wetzoeker

Besluit vaststelling vergoeding voorzitter en leden toetsingscommissie ex artikel 73 Wet werk en bijstand

Besluit van 16 juli 2005, nr. 05.002643, houdende vaststelling van de vergoeding van de voorzitter en de leden van de Toetsingscommissie als bedoeld in artikel 73 van de Wet werk en bijstand

Soort
KB
Geldend vanaf
24-08-2005
Rechtsgebied
Ambtenarenrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0018603
Versie
2005-08-24_0
SHA-256 bron
f0721c59cc1ea1473c823489fc0f87621a471305aea5c9807e4604e9f66354a3

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

1 De vaste beloning voor de voorzitter en de leden van de Toetsingscommissie bestaat uit een bedrag per bijgewoonde vergadering en uit een bedrag voor de voorbereiding van de advisering over verzoeken om aanvullende uitkering, waarbij de vaste beloning wordt gebaseerd op het maximum van:

a. salarisschaal 17 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 voor de voorzitter;

b. salarisschaal 16 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 voor de leden.

2 De vaste beloning voor een bijgewoonde vergadering wordt, met toepassing van de in het eerste lid genoemde salarisschalen, gebaseerd een volle dag van 8 uur, inclusief reistijd.

3 De vaste beloning voor de voorbereiding, bedoeld in het eerste lid, wordt gebaseerd op:

a. 30 minuten voorbereidingstijd voor verzoeken van gemeenten tot en met 40 000 inwoners;

b. 60 minuten voorbereidingstijd voor verzoeken van gemeenten met meer dan 40 000 inwoners.

Artikel 2

1 Indien een plaatsvervangend-lid een lid vervangt ter vergadering en/of voorbereiding, is artikel 1 van overeenkomstige toepassing.

2 In afwijking van het eerste lid komt een plaatsvervangend-lid jaarlijks ook in aanmerking voor een vaste beloning voor een vergadering die kan worden aangemerkt als een start- en/of slotbijeenkomst van de commissie.

3 In afwijking van het eerste en tweede lid komt een plaatsvervangend-lid in het jaar 2005 in aanmerking voor een vaste beloning voor alle bijgewoonde vergaderingen.

Artikel 3

De in artikel 1 bedoelde vaste beloning kan niet meer bedragen dan 50% van de jaarwedde volgens het eerste niveau na schaal 18 van de bezoldiging van burgerlijke rijksambtenaren.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 19 november 2004.