wetzoeker

1.5. Afbakening van het beleidsterrein Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, beleidsterrein Volkshuisvesting 1945–1996

Het beleidsterrein omvat de periode 1945–1994. Het betreft de periode van wederopbouw van Nederland na de Tweede Wereldoorlog, de instelling van een ministerie, belast met volkshuisvesting en de handelingen van dit ministerie tot 1994. Binnen deze periode heeft het ministerie een aantal ontwikkelingen ondergaan, die zich over een langere periode geleidelijk heeft voltrokken en waarbinnen moeilijk cesuren zijn aan te brengen. Over de periode na 1994 zal een nieuw rapport worden ingesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende – reeds in dit rapport gesignaleerde – elementen:

– Beleidsvoorbereiding, uitvoering en evaluatie zijn onderhevig aan structurele vormprocessen, die zonder de daarvoor vereiste specifieke gegevens niet kunnen worden uitgevoerd. Deze processen worden voor een deel digitaal aangestuurd. Beleid wordt hierbij gezien als een cyclisch proces dat onderhevig is aan maatschappelijke en politieke controle, waarvoor waarborgen zijn ingebouwd.

– Uitvoeringsinstrumenten als subsidies kunnen slechts worden gebaseerd op wettelijk voorschrift en zijn bovendien aan internationale regels op het gebied van marktwerking gebonden; interne sturing waarbij bij de uitvoering beleidsruimte wordt geschapen, is binnen dit kader niet mogelijk. De keuze van het beleidsinstrument hangt daarom samen met de bovengenoemde waarborgen.

Vanaf 1995 kan het gegevensbeheer aan de hand van deze opvattingen procesmatig nader worden gestructureerd, waarbij een aantal factoren die de transparantie bevorderen een rol spelen:

– de behoefte van interne kennis ten aanzien van het volkshuisvestingsbeleid door actoren op andere beleidsterreinen binnen het ministerie;

– de belangen van de marktwerking, die met transparantie is gediend;

– de belangen van de burger;

– de bijdragen van bevindingen op het gebied van volkshuisvesting aan zo mogelijk internationaal vast te stellen normering;

– de internationale sturing door de VN-organisatie Habitat, door internationale economische organen, maar vooral door regelgeving van bijv. de Europese Unie.

Het beleidsterrein volkshuisvesting kent raakpunten met de volgende beleidsterreinen:

– Het woonwagenbeleid, waarover in het RIO een apart hoofdstuk is gewijd, wordt momenteel gezien als een geïntegreerd bestanddeel van het volkshuisvestingsbeleid. Het betreft dus vooral de rol die rondtrekkende bewoners hebben gespeeld in de ruimtelijke omgeving. Met deze probleemstelling hebben zich ook andere ministeries bemoeid, die belast waren met Justitie en Maatschappelijk Werk. Voor het cultuurbeleid ten aanzien van bijzondere bevolkingsgroepen, zoals Roma en Sinti, zij men verwezen naar het institutioneel onderzoek met betrekking tot discriminatiebestrijding of minderhedenbeleid.

Voorts worden in dit rapport niet behandeld:

– Werkgelegenheidsvoorziening voor woonwagenbewoners; zoals voorzien door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en alle aspecten rond beroepsuitoefening

– Onderwijs aan woonwagenbewoners, en alle aspecten met betrekking tot de uitvoering van de leerplichtwet

– Welzijnsbeleid voor woonwagenbewoners, zoals voorzien door particuliere of overheidsorganisaties van maatschappelijk werk e.d.

• Het Centraal fonds voor de Volkshuisvesting is sinds het Besluit Centraal fonds voor de Volkshuisvesting van 1998 (Stb. 483) een zelfstandig bestuursorgaan geworden. De taken op dit beleidsterrein staan in het Basisselectiedocument Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting. (Stcrt. 28 januari 2004, nr. 18, blz. 21)

• Ruimtelijke ordening, waarbij de verstedelijking een belangrijke rol speelt. Volkshuisvesting dient namelijk als argument voor stadsuitbreiding, hetgeen vanaf 1962 ook een onderwerp van ruimtelijke ordening is. De afbakening met het beleidsterrein RO is zodanig gesteld, dat de in planologische rapporten voorgestelde uitvoeringsregelingen onder het beleidsterrein van volkshuisvesting worden gerekend. Met betrekking tot bovenstaand onderwerp is art. 32 van de Wet op de ruimtelijke ordening, welk artikel van 1965 tot 1984 van kracht is geweest, van belang. Het artikel luidt: ‘Ten behoeve van het uitvoeren van bestemmingsplannen, strekkende tot reconstructie van bebouwde kommen, kunnen volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen uitkeringen uit ’s Rijks kas worden verstrekt.’ De betreffende algemene maatregel van bestuur is het Besluit bijdragen reconstructie- en saneringsplannen, Stb. 1969, 87, en alle daarop volgende besluiten en regelingen met betrekking tot locatie-gebonden subsidies. Het ruimtelijk beleid is beschreven in het rapport institutioneel onderzoek Ruimtelijke ordening en geo-informatie, (pivot rapport nr. 120) en in de selectielijst Ruimtelijke ordening (Staatscourant 2002, nr. 215).

• Het milieubeheer speelt een rol bij grondwerken, bouwmaterialen en bouwtechnieken , waar in toenemende mate milieu-eisen worden gesteld ter wering van bouwmaterialen die milieuproblemen opleveren (asbest, spaanplaat), evenals eisen ter voorkoming van de uitputting van voorraden (tropisch hardhout) en in het algemeen ter bevordering van duurzaamheid van materialen en woningen. (Rapport institutioneel onderzoek ‘Milieubeheer’, pivot rapport nr. 94, selectielijst Milieubeheer, Staatscourant 2003, nr. 155, 157, 158)

• Vergoeding van oorlogsschade, omdat met de middelen daartoe de wederopbouw kon worden gefinancierd, werd uitgevoerd door het ministerie van Financiën. Het behartigen van deze belangen wordt beschreven in het rapport institutioneel onderzoek ‘Materiële oorlogs- en watersnoodschade’ (pivot rapport nr. 127).

• Economisch beleid: Energiebeleid, in het bijzonder de bijdrage van electrititeit en gas aan de woningkwaliteit; Bevordering van energiebesparende maatregelen in de woningbouw. (Rapporten institutioneel onderzoek ‘Energiebeleid, pivot rapport nr. 82, Eenergiedelfstoffen, pivot rapport nr. 83)

• Arbeidsvoorziening in geval van werkverschaffing bij wederopbouwprojecten en het treffen van voorzieningen daartoe (werkkampen) met name in de periode van wederopbouw door de Dienst Uitvoering Werken (DUW). (rapport: Arbeidsvoorzieningen/arbeidsmarkt, pivot rapport nr. 134; selectielijst Arbeidsvoorziengsbeleid, Stcrt 2005/9)

• Prijsbeleid, voorzover het huurprijzen betreft. (Rio: ‘Economische controle en prijsbeleid’, pivot rapport nr. 108)

• Belastingbeleid. Het gaat hierbij om invoering van het huurwaardeforfait van koopwoningen en de aftrek van hypotheekrente. (vgl. Pivot rapport 65: Belastingen, de geheiligde schuld)

• Ontwikkelingssamenwerking. Hierbij moet worden gedacht aan de volkshuisvesting in bidonvilles, bairros de lata of favelas, de verstedelijkte achterstandsgebieden in ontwikkelingslanden. (Rio raport: Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, pivot rapport nr. 103).

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, beleidsterrein Volkshuisvesting 1945–1996
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
06-08-2005
BWB-id
BWBR0018408
Versie
2005-08-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl