wetzoeker

Artikel 20 Regeling subsidiëring Actieplan BBI-Matra 2005–2008

Verplichtingen van de subsidieontvanger

1 In de gevallen, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is de subsidieontvanger een vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd.

2 Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van de waarde van de met de subsidie verkregen eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de financiële vergoeding verschuldigd wordt met dien verstande dat, in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van eigendommen, wordt uitgegaan van het bedrag dat de instelling als schadevergoeding ontvangt. Indien het een onroerend goed betreft, geschiedt de waardebepaling door een door de minister aan te wijzen onafhankelijke deskundige.

3 Toepassing van het eerste lid blijft achterwege, indien het project, na toestemming door de minister, door een andere rechtspersoon wordt voortgezet en de activa om niet aan die andere rechtspersoon in eigendom zijn overgedragen.

4 Toepassing van het eerste lid blijft eveneens achterwege, indien bij de subsidievaststelling ten genoegen van de minister wordt aangetoond dat de met het project ontwikkelde activiteiten na de subsidievaststelling tenminste drie jaar worden voortgezet door de subsidieontvanger of, na toestemming door de minister, door een andere rechtspersoon en de activa om niet aan die andere rechtspersoon in eigendom zijn overgedragen.

5 Ter verkrijging van de toestemming, bedoeld in het derde en vierde lid, wordt een daartoe strekkend verzoek gericht aan de minister en ingediend bij Dienst Regelingen.

Regeling
Regeling subsidiëring Actieplan BBI-Matra 2005–2008
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
02-02-2008
BWB-id
BWBR0018423
Versie
2008-02-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl