11.1. Kaderstellend Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, beleidsterrein Volkshuisvesting 1945–1996
116
Actor: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)
Handeling: Het benoemen van (bestuurs)leden van een adviescommissie inzake toelatingen van woningcorporaties
Periode: 1965–
Grondslag: Toelatingsbesluit volkshuisvesting, Art. 2, lid 3, Stb. 1965, 330; Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (Stb. 1976, 469)
Bron:
Product:
Opmerking:
Waardering: V, 10 jaar
118
Actor: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)
Handeling: Het stellen van (nadere) regels aan het functioneren van woningcorporaties en gemeentelijke woningbouwdiensten
Periode: 1965–
Grondslag: Toelatingsbesluit volkshuisvesting (Stb. 1965, 589); Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting, (Stb. 1976, 469)
Bron:
Product: Het vaststellen van een model van een balans en een winst- en verliesrekening welke jaarlijks, door een toegelaten instelling dient te worden opgestuurd aan de Minister van Volkshuisvesting (art. 6, lid 1, onder g, Woningbesluit, Stb. 1965, 589);
het stellen van regels omtrent de wijze van beheer en exploitatie van het onroerend goed van toegelaten instellingen;
het stellen van nadere regels inzake de bestemming van het batig saldi van een toegelaten instelling (art. 23, Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting, Stb. 1976, 469);
het aanwijzen van complexen van woningen die in de administratie van de toegelaten instelling een geheel dienen te vormen. Per complex Woningwet-woningen wordt zo de financiële verhouding met de overheid bepaald (art. 29, lid 1, Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting, Stb. 1976, 469);
het stellen van nadere regels inzake het verhuren van woningen door woningcorporaties aan groepen van personen die moeilijkheden hebben passende woonruimte te vinden;
het stellen van nadere regels en voorschriften inzake het beleid, het beheer, de exploitatie en vervreemding van woningen door een gemeentelijke woningbouwdienst;
het verplichten dat een toegelaten instelling niet over haar middelen kan beschikken noch verplichtingen kan aangaan zonder voorafgaande goedkeuring van B&W van betrokken gemeente, wanneer deze binnen een door de minister van volkshuisvesting gestelde periode niet voldoet aan een aanwijzing zoals deze staat in het Besluit toelating instellingen volkshuisvesting (Stb. 1976, 469);
het stellen van voorschriften inzake de verslaglegging, de rekening en verantwoording
Opmerking:
Waardering: B 1
119
Actor: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)
Handeling: Het afsluiten van energieconvenanten met de gezamenlijke woningcorporaties
Periode: 1994–
Grondslag:
Bron: Werkplan 1995 DGE
Product: Intentieverklaring en Meerjarenafspraken (MJA’s). Stimuleringsregeling energiezuinige verlichting
Opmerking: De resultaten van deze convenanten worden verwerkt in regels met betrekking tot het Bouwbesluit of in aanwijzingen aan verleners van bouwvergunningen. Een Meerjarenafspraak (MJA) is tot op heden nog in een voorbereidend stadium. Een MJA is civielrechtelijk bindend voor alle aangesloten corporaties
Waardering: B 5
- Regeling
- Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, beleidsterrein Volkshuisvesting 1945–1996
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 06-08-2005
- BWB-id
- BWBR0018408
- Versie
- 2005-08-06_0