wetzoeker

7.5.4.4. Motorrijtuigenbelasting Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Heffing van Rijksbelastingen vanaf 1945

Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966

789

Handeling: Het voorbereiden, wijzigen en intrekken van algemene maatregelen van bestuur:

1. houdende voorwaarden m.b.t. het verlenen van vrijstelling van motorrijtuigenbelasting;

2. houdende voorwaarden waaronder, voor bijzondere gevallen of groepen van gevallen, gehele of gedeeltelijke vrijstelling van motorrijtuigenbelasting kan worden verleend;

3. houdende regels ingevolge welke in de daarbij te bepalen gevallen niet met een motorrijtuig op de openbare weg mag worden gereden/de weg mag worden gebruikt (vanaf 1975) zonder een aangewezen bewijsstuk waaruit blijkt dat de motorrijtuigenbelasting is voldaan of is verschuldigd;

4. houdende voorwaarden waaronder het gewicht van een installatie voor het verplaatsen of vastzetten van een rolstoel niet meegerekend wordt bij het vaststellen van het eigen gewicht van een motorrijtuig

Periode: 1966–1995

Grondslag: Wet motorrijtuigenbelasting 1966,

1. art. 9.1;

2. art. 9.4;

3. art. 12;

4. art. 5.4 vanaf wetswijziging 24-12-1993, Stb. 760

Waardering: B, 1

800

Handeling: Het opstellen, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen:

1. houdende voorwaarden m.b.t. motorrijtuigen en de omvang en samenstelling van wagenparken waarvoor verzoeken ingediend kunnen worden om deze voor de heffing van de motorrijtuigenbelasting niet te beschouwen als personenauto als bedoeld in de Wet belasting van personenauto's en motorrijwielen;

2. houdende voorwaarden m.b.t. de behandeling van verzoeken van belastingplichtigen, die in bezit zijn van een invalidenparkeerkaart inzake vrijstelling van motorrijtuigenbelasting, waarvoor door de hantering van de definitie van personenauto uit de Wet belasting van personenauto's en motorrijwielen voor de voertuigen wel belasting verschuldigd zou zijn

Periode: 1994–1995

Grondslag: Wet van 16-12-1993, Stb. 673, tot wijziging van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 i.v.m. verruiming van het begrip personenauto,

1. art. VII.4, vervallen bij wijziging van 01-07-1998, Stb. 416;

2. art. VII.5

Waardering: B, 1

Wijzigingswet Wet infrastructuurfonds en de Wet op de motorrijtuigenbelasting vanwege de herziening voeding van het Infrastructuurfonds

1105

Handeling: Het voorbereiden, opstellen en verzenden van een verslag aan de Staten-Generaal over de gevolgen van het in art. 31 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting bedoelde nihil tarief voor motorrijtuigen die zijn ingericht en bestemd om hoofdzakelijk te worden aangedreven door een elektromotor

Periode: 1996–

Grondslag: Wijzigingswet Wet infrastructuurfonds en de Wet op de motorrijtuigenbelasting vanwege de herziening voeding van het Infrastructuurfonds art. III

Waardering: B, 1/3

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Heffing van Rijksbelastingen vanaf 1945
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
01-09-2005
BWB-id
BWBR0018289
Versie
2005-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl