wetzoeker

C — Partijgegevens Beleidsregels verontreinigde grond Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen

Partijgegevens

Dit onderdeel (kopiëren en) invullen per depot c.q. te onderscheiden partij (zie brochure ‘Indelen in partijen’). Bij een aanvraag voor een niet-reinigbaarheidsverklaring moeten partijen groter dan 2.000 ton zijn opgesplitst in deelpartijen van maximaal 2.000 ton.

33 en 34 Naast het partijnummer van de saneerder/ontdoener, kent Bodem+ aan elke partij een eigen uniek partijnummer toe.

35 Hier geeft u de totale hoeveelheid materiaal inclusief puin en afval zo goed mogelijk aan, zowel in tonnen als in kubieke meters. Geef tevens de gehanteerde omrekenfactor van tonnen naar kubieke meters aan. Zijn puin en afval vóór levering op een bepaalde diameter afgezeefd, dan het afgezeefde deel niet aanmelden. Eventueel bij 46 de gebruikte zeefdiameter aangeven.

36 Geef hier aan wanneer de partij vermoedelijk wordt afgevoerd.

37 en 38 In principe wordt gebruik gemaakt van één grondsoortaanduiding. Alleen in bijzondere omstandigheden, in geval van een sterk heterogene bodemlaag of een sterk heterogeen depot, kunt u één partij met twee verschillende grondsoorten aanmelden.

Naast de indeling van partijen op basis van de grondsoort, dient u vóór ontgraving de partijen ook te scheiden op basis van combinaties van verontreinigingen, de mate van verontreiniging en de aanwezigheid van bodemvreemde stoffen (afval, puin). Het indelen van partijen is beschreven in de brochure ‘Indelen in partijen’ en in de handleiding van het programma K-SOIL.

De grondsoort geeft u aan met de volgende codes (zie ook de figuren 1 en 2):

Code | | | %[m/m] | | %

Benaming conform NEN 5104 | <2 μm | 2–63 μm | 63–2000 μm | Humus

31 | zwak tot matig siltig zand | 0–5 | 0–17,5 | 82,5–100 | 0–20

21 | kleiig zand | 5–8 | 0–12,5 | 82,5–95 | 0–20

22 | sterk siltig zand tot zwak zandige leem | 0–25 | 9,5–100 | 0–82,5 | 0–25

32 | sterk zandig tot zwak siltige klei | 8–100 | 0–75 | 0–92 | 0–30

41 | zwak tot sterk zandig veen | 0–8 | 55–85 | 15–40

42 | zwak tot sterk kleiig veen | 5–70 | 0–75 | 15–70

43 | mineraalarm veen | 0–30 | 0–65 | 35–100

Partijen met meer dan 50% bodemvreemd materiaal worden door Bodem+ gekwalificeerd als partijen niet-zijnde grond. Voor dergelijke partijen wordt géén niet-reinigbaarheidsverklaring verstrekt. Bodem+ gebruikt de volgende codes als een partij voor minder dan 50% uit grond bestaat (zie 43):

61 | Huisvuil | 67 | Bodemsaneringsmateriaal

62 | Bedrijfs- of industrieel afval | 81 | Slakken

63 | Bouw- en sloopafval, puin | 82 | Sintels, (kolen)as, -gruis

64 | Gecombineerde stort

39 Geef het gemiddelde vochtgehalte aan (100 – % droge stof, bepaald volgens NEN 5748).

40 Geef het gemiddelde humusgehalte aan, bepaald volgens NEN 5754. De pH pH (0,01 M CaCl 2) bepalen volgens NEN 5750. Het gehalte calciumcarbonaat bepalen volgens NEN 5757.

41 Geef het gemiddelde lutumgehalte en de fractieverdeling van de minerale delen (0 – 2000 μm) aan. Het lutumgehalte (uitgedrukt in % d.s.) bepalen volgens NEN 5753. De fractieverdeling eveneens bepalen volgens NEN 5753 (met destructie, met behulp van zeef en pipet, inclusief de fractie > 2 mm) en berekenen als massapercentage van de som van de minerale delen (zie bijlage C.3 van NEN 5753). Minimaal één fractieverdeling bepalen per (deel)partij van maximaal 2.000 ton.

42 Dit betreft de minerale delen < 2 mm. samen met humus en CaCO3 en eventueel aanwezige grind met een diameter van 2 tot 63 mm. en schelpen; dit is een bepaald percentage van de totale hoeveelheid droge stof.

43 Bodem+ gaat ervan uit dat de partij zo mogelijk wordt gezeefd op 32 mm en in ieder geval op 80 mm. Vermeld derhalve op basis van visuele waarnemingen, de zeefcurve en boorstaten een schatting van de gehaltes voor de fracties van 2–32, 32–80 en >80 mm. Met puin wordt het gehalte aan steenachtig materiaal bedoeld.

44 en 45 Onder afval verstaat Bodem+ bodemvreemde stoffen (uitgezonderd puin) zoals slakken, sintels en kooldeeltjes, ijzerdelen, boomstronken, begroeiingsresten, plastics, huisvuil e.d.

Het percentage bodemvreemd materiaal (b) kan worden aangegeven door sommatie van het percentage puin en afval. Als het percentage bodemvreemd materiaal is aangegeven, dan is de totale partij bestaande uit grond (a) en bodemvreemd materiaal (b) voor 100% benoemd. Deze 100% is dan de totaal bij 35 aangemelde hoeveelheid.

46 Bij de omschrijving afval geeft u een beschrijving van het afval, bijvoorbeeld soort, verspreiding, grootte, uitzeefbaarheid en dergelijke. Eventueel de gebruikte zeefdiameter aangeven.

47 Hier geeft u de verontreinigingen van de partij aan:

Regeling
Beleidsregels verontreinigde grond Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2006
BWB-id
BWBR0018442
Versie
2006-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl