wetzoeker

Inleiding Circulaire bekwaamheidseisen buitengewoon opsporingsambtenaar

Op 1 april 1994 trad de Politiewet 1993 in werking. Tegelijkertijd werd een nieuw artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering van kracht.

Hierdoor zijn de categorieën onbezoldigd en bijzonder opsporingsambtenaar komen te vervallen. Deze categorieën zijn vervangen door één nieuwe categorie: de buitengewoon opsporingsambtenaar.

De zorg om de kwaliteit van de opsporing vormt in de wettelijke regeling van 1994 een speerpunt. De buitengewoon opsporingsambtenaar als zijnde een veelal specialistisch functionaris, vervult een betekenisvolle rol in de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Van de buitengewoon opsporingsambtenaar wordt daarom onder meer verlangd dat deze bekwaam is voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden. Daartoe moet de buitengewoon opsporingsambtenaar beschikken over basiskennis en basisvaardigheden met betrekking tot strafrecht, strafvordering en het opmaken van een ambtsedig proces-verbaal.

1 Zie artikel 16, lid 1 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar en de Nota van Toelichting, hoofdstuk 5.4.

In dit eindtermendocument is dit basisniveau nader uitgewerkt. Het document vormt het uitgangspunt voor het ontwikkelen van het door de minister van Justitie goedgekeurde examen op grond waarvan kan blijken dat een persoon beschikt over de vereiste bekwaamheid voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden.

2 Zie artikel 16, lid 1 Besluit opsporingsambtenaar, tweede volzin.

De opbouw van dit eindtermendocument is als volgt. In de hoofdstukken 1 en 2 wordt in kort bestek de buitengewoon opsporingsambtenaar nader beschreven. Dit aan de hand van de wettelijke regelgeving en daarbij in aanmerking genomen het gegeven dat de buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is binnen zeer gevarieerde werkverbanden.

In het derde hoofdstuk worden in algemene zin de deskundigheden geschetst waarover een buitengewoon opsporingsambtenaar moet beschikken om op het genoemde basisniveau te kunnen functioneren. Het vierde hoofdstuk noemt een aantal overige voorwaarden die voor dit functioneren van belang zijn.

In hoofdstuk 5 worden de basistaken en verantwoordelijkheden van de buitengewoon opsporingsambtenaar opgesomd. Deze zijn afgeleid uit de in het eerste hoofdstuk ontwikkelde werkdefinitie. In hoofdstuk 6 zijn deze taken en verantwoordelijkheden gedetailleerd uitgewerkt en gekoppeld aan kenniselementen (leerstof).

Regeling
Circulaire bekwaamheidseisen buitengewoon opsporingsambtenaar
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
04-07-2005
BWB-id
BWBR0018536
Versie
2005-07-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl