wetzoeker

12.5.1. Kaderstellend Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, beleidsterrein Volkshuisvesting 1945–1996

199

Actor: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van nadere regels omtrent de inrichting en de werkwijze van het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting

Periode: 1988–

Grondslag: Woningwet 1992, art. 71, lid 4; Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting, art. 20, (Stb. 1988, 483)

Bron:

Product: Circulaire inzake de instelling van een centraal fonds voor de volkshuisvesting (MG 88-57/Stcrt. 1988, 253)

Opmerking: Aan het einde van de jaren ’80 is, onder andere met het oog op de verzelfstandiging van de woningcorporaties, het Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (Stb. 1988, 483) opgesteld. Het bestuur van dit fonds bestond uit een onafhankelijke voorzitter en afvaardigingen van belanghebbenden als de VNG, de Nationale Woningraad, de NCIV koepel voor woningbouworganisaties en het Ministerie van VROM. De onafhankelijke leden werden door de minister benoemd. Het fonds kreeg twee taken toegekend. Ten eerste de sanering van financieel zwakke toegelaten instellingen, die niet beschikken over de nodige financiële reserve. De overheid stelt hierover richtlijnen op in overeenstemming waarmee het Fonds moet handelen. Ten tweede kan het fonds steun verlenen aan corporaties die in financiële moeilijkheden zijn geraakt en bevorderen, dat toegelaten instellingen investeringen doen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding en verbetering van hun woningbezit. De belangrijkste bron van inkomsten van het fonds zijn de structurele bijdragen door toegelaten instellingen. Deze bijdrage is een percentage van de huuropbrengst van een toegelaten instelling. De hoogte van het percentage is afhankelijk van de financiële positie van een instelling, die verplicht is daarvan aangifte te doen. Het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting is sinds het Besluit van 1998 (Stb. 483) een Zelfstandig Bestuursorgaan geworden, dat zelfstandig taken uitvoert en zorgdrager is voor het eigen archiefbeheer.

Waardering: B 4

200

Actor: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van de voorzitter en bestuursleden van het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting

Periode: 1988–

Grondslag: Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting, art. 4, lid 1 en 2, (Stb. 1988, 483)

Bron:

Product:

Opmerking: De benoeming geschiedt op voordracht van de Nationale Woningraad, het NCIV (koepel van woningcorporaties) en het VNG. Het bestuur wijst de vervangende voorzitter aan; de minister de vervangende leden

Waardering: V, 5 jaar na beeïndiging functie

201

Actor: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in samenwerking met de woningbouwcorporaties en andere belanghebbenden vaststellen van afspraken inzake de nadere regeling van onderlinge garanties

Periode: 1988–

Grondslag: Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting, art. 14, lid 2, (Stb. 1988, 483)

Bron:

Product: Convenant en instelling van daarbij behorende convenantsorganen

Opmerking: Het convenant en de daarbij behorende organen kunnen in overleg met de minister worden vastgesteld en geëvalueerd zonder dat de minister in de convenantsorganen zitting hoeft te hebben. Aan de organen kunnen bevoegdheden worden toegekend om in het belang van de woningcorporaties beslissingen te noemen. De afspraken zijn van beperkte duur en worden periodiek geëvalueerd. Zij mogen een politieke besluitvorming (bijvoorbeeld door gemeenten) niet in de weg staan

Waardering: B 5

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, beleidsterrein Volkshuisvesting 1945–1996
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
06-08-2005
BWB-id
BWBR0018408
Versie
2005-08-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl