wetzoeker

5.8. Minister van Financiën (deel 1) Vaststellingsbesluit selectielijsten neerslag handelingen beleidsterreinen Energiebeleid en Energiedelfstoffen vanaf 1945 (Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)

236.

Handeling: Het i.o.m. de Minister van EZ verstrekken van leningen aan Staatsmijnen

Periode: 1956–1966

Opmerking: 1. Het gaat om rentevrije leningen tot een bedrag van 125 miljoen en om leningen boven dat bedrag, die tegen een markconforme rente worden verstrekt.

2. Vgl. handeling 75 van PIVOT-rapport nr. 15 (Staatsdeelnemingen).

Bron: Aanwijzingswet Staatsmijnen 1956, art. 3, derde lid; Privatiseringswet Staatsmijnen, Stb. 1966, 271, art. 5; De Ru, Staatsdeelnemingen, p. 208

Waardering: V 7 jaar na aflossing

237.

Handeling: Het, samen met de Minister van EZ, vooraf goedkeuren of machtigen van rechtshandelingen van de Directie der Staatsmijnen die een financieel gevolg hebben

Periode: 1945–1966

Produkten: Bijzondere machtigingen of goedkeuringen

Opmerking: 1. Bij de instructie van 1960 wordt een algemene machtiging verleend voor de handelingen omschreven in art. 14, 16 en 17 van de Aanwijzingswet, voor zover in de Instructie niet uitgezonderd (zie opm. 2). 2. De rechtshandelingen betreffen het:

– verwerven van onroerende goederen (1937) boven een bedrag van ƒ 100.000,–;

– verlenen van voorschotten boven een bepaald bedrag of in bepaalde gevallen;

– vervreemden en bezwaren van onroerende zaken (1937, 1960)en voor een dading ter beëindiging van een geschil over onroerende zaken (1960);

– verkoop van roerende goederen boven een boekwaarde van ƒ 10.000,– (193);

– oprichten van een vennootschap en eerste deelneming in de vennootschap, vervreemden of bezwaren van aandelen in een vennootschap (1960).

Bron: Aanwijzingswet Staatsmijnen 1928 en 1956, art. 8–9 en 12–18; Instructie 1937, art. 13, 15–16; Instructie 1960, art. 5–7

Waardering: B 4

309.

Handeling: Het, samen met de Minister van EZ, jaarlijks vaststellen en van de concessiehouder (NAM BV) invorderen van een extra staatsaandeel berekend naar de met de ontginning behaalde winst in de ‘oude’ concessies in het Nederlandse territoir en van een aanvullende betaling

Periode: 1948–

Producten: Beschikkingen naar aanleiding van aangegeven onder meer registraties en door de beide ministers goedgekeurde resultatenrekening en balans

Opmerking: 1. De oude concessies omvatten: ‘Schoonebeek’ (1948), ‘Tubbergen’ (1953), ‘Rijswijk’ (1955), ‘Rossum-De Lutte’ (1961/1971) en Groningen.

2. Het staats- of winstaandeel bedraagt 10% van het voordelige saldo van de jaarlijkse resultatenrekening. De ‘vergoeding’ wordt bij De Nederlandse Bank gestort. Dit is met name het geval bij EBN en NAM BV. Vanaf 1963.

3. Voor de concessie Groningen geldt de MOR-Groningen..

Bron: Mijnwet 1903, zoals gewijzigd bij wet van 1996, art. 8a, sub b; inl. Mr. Drs. P.I. Meijs, 28 januari 1997; Overeenkomst van 3 mei 1948, nr. 19, Stcrt. 110, behorende bij concessies ‘Schoonebeek’ (1948), ‘Tubbergen’ (1953) etc. Jaarboek olie en gas 1995, ‘Concessie Groningen’.

Waardering: V 10 jaar

314.

Handeling: Het heffen en invorderen van een ‘recht op de mijnen’ op de winning van steenzout

Periode: 1945–1962

Opmerking: De heffing is in 1962 bij Wet van 12 december 1962, Stb. 519, afgeschaft. Het steenzout wordt aan het recht onderworpen, zodra het aan het oppervlakte wordt gebracht.

Bron: Wet van 26 maart 1920, Stb. 157, art. 14

Waardering: V 10 jaar

Heffingsbesluiten zijn reeds gewaardeerd met: B

316.

Handeling: Het heffen en invorderen van een ‘recht op de mijnen’ op de winning van steenkolen.

Periode: 1945–1962

Opmerking: De heffing is in 1962 bij Wet van 12 december 1962, Stb. 519, afgeschaft. De steenkolen zijn aan het recht onderworpen, zodra zij worden verzonden of afgeleverd, of zodra zij worden bestemd voor eigen gebruik. Hetzelfde geldt voor de winning van bruinkool.

Bron: Wet van 26 maart 1920, Stb. 157, art. 13

Waardering: V 10 jaar

Heffingsbesluiten zijn reeds gewaardeerd: B

350.

Handeling: Het, samen met de Minister van EZ, jaarlijks vaststellen en van de vergunninghouder invorderen van het winstaandeel, berekend naar de met en door de winning behaalde winst in een vergunningsgebied van het Continentaal Plat

Periode: 1965–

Producten: Beschikkingen naar aanleiding van aangegeven opgaven, resultatenrekeningen, metingen en registraties van de concessiehouder

Opmerking: 1. Het winstaandeel bedraagt 50 of 70% van het voordelig saldo van de resultatenrekening over één boekjaar. Het wordt verrekend met de verrekenbare inkomsten- en vennootschapsbelasting.

Bron: Mijnwet Continentaal Plat 1965, gewijzigd 1996, art. 11, eerste lid sub a en b; Besluit 1967 ex art. 12 MCP, art. III, art. 3–22, 27; Besluit vergunningen koolwaterstoffen Continentaal Plat 1996, art. 3.4 t/m 3.23

Waardering: V 10 jaar

514.

Handeling: Het, samen met de Ministers van VROM en EZ, nemen van beleidsmaatregelen tot bodemsanering en eventuele verwijdering van tankstations

Periode: 1990–2000

Opmerking: Een van de resultaten is een convenant voor de opruiming van ondergrondse tanks. De uitvoering hiervan verloopt via de Stichting Uitvoering Bodemsanering en Amovering Tankstations (SUBAT), waarin de Minister van EZ vertegenwoordigd is.

Bron: Inl. Ir. F.J. Otte (DGE/EOG), 9 april 1997

NB. Voor de benoeming van een vertegenwoordiger van MEZ in de SUBAT, zie hoofdstuk organisatorisch kader, par. 3.4.3. Voor de handelingen van SUBAT en verdere gegevens over de toelating en opruiming van ondergrondse tanks en andere zaken met betrekking tot bodemsanering, zie ook het PIVOT-rapport milieubeheer, dat in voorbereiding is.

Waardering: B 1 en 4, parallel met selectiecriterium VROM 1–5.

543.

Handeling: Het, samen met de Minister van Economische Zaken, oprichten en ontbinden van de Stichting (Interim) Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (ICOVA/COVA)

Periode: 1977–1986 en 1987–

Producten: Oprichtingsakte o.g.v. Project-/onderzoeksplan, statuten

Opmerking: 1. Het vooroverleg tussen overheid en brancheorganisaties (NVGA en NOVOK) inzake de oprichting van de ICOVA werd in de Oliecontactcommissie (OCC) gevoerd.

2. De Minister van EZ wordt overeenkomstig art. 40 van de Comptabiliteitswet 1976 bij wet gemachtigd tot oprichting van de Stichting.

Bron: Statuten ICOVA 1978; Statuten COVA 1987; Wet voorraadvorming aardolieproducten, art. 13a–b, 13g

Waardering: B 4

545.

Handeling: Het aan de Minister van Economische Zaken voordragen van een (plaatsvervangend) lid van het bestuur van de ICOVA/COVA

Periode: 1978–1986 en 1987–

Bron: Statuten ICOVA, art. 6; Wet voorraadvorming aardolieproducten, art. 13b, lid 2.

Waardering: V 5 jaar

585.

Handeling: Het, in samenwerking met de Minister van Economische Zaken, aanwijzen van de Rijksdienst Gasvoorziening als tak van Rijksdienst, bedoeld in artikel 88 van de Comptabiliteitswet

Periode: 1953–

Producten: Aanwijzingswet Staatsgasbedrijf

Bron: Tweede Kamer, zitting 1955–1956, 4285, nr. 1

Waardering: B 4

593.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, doen vormen van bijzondere reserverekeningen door het Staatsgasbedrijf

Periode: 1955–1963

Bron: Tweede Kamer, zitting 1955–1956, 4285, nr. 6, p. art. 2, lid 1.b.

Waardering: V 7 jaar

595.

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, bepalen van het bedrag der tegoedschrijving op de algemene en bijzondere reserverekeningen van het Staatsgasbedrijf vóór het opmaken van de rekening

Periode: 1955–1963

Bron: Tweede Kamer, zitting 1955–1956, 4285, nr. 6, art. 2, lid 2.

Waardering: V 7 jaar

598.

Handeling: Het, in samenwerking met de Minister van Economische Zaken, geven van een bijzondere machtiging tot kwijtschelding door het Staatsgasbedrijf van vorderingen op derden wanneer het bedrag hoger is dan ƒ 5000,–

Periode: 1955–1963

Opmerking: Hiervan wordt mededeling gedaan aan de Algemene Rekenkamer.

Bron: Tweede Kamer, zitting 1955–1956, 4285, nr. 6, art. 3, lid 2.

Waardering: V 10 jaar

N.b. artikel 5e van het Archiefbesluit dient te worden toegepast.

601.

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijsten neerslag handelingen beleidsterreinen Energiebeleid en Energiedelfstoffen vanaf 1945 (Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
15-01-2006
BWB-id
BWBR0018572
Versie
2006-01-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl