7.5.2.3. Vennootschapsbelasting (deel 1) Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Heffing van Rijksbelastingen vanaf 1945
Besluit op de vennootschapsbelasting 1942
1125
Handeling: Het bepalen dat, in gevallen of groepen van gevallen, verplichtingen tot verwerving van bedrijfsmiddelen, aangegaan tussen vennootschappen, waarbij één der vennootschappen deelneemt in het kapitaal van de andere vennootschap, voor de toepassing van art. 8a Besluit op de inkomstenbelasting 1941 buiten aanmerking gelaten worden
Periode: 1953–1969
Grondslag: Besluit op de vennootschapsbelasting 1942, v.a. 1953 Stb. 591, art. 6.3
Waardering: V, 10 jaar
Wet op de vennootschapsbelasting 1969
469
Handeling: Het bepalen dat t.a.v.
1. lichamen die aangemerkt zijn als beleggingsinstelling;
2. lichamen welker feitelijke werkzaamheid bestaat in het beleggen van vermogen of overeenkomende werkzaamheid;
3. ondernemingen van publiekrechtelijke lichamen;
4. lichamen als bedoeld in art. 10 Wet belastingherziening 1950,
art. 14a van de Wet inkomstenbelasting 1964 (aftrek van vermogen bij de bepaling van de winst) geheel of gedeeltelijk geen toepassing vindt. (uitsluiting vermogensaftrek)
Periode: 1986–1998
Grondslag: Wet vennootschapsbelasting 1969, bij wijziging van 01-05-1986, Stb. 247, art. 8.4; gewijzigd bij wijziging van 28-12-1989, Stb. 601 in: art. 8.8; gewijzigd bij wijziging van 13-12-1996, Stb. 655 in: art. 8.9; vervallen bij wijziging van 18-12-1997, Stb. 731
Waardering: V, 7 jaar na vervallen/intrekken van de beschikking
470
Handeling: Het bepalen dat bij de heffing van de vennootschapsbelasting toepassing van art. 11 van de Wet inkomstenbelasting (het opvoeren van aftrekposten voor investeringen ten laste van de winst) niet mogelijk is voor aangegane verplichtingen door een vennootschap welker kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld:
1. ter zake van de verwerving van een onderneming tegen uitreiking van aandelen;
2. tegenover een persoon of lichaam dat voor tenminste 1/3 gedeelte van het nominaal gestorte kapitaal in de laatste 5 jaar aandeelhouder is geweest;
3. tegenover een andere vennootschap welker kapitaal in aandelen is verdeeld indien de belastingplichtige in die vennootschap voor 1/3 aandeelhouder is geweest gedurende de laatste 5 jaar. (uitgesloten verplichtingen investeringsaftrek)
Periode: 1989–
Grondslag: Wet vennootschapsbelasting 1969, bij wijziging van 28-12-1989, Stb. 601, art. 8.5; gewijzigd bij wijziging van 13-12-1996, Stb. 655 in: art. 8.6; gewijzigd bij wijziging van 11-05-2000, Stb. 216 in: art. 8.8
Waardering: V, 7 jaar na vervallen/intrekken van de beschikking
1083
Handeling: Het afwijzen of toewijzen, onder te stellen voorwaarden, van verzoeken om samenwerkende groepen van niet-verbonden lichamen aan te merken als verbonden lichamen
Periode: 1996–
Grondslag: Wet vennootschapsbelasting 1969, art. 10a.4 bij wijziging van 13-12-1996, Stb. 651
Waardering: V, 7 jaar na vervallen/intrekken van de beschikking of na afwijzing verzoek
472
Handeling: Het afwijzen of toewijzen, onder daarbij te stellen voorwaarden, van verzoeken om af te wijken om ter zake van een vervreemding van een deelneming, aan een met de belastingplichtige en het lichaam verbonden lichaam voor zover een vordering is afgewaardeerd t.l.v. de in Nederland belastbare winst en indien de vordering wordt overgebracht of vervreemd of omgezet, niet te rekenen tot de winst van de belastingplichtige tot een bedrag gelijk aan de afwaardering van de vordering. (omzetting afgewaardeerde en prijsgegeven vorderingen)
Periode: 1990–2000
Grondslag: Wet vennootschapsbelasting 1969, bij wijziging van 25-04-1990, Stb. 173, art. 13b.3; vervallen bij wijziging van 14-12-2000, Stb. 570
Waardering: V, 20 jaar na afhandeling
1084
Handeling: Het afwijzen of toewijzen, onder te stellen voorwaarden, van verzoeken om toe te staan dat het voordeel dat als gevolg van de in het art. 13k.1 bedoelde vervreemding tot uitdrukking komt, geheel of ten dele buiten aanmerking te laten
