wetzoeker

7.5.3.1. Vermogensbelasting Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Heffing van Rijksbelastingen vanaf 1945

505

Handeling: Het voorbereiden, wijzigen en intrekken van een algemene maatregel van bestuur bepalende dat een Nederlander die militair is geacht wordt blijvend buiten het Rijk werkzaam te zijn zodat voor de heffing van vermogensbelasting de Nederlander geacht wordt niet woonachtig te zijn binnen het Rijk. (fictieve belastingplicht)

Periode: 1972–1989

Grondslag: Wet op de vermogensbelasting 1964, art. 2.2 bij wijziging van 26-01-1972, Stb. 43; vervallen bij wet van 27-04-1989, Stb. 122

Waardering: B, 1

1088

Handeling: Het opstellen, wijzigen en intrekken van een Koninklijk Besluit ter bepaling van de inwerkingtreding van de Wet op de vermogensbelasting 1964

Periode: 1965–2000

Grondslag: Wet op de vermogensbelasting 1964, art 28

Waardering: V, 10 jaar

7.5.3.3. Natuurschoonwet 1928

596

Handeling: Het, gezamenlijk met de Minister van Landbouw Natuurbeheer en Visserij, voorbereiden, wijzigen en intrekken van algemene maatregelen van bestuur:

1. houdende regels inzake de voorwaarden waaraan onroerend goed moet voldoen om te kunnen worden aangemerkt als een landgoed;

2. houdende vaststelling welke bescheiden, naast een beschrijving van de karakteristieke verschijningsvorm van het onroerend goed alsmede uittreksels uit de kadastrale legger en kadastrale plans, bij een verzoek om rangschikking moeten worden overgelegd alsmede houdende regels betreffende de inhoud van de beschrijving en van de andere bescheiden en de voorwaarden m.b.t. het kosteloos afgeven van de bedoelde uittreksels

Periode: 1989–1993

Grondslag: Natuurschoonwet 1928,

1. art. 1.3; vanaf 25-05-1989, Stb. 205;

2. art. 2.2; vanaf 25-05-1989, Stb. 205

Waardering: B, 1

598

Handeling: Het samen met de Minister van Landbouw en Visserij (1940–1943/7), van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming (1943–1947), van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (1947–1965), van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (1965–1982), van Landbouw en Visserij (1982–1995), en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (1995–heden) afwijzen en toewijzen, onder het stellen van voorwaarden onder andere welke van belang zijn voor het behoud van het landgoed (vanaf 1947) en (vanaf 1956:) onder goedkeuring van regelen m.b.t. de openstelling voor het publiek en (vanaf 1989:) m.b.t. de termijn waarbinnen geen hernieuwd verzoek tot rangschikking mag worden gedaan, van verzoeken om onroerend goed; vanaf 1989: onroerende zaken aan te merken als een landgoed waarvoor het voortbestaan belangrijk wordt geacht voor het behoud van het natuurschoon alsmede het, al dan niet op verzoek, verlengen, wijzigen, controleren van de naleving van de voorwaarden en het intrekken van de toewijzing. (rangschikking)Periode: 1928–

NB: Deze handeling begint bij hoge uitzondering in 1928. In verband met de in het verleden gehanteerde wijze van archivering is dit noodzakelijk

Grondslag: Natuurschoonwet 1928, art. 2, 3, 7, 8 vanaf 1956, Stb. 362; vanaf 25-05-1989, Stb. 205 art. 2.1.3, 3, 4, 7, 8.3, art. 3a.1.2 vanaf 16-11-1995, Stb. 582;

Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 art. 7.1, art. 7.2; gewijzigd bij wijziging van 14-06-1996, Stb. 380 in: art. 7.3

Waardering: V, 7 jaar

NB: De vergelijkbare handeling van de Minister van LNV (de eerst verantwoordelijke actor) is gewaardeerd op V, 7 jaar

610

Handeling: Het, gezamenlijk met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, afwijzen en toewijzen van verzoeken om verklaringen af te geven aan eigenaren dat door hem voorgenomen handelingen niet zullen leiden tot intrekking van de rangschikking van het landgoed onder de Natuurschoonwet

Periode: 1989–

Grondslag: Natuurschoonwet 1928, vanaf 25-05-1989, Stb. 205, art. 3.5, vanaf 14-12-2000, Stb. 551, art. 3.8

Waardering: B, 1

1090

Handeling: Het, gezamenlijk met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, aanmerken van onroerende zaken als welke nog niet voldoen aan de wettelijke vereisten, als zijnde landgoed

Periode: 1996–

Grondslag: Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 vanaf 14-06-1996, Stb. 380, art. 3.3

Waardering: B, 1

1091

Handeling: Het, gezamenlijk met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, vaststellen van modellen (beplantingsplan, beschrijving onroerende zaak) t.b.v. het verzoek om een onroerende zaak als landgoed aan te merken

Periode: 1996–

Grondslag: Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 vanaf 14-06-1996, Stb. 380, art. 7.1.2

Waardering: B, 1

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Heffing van Rijksbelastingen vanaf 1945
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
01-09-2005
BWB-id
BWBR0018289
Versie
2005-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl