wetzoeker

Wijzigingswet Wet toezicht beleggingsinstellingen (modernisering wet en implementatie richtlijnen 2001/107/EG en 2001/108/EG)

Wet van 16 juli 2005 tot wijziging van de Wet toezicht beleggingsinstellingen met het oog op de modernisering van de wet en implementatie van richtlijn nr 2001/107/EG en richtlijn 2001/108/EG van 21 januari 2002

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-09-2005
Rechtsgebied
Bank- en effectenrecht, financiering, Toezicht bank- en kredietwezen
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0018606
Versie
2005-09-01_0
SHA-256 bron
1d5560cdc46226f2710c09187ea4f0e8bb6cf9d86a48f2b2374898a02e958984

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX

Artikel I

Wijzigt de Wet toezicht beleggingsinstellingen.

Artikel II

Wijzigt de Noodwet financieel verkeer.

Artikel III

Wijzigt Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel IV

Wijzigt de Wet economische delicten.

Artikel V

Het verbod, bedoeld in artikel 4 (nieuw) van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, is tot de eerste dag van de zevende maand na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van deze wet niet van toepassing op de werkzaamheden van een beleggingsinstelling die op het tijdstip van inwerkingtreding van dat onderdeel beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 5 (oud) van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, voor zover deze werkzaamheden door de vergunning worden toegestaan. De vergunning en de daaraan verbonden voorschriften en gestelde beperkingen worden beheerst door de Wet toezicht beleggingsinstellingen zoals deze luidde voor het in de vorige volzin bedoelde tijdstip.

Artikel VI

De beleggingsinstelling, bedoeld in het vorige artikel, kan haar werkzaamheden ook na afloop van de in dat artikel bedoelde periode overeenkomstig de bestaande vergunning voortzetten, indien de beheerder van die beleggingsinstelling voor het einde van die periode een verzoek heeft ingediend om een vergunning als bedoeld in artikel 5 (nieuw) van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, tot het moment dat onherroepelijk op het verzoek is beslist. De tweede volzin van het vorige artikel is van overeenkomstige toepassing.

Artikel VII

De in artikel 6 (nieuw) van de Wet toezicht beleggingsinstellingen bedoelde beheerders en beleggingsmaatschappijen die reeds vóór inwerkingtreding van deze wet over een vergunning beschikten, kunnen, voor zover de vergunning dat toelaat, op basis van die vergunning hun werkzaamheden voortzetten tot 14 februari 2007. De vóór inwerkingtreding van deze wet verleende vergunning en de aan die vergunning verbonden voorwaarden worden, tot aan het moment dat een vergunning is verleend op grond van artikel 6 (nieuw) van die wet, beheerst door de Wet toezicht beleggingsinstellingen zoals deze luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, met dien verstande dat de bepalingen met betrekking tot informatieverstrekking, bedoeld in artikel 12 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vanaf inwerkingtreding artikel 12, derde lid, (nieuw) van de Wet toezicht beleggingsinstellingen worden beheerst door dat artikel.

Artikel VIII

Ter zake van de verkrijging, die plaatsvindt binnen één jaar na inwerkingtreding van deze wet, door een bewaarder van vermogensbestanddelen als direct gevolg van het vereiste in artikel 9 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, blijft de heffing van overdrachtsbelasting achterwege.

Artikel IX

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.