Periode: 2001–
Grondslag: Wet vennootschapsbelasting 1969, art. 13k bij wijziging van 11-05-2000, Stb. 216
Waardering: V, 7 jaar na vervallen/intrekken van de beschikking of na afwijzing verzoek
474
Handeling: Het wel/niet verlenen van ontheffing van het verbod om binnen drie jaar na overdracht van de onderneming in het kader van een bedrijfsfusie aan een ander lichaam de bij de overdracht verkregen aandelen in dat lichaam te mogen vervreemden (ontheffing vervreemdingsverbod van aandelen na bedrijfsfusie)
Periode: 1992–2000
Grondslag: Wet vennootschapsbelasting 1969, bij wijziging van 10-09-1992, Stb. 491, art. 14.1; vervallen bij wijziging van 11-05-2000, Stb. 216
Waardering: V, 7 jaar na vervallen/intrekken van de beschikking of na afwijzing verzoek
475
Handeling: Het afwijzen of toewijzen van verzoeken, onder daarbij te stellen (standaard)voorwaarden, om de winst die gemaakt wordt bij overdracht van (een onderdeel van) een onderneming buiten het kader van een fusie buiten aanmerking te laten. (vrijstelling overdrachtswinst bedrijfsfusie)
Periode: 1969–
Grondslag: Wet vennootschapsbelasting 1969, art. 14.2; bij wijziging van 10-09-1992, Stb. 491 opnieuw geformuleerd in: art. 14.3; gewijzigd bij wijziging van 20-12-1996, Stb. 659 in: art. 14.4; gewijzigd bij wijziging van 11-05-2000, Stb. 216 in: art. 14.2
Waardering: V, 7 jaar na het afgeven van de beschikking of machtiging of na afwijzing verzoek
Ingeval aanschrijvingen/gepubliceerde besluiten volgen op de genomen beslissingen is handeling ‘het geven, wijzigen van ambtelijke voorschriften... etc, handeling nr. 170 PIVOT-rapportage ‘Belastingver(h)effend’ van toepassing: B, 1
NB: De handeling wordt vanaf 1992 ook verricht door de Belastingdienst, zie betreffende selectielijst
Bij wijziging 1992, Stb. 491 kan de minister de inspecteur machtigen de beschikkingen af te geven. Vanaf medio 1993 is de afdoening van een deel van de verzoeken gedelegeerd aan de Belastingdienst
1085
Handeling: Het afwijzen of toewijzen, onder te stellen voorwaarden, van verzoeken om de winst behaald als gevolg van een splitsing geheel of ten dele buiten aanmerking te laten
Periode: 1998–
Grondslag: Wet vennootschapsbelasting 1969, art. 14a.3 bij wijziging van 17-06-1998, Stb. 350
Waardering: V, 7 jaar na vervallen/intrekken van de beschikking of na afwijzing verzoek
1086
Handeling: Het afwijzen of toewijzen, onder te stellen voorwaarden, van verzoeken om de winst behaald als gevolg van een fusie geheel of ten dele buiten aanmerking te laten
Periode: 1998–
Grondslag: Wet vennootschapsbelasting 1969, art. 14a.3 bij wijziging van 17-06-1998, Stb. 350
Waardering: V, 7 jaar na vervallen/intrekken van de beschikking of na afwijzing verzoek
1087
Handeling: Het afwijzen of toewijzen, onder te stellen voorwaarden, van verzoeken om de winst die bij of als gevolg van een ontbinding tot uitdrukking komt, niet in aanmerking te nemen
Periode: 2001–
Grondslag: Wet vennootsch.belasting 1969, art. 14c.1 bij wijziging van 14-12-2000, Stb. 567
Waardering: V, 7 jaar na vervallen/intrekken van de beschikking of na afwijzing verzoek
478
Handeling: Het afwijzen of toewijzen van verzoeken om af te wijken van de hoogte van het percentage van de te heffen vennootschapsbelasting bij verhoging, verkleining of het ongedaan maken van het gestorte kapitaal van een vennootschap door herkapitalisatie en het vaststellen van het bedrag van kapitaalsverkleining. (herkapitalisatieregeling)
Periode: 1969–
Grondslag: Wet vennootschapsbelasting 1969, art. 23.5; gewijzigd bij wijziging van 11-05-2000, Stb. 216 in: art. 34.3
Waardering: V, 7 jaar na vervallen/intrekken van de beschikking of na afwijzing verzoek
485
- Regeling
- Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Heffing van Rijksbelastingen vanaf 1945
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 01-09-2005
- BWB-id
- BWBR0018289
- Versie
- 2005-09-01_0