wetzoeker

46. Minister van Sociale Zaken/ en Werkgelegenheid/ en Volksgezondheid (deel 1) Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Heffing van Rijksbelastingen vanaf 1945

Loonbelasting

82

Handeling: Het samen met de Minister van Financiën afwijzen of toewijzen, onder voorwaarden en met aanwijzingen, op verzoeken om aangewezen te worden als pensioenregeling i.v.m. de heffing van loonbelasting

Periode: 1953–

Grondslag: Besluiten van de Commissie coördinatie sociale verzekering en loonbelasting

Waardering: V, 10 jaar na vervallen/intrekken van de beschikking

95

Handeling: Het aanwijzen, onder voorwaarden en aanwijzingen, van regelingen als premiespaarregelingen of winstdelingsspaarregeling indien deze regelingen slechts op ondergeschikte punten afwijken van de bepalingen in dit AMVB

Periode: 1961–1964

Grondslag: Besluit premiespaarregeling en winstdelingsspaarregeling, art. 30

Waardering: V, 10 jaar na vervallen/intrekken van de beschikking

96

Handeling: Het geven, wijzigen en intrekken van nadere regels in afwijking met dit besluit ten aanzien van aan een spaarregeling deelnemende werknemers, die overgaan in de dienst van een andere werkgever, en aldaar eveneens aan een spaarregeling deelnemen

Periode: 1961–1964

Grondslag: Besluit premiespaarregelingen en winstdelingsspaarregelingen, art. 31

Waardering: B, 1

98

Handeling: Het uitsluiten van regelingen als premiespaarregeling of winstdelingsspaarregeling indien de regeling niet wordt nageleefd of controle onvoldoende mogelijk is

Periode: 1961–1964

Grondslag: Besluit premiespaarregeling en winstdelingsspaarregelingen, art. 34

Waardering: V, 10 jaar na vervallen/intrekken van de beschikking

100

Handeling: Het, als overgangsmaatregel, aanwijzen van regelingen als (winstdelings-) spaarregeling voor de periode van 5 jaar na inwerkingtreding van dit Besluit onder voorwaarde de voorwaarden aan te passen aan dit Besluit

Periode: 1961–1964

Grondslag: Besluit premiespaarregeling en winstdelingsspaarregelingen, art. 