wetzoeker

1.1 — Toevoegen in jaar van staken (inhoudelijk ongewijzigd, voorheen Besluit van 9 november 2001, nr. CPP2001/3034M) Inkomstenbelasting, oudedagsreserve

Toevoegen in jaar van staken (inhoudelijk ongewijzigd, voorheen Besluit van 9 november 2001, nr. CPP2001/3034M)

Dotatie oudedagsreserve en staking

In artikel 3.68, eerste en tweede lid, van de Wet is het volgende bepaald:

1. De toevoeging aan de oudedagsreserve over een kalenderjaar bedraagt 12% van de winst die de belastingplichtige als ondernemer uit een onderneming geniet, maar niet meer dan € 10.951 (wettekst 2005). De op grond van de eerste volzin bepaalde toevoeging wordt verminderd met de ten laste van die winst gekomen premies en andere bijdragen uit hoofde van pensioenregelingen.

2. De op grond van het eerste lid berekende toevoeging bedraagt ten hoogste het bedrag waarmee het ondernemingsvermogen bij het einde van het kalenderjaar de oudedagsreserve bij het begin van het kalenderjaar te boven gaat.

In het jaar van staken van een onderneming is het ondernemingsvermogen bij het einde van het kalenderjaar nihil. Door de bepaling van artikel 3.68, tweede lid, van de Wet kan, als gevolg van het ontbreken van ondernemingsvermogen bij het einde van het kalenderjaar, in het jaar van staken dus niet toegevoegd worden aan de oudedagsreserve.

Goedkeuring

Gelet op de wettelijke regeling van de oudedagsreserve en de doelstelling daarvan, keur ik, met toepassing van de hardheidsclausule, goed dat over het jaar van staken van een onderneming, waarbij aan het einde van het kalenderjaar ondernemingsvermogen ontbreekt, kan worden toegevoegd aan de oudedagsreserve onder de volgende voorwaarden:

a. De toevoeging aan de oudedagsreserve over een kalenderjaar bedraagt 12% van de winst die de belastingplichtige als ondernemer uit een onderneming geniet, maar niet meer dan het maximum bedoeld in artikel 3.68, eerste lid van de Wet in het jaar van staking. De op grond van de vorige volzin bepaalde toevoeging wordt verminderd met de ten laste van die winst gekomen premies en andere bijdragen uit hoofde van pensioenregelingen.

b. De op grond van voorwaarde 1 berekende toevoeging bedraagt ten hoogste het bedrag waarmee het ondernemingsvermogen op het moment van staking de oudedagsreserve bij het begin van het kalenderjaar te boven gaat.

c. De toevoeging aan de oudedagsreserve over het jaar van staken wordt gebuikt om een lijfrente aan te schaffen, zoals bedoeld in artikel 3.70, eerste lid, onderdeel a, juncto artikel 3.128 van de Wet, eventueel met gebruikmaking van de termijn als bedoeld in artikel 3.130, tweede lid van de Wet.

d. Aan de overige voorwaarden voor toevoeging aan de oudedagsreserve wordt voldaan.

Regeling
Inkomstenbelasting, oudedagsreserve
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
24-06-2005
BWB-id
BWBR0018479
Versie
2005-06-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl