxidienst › II. Professioneel rijgedrag
II. Professioneel rijgedrag
De kandidaat moet een economische en milieubewuste rijstijl kunnen toepassen (veilig, comfortabel, vlot en energiezuinig).
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Praktijkexamen beperkte taxidienst › Hoofdstuk III (Herkennen van storingen)
Hoofdstuk III (Herkennen van storingen)
De kandidaat moet met behulp van informatie op het dashboard (controlelampjes) kunnen benoemen wat de storing inhoudt en welke actie benodigd is (onmiddellijk stoppen of doorrijden voor reparatie).
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Praktijkexamen beperkte taxidienst › IV. Route
IV. Route
De kandidaat moet een route kunnen rijden:
– met gebruik van navigatieapparatuur naar een opgegeven adres zodanig dat dit geen onnodig gevaar of onnodige hinder voor het overige verkeer oplevert;
– op aanwijzing van de examinator.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Praktijkexamen beperkte taxidienst › V. Klantsoorten en gedrag
V. Klantsoorten en gedrag
De kandidaat moet:
1. blijk geven over de juiste en gewenste beroepshouding te beschikken (schone taxi, schone kleding, verzorgd uiterlijk, net en beleefd taalgebruik);
2. kennis hebben van verschillende doelgroepen van passagiers en juist kunnen reageren op wensen, behoeften en gedragingen van passagiers (aan de hand van voorbeeldsituaties die door de examinator worden aangedragen tijdens het rijden van een praktijkrit in de taxi).
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 van de Regeling taxibestuurders 2005 › Praktijkexamen beperkte taxidienst › VI. Afhandeling ongevallen
VI. Afhandeling ongevallen
De kandidaat moet het Europees schadeformulier juist kunnen invullen.
Bijlage 2 — behorende bij artikel 11 van de Regeling taxibestuurders 2005
Bijlage 2 — behorende bij artikel 11 van de Regeling taxibestuurders 2005
Vervallen
Bijlage 3 — behorende bij artikel 11 van de Regeling taxibestuurders 2005
Bijlage 3 — behorende bij artikel 11 van de Regeling taxibestuurders 2005
Vervallen