wetzoeker

38. Minister van Binnenlandse Zaken Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Heffing van Rijksbelastingen vanaf 1945

Raad voor de waardering van onroerende zaken

21

Handeling: Het vragen van adviezen aan de Stuurgroep Onroerend-goedbelastingen omtrent aangelegenheden welke verband houden met de heffing van onroerend-goedbelastingen

Periode: 1985–1991

Grondslag: Beschikking nr. 585-25890, instelling Stuurgroep Onroerend-goedbelastingen, art. 1

Waardering: B, 1

42

Handeling: Het doen van voordrachten tot het benoemen van adviserende leden van de Raad voor de waardering van onroerende zaken

Periode: 1991–1994

Grondslag: Besluit van 07-11-1991, Stb. 565, art. 4; ingetrokken bij besluit van 23-12-1994, Stb. 965

Waardering: V, 10 jaar na einde zittingstermijn

V, 10 jaar na afwijzing voordracht

Wet inkomstenbelasting 1964

998

Handeling: Het overeenstemmen dan wel overleggen met de Minister van Financiën omtrent het opstellen, wijzigen en intrekken van een ministeriële regeling betreffende de zgn. willekeurige afschrijving wegens investeringsaftrek, (mede) op grond van de Wet inkomstenbelasting 1964

Periode: 1994–2000

Grondslag: Wet inkomstenbelasting 1964,

– art. 10.3b, bij wijziging van 29-07-1994, Stb. 610 jo 611;

– art. 10.4b, bij wijziging van 29-07-1994, Stb. 610 jo 611;

– art. 10.8b, bij wijziging van 29-07-1994, Stb. 610 jo 611; gewijzigd bij wijziging van 04-10-1995, Stb. 494 in: art. 10.9b; gewijzigd bij wijziging van 20-12-1996, Stb. 654 in: 10.10b; gewijzigd bij wijziging van 22-12-1999, Stb. 579 in: art. 10.11b

Waardering: B, 1

1027

Handeling: Het overeenstemmen dan wel overleggen met de Minister van Financiën omtrent het opstellen, wijzigen en intrekken van een ministeriële regeling betreffende de zgn. willekeurige afschrijving en investeringsaftrek, (mede) op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001

Periode: 2001–

Grondslag: Wet inkomstenbelasting 2001 art. 3.34.1, art. 3.34.3, art. 3.36.2, art. 3.37.1, art.3.52.1a

Waardering: B, 1

1044

Handeling: Het instellen van beroep in cassatie tegen een uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven ter zake van schending of verkeerde toepassing van art. 3.37.1 Wet Inkomstenbelasting 2001 m.b.t. het begrip ‘bedrijfsmiddelen’

Periode: 2001–

Grondslag: Wet inkomstenbelasting 2001 art. 3.37.3

Waardering: V, 20 jaar na uitspraak

Ondernemingsbelasting

411

Handeling: Het, gezamenlijk met de Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën, voor elk geval afzonderlijk vaststellen welk gedeelte van de aanslagen in de ondernemingsbelasting van ondernemingen met bedrijfsinrichtingen die zich over meer dan één gemeente uitstrekken t.b.v. van de door de inspecteur aangewezen gemeente toekomt aan de andere gemeente

Periode: 1945–1950

Grondslag: Besluit op de Ondernemingsbelasting 1942, art. 30

Waardering: B, 6

414

Handeling: Het samen met de Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën opstellen, wijzigen en intrekken van voorschriften m.b.t. de uitkering aan de gemeenten van hetgeen haar ingevolge dit besluit toekomt

Periode: 1945–1950

Grondslag: Besluit op de Ondernemingsbelasting 1942, art. 32

Waardering: B, 6

415

Handeling: Het samen met de Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën opstellen, wijzigen en intrekken van voorschriften welke noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het Besluit op de Ondernemingsbelasting 1942 (krachtens uitbreiding van het artikel in 1944, VB 45, zijn de departementen ook bevoegd in de voorschriften verplichtingen op te leggen aan andere personen dan de belastingplichtige)

Periode: 1945–1950

Grondslag: Besluit op de Ondernemingsbelasting 1942, art. 33

Waardering: B, 6

425

Handeling: Het voorbereiden van een Koninklijk Besluit houdende goedkeuring van de verordening houdende de vaststelling door de gemeente Eindhoven van het vermenigvuldigingscijfer voor de ondernemingsbelasting over 1945

Periode: 1947

Grondslag: Wet van 27-06-1947, Stb. H 209, houdende afwijking van artikel 19 van het Besluit op de Ondernemingsbelasting 1942 t.b.v. de gemeente Eindhoven, art. 1

Waardering: B, 6

Personele belasting

583

Handeling: Het voorbereiden, wijzigen en intrekken van Koninklijke Besluiten houdende vaststelling van gemeentelijke verordeningen m.b.t. de heffing van personele belasting

Periode: 1945–1950

Grondslag: Wet op de Personeele Belasting 1896, art. 78

Waardering: B, 1/6

585

Handeling: Het samen met de Minister van Financiën, Gedeputeerde Staten gehoord, voor één of meerdere jaren indelen in een andere klasse of klassen ter bevordering van de gelijkmatigheid van de klasse-indeling van gemeenten ter heffing van de personele belasting

Periode: 1950–1979

Grondslag: Wet op de personele belasting 1950, art. 5.4

Waardering: B, 5

Wet waardering onroerende zaken

1095

Handeling: Het voordragen voor benoeming, schorsing of ontslag van adviserende leden van de Waarderingskamer

Periode: 1995–

Grondslag: Wet waardering onroerende zaken art. 6.1 en art. 6.2

Waardering: V, 10 jaar na einde zittingstermijn

V, 10 jaar na afwijzing voordracht

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Heffing van Rijksbelastingen vanaf 1945
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
01-09-2005
BWB-id
BWBR0018289
Versie
2005-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl