wetzoeker

1 — De buitengewoon opsporingsambtenaar nader bepaald 3 Bronnen: Artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering, het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar en de Nota van Toelichting op dit besluit. Circulaire bekwaamheidseisen buitengewoon opsporingsambtenaar

De buitengewoon opsporingsambtenaar nader bepaald 3 Bronnen: Artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering, het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar en de Nota van Toelichting op dit besluit.

De uitvoering en de handhaving van met name bijzondere wetgeving dan wel verordeningen van provincies, gemeenten en waterschappen, zijn opgedragen aan een scala van zowel publiekrechtelijke als ook privaatrechtelijke organisaties. Zowel de omvang als de verscheidenheid aan deze vormen van regelgeving is groot. Eveneens is deze regelgeving van een vaak specialistische aard. In dit verband kan zich de situatie voordoen dat een organisatie dient te beschikken over werknemers die bevoegd zijn tot het opsporen van strafbare feiten. Artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering creëert de mogelijkheid daartoe. Dit artikel vormt de wettelijke grondslag om functionarissen aan wie niet op grond van artikel 141 van dat Wetboek de opsporing van strafbare feiten is opgedragen, als buitengewoon opsporingsambtenaar te belasten met het opsporen van strafbare feiten. Daartoe zijn in het genoemde artikel 142 een aantal onderscheiden rechtsgronden (titels) opgenomen, te weten de akte van opsporingsbevoegdheid, de categoriale aanwijzing, de categorie buitengewoon opsporingsambtenaren genoemd in het eerste lid onder c en de titel van aanvullende opsporingsbevoegdheid.

De akte van opsporingsbevoegdheid, de categoriale aanwijzing en de aanvullende opsporingsbevoegdheid worden op aanvraag van de werkgever verleend door de minister van Justitie. De aanvraag dient in ieder geval een aanduiding te bevatten van de strafbare feiten waarvoor opsporingsbevoegdheid wordt gevraagd alsmede van het grondgebied waarvoor de opsporingsbevoegdheid wordt verlangd. Indien de aanvraag wordt gehonoreerd, worden beide gegevens op de akte van opsporingsbevoegdheid dan wel in de categoriale aanwijzing vermeld. De titel bepaalt dus tevens de omvang van de opsporingsbevoegdheid. In deze regeling is de terughoudendheid van de wetgever zichtbaar ten aanzien van het verlenen van opsporingsbevoegdheden aan personen die niet vallen onder de regeling van artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering. Conform het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar wordt een akte van opsporingsbevoegdheid verleend, een categoriale aanwijzing gedaan, een aanvullende opsporingsbevoegdheid toegekend, indien daartoe noodzakelijkheid bestaat. Er is voldaan aan dit zogeheten noodzaakcriterium wanneer naar het oordeel van de minister van Justitie, de opsporingsbevoegdheid noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie van de betreffende persoon of de dienst waarbij deze werkzaam is, en een beroep op de politie voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden bezwaarlijk, niet mogelijk of niet wenselijk is.

Over de aanwijzing en de noodzakelijkheid van het bezit van opsporingsbevoegdheden van de categorie buitengewoon opsporingsambtenaren genoemd in artikel 142, lid 1 onder c WvSv, beslissen de daartoe bevoegde autoriteiten.

Behalve dat een persoon moet beschikken over een geldige titel van opsporingsbevoegdheid, dient hij ook bekwaam en betrouwbaar te zijn voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden alsmede te beschikken over een akte van beëdiging. Pas nadat aan al deze eisen is voldaan, is de betreffende persoon als buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd tot het opsporen van de in zijn akte van opsporingsbevoegdheid vermelde strafbare feiten op het eveneens in deze akte aangewezen grondgebied.

De beëdiging van een persoon als buitengewoon opsporingsambtenaar vormt in deze een belangrijk toetsingsmoment. Tot beëdiging kan immers eerst worden overgegaan als is voldaan aan de eisen van bekwaamheid en betrouwbaarheid en wordt beschikt over een titel van opsporingsbevoegdheid.

De beëdiging geschiedt door de minister van Justitie dan wel middels een door deze aangewezen direct toezichthouder of, indien het een dienst betreft die ressorteert onder een van Onze Ministers die het mede aangaat, door het hoofd van die dienst.

De bevoegdheid tot het opsporen van de in de akte van beëdiging vermelde strafbare feiten is gebonden aan een geldigheidsduur van maximaal vijf jaren en kan steeds met vijf jaren worden verlengd. In het laatste geval zal door het Ministerie van Justitie opnieuw worden getoetst op noodzakelijkheid en betrouwbaarheid voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden. Tevens zal het examen buitengewoon opsporingsambtenaar opnieuw met een gunstig gevolg moeten zijn afgelegd.

Daar waar een werknemer in zijn dagelijks functioneren als buitengewoon opsporingsambtenaar opsporingshandelingen verricht, is hij voor dit optreden verantwoording verschuldigd aan de officier van justitie. Vanwege deze gezagsrelatie is er met betrekking tot de regeling van het toezicht over de buitengewoon opsporingsambtenaren voor gekozen een hoofdofficier van justitie of, indien van toepassing, een door de minister van Justitie aangewezen lid van het openbaar ministerie als toezichthouder aan te stellen. De mogelijke aanwijzingen van de toezichthouder betreffen het functioneren van de buitengewoon opsporingsambtenaar in meer algemene zin, onder meer gerelateerd aan de eisen van de wet en het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

In de uitoefening van het dagelijks toezicht op de buitengewoon opsporingsambtenaar met betrekking tot een juiste uitoefening van opsporingsbevoegdheden, een goede samenwerking met de politie, de naleving van de instructie en, uitzonderingen daargelaten, het onderricht, is voorzien met de benoeming van een direct toezichthouder. In de regel zal dit een korpschef van een regionaal politiekorps zijn.

Het bovenstaande in aanmerking genomen, is ten behoeve van de eindtermenontwikkeling de volgende werkdefinitie opgesteld:

Een buitengewoon opsporingsambtenaar is een functionaris die in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag, in overeenstemming met de geldende rechtsregels en met behulp van de hem daartoe beschikbaar staande middelen uit hoofde van zijn werkzaamheden onder een in de wet geregeld toezicht en op een aangewezen grondgebied, zorgdraagt voor de opsporing van strafbare feiten – beide gespecificeerd in de akte van beëdiging – alsmede met de voorbereiding van de eventuele vervolging van deze feiten.

In overeenstemming met de wettelijke opdracht tot het toetsen van basiskennis en basisvaardigheden als blijk van de bekwaamheid tot het opsporen van strafbare feiten, accentueert de omschrijving de opsporingstaken en bevoegdheden van de buitengewoon opsporingsambtenaar. Uiteraard kunnen buitengewoon opsporingsambtenaren ook toezichthoudende taken verrichten.

Regeling
Circulaire bekwaamheidseisen buitengewoon opsporingsambtenaar
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
04-07-2005
BWB-id
BWBR0018536
Versie
2005-07-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl