4.36. Planologische werkcommissie Vaststellingsbesluit selectielijsten neerslag handelingen beleidsterreinen Energiebeleid en Energiedelfstoffen vanaf 1945 (Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
365.
Handeling: Het op mandaat van de Minister van EZ voeren van overleg met houders van boorvergunningen en concessies over de planologische inpassing en nemen van besluiten over de aanleg en inrichting van boor- en mijnwerken in ‘specifieke’ gebieden of ‘aandachtsgebieden’
Periode: 1968–1994
Producten: Overlegverslagen en beschikkingen o.g.v. Door concessionaris ingediende mededeling over plannen met situatieschets van de boorlocatie, advies van betrokken provincie
Opmerking: 1. Blijkens de concessies moesten ook locatieplannen in niet-specifieke gebieden aan de PWC voorgelegd worden; zie b.v. Concessie ‘Rijswijk’ (1955, zoals in 1979 gewijzigd), art. 3. Letterlijk gaat het om ‘plannen voor de oprichting van bouwwerken, de aanleg van emplacementen en wegen en omtrent het tracé van aan te leggen pijpleidingen, voor zover verband houdende met de opsporing of ontginning van ... Delfstoffen.’
2. Voor informatie over instelling en samenstelling, zie hoofdstuk organisatorisch kader.
Bron: PG SIC, Tweede interimrapport, II, p. 118. Staatsalmanak 1994–1995, M 24; concessie ‘Rijswijk’ (1955, zoals in 1979 gewijzigd), art. 3
Waardering B 5
519.
Handeling: Het, bij overeenstemming met de concessionaris, vaststellen van het tracé en de wijze van aanleg van buisleidingen
Periode: 1968–
Producten: Overlegverslagen en beschikkingen o.g.v. Advies van betrokken provincie
Opmerking: 1. Samenstelling PWC in 1995 (vroeger telde de commissie meer leden): 2 EZ, 1 LNV, 1 VROM, 1 V&W, 1 DEF; adviserende leden: 1 Landbouwschap en 1 Stichting Natuur en Milieu; voorzitter: extern; vice-voorz.: VROM/RPD; secretariaat: EZ/EOG.
2. De fusie met Commissie Boorwerken, waarvan ca. 1985 sprake is, ging niet door.
Bron: PG SIC, Tweede interimrapport, II, p. 118; Staatsalmanak 1994–1995, M 24
Waardering: B 5
526.
Handeling: Het, in de hoedanigheid van ‘bevoegd gezag’, o.b.v. de concessievoorwaarden geven van richtlijnen voor het opstellen van het milieu-effectrapport (MER) en beoordelen van de inhoud hiervan in verband met de aanleg van buisleidingen die tot het hoofdleidingennet behoren en in milieugevoelige gebieden geprojecteerd zijn
Periode: 1985–
Overlegkader: Commissie voor de Milieueffectrapportage, initiatiefnemers
Opmerking: Het bevoegd gezag onderneemt in een m.e.r.-procedure de volgende activiteiten:
– bekend maken van de startnotitie;
– organiseren van inspraak;
– geven van richtlijnen voor het opstellen van het m.e.r.;
– beoordelen van de inhoud van het MER;
– bekend maken en ter inzage leggen van het MER, tegelijkertijd met het voornemen over de activiteit;
– organiseren van inspraak over MER en voornemen; vragen van adviezen;
– besluiten over activiteit.
Bron: Handleiding m.e.r.
Waardering: B 5
- Regeling
- Vaststellingsbesluit selectielijsten neerslag handelingen beleidsterreinen Energiebeleid en Energiedelfstoffen vanaf 1945 (Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 15-01-2006
- BWB-id
- BWBR0018572
- Versie
- 2006-01-15_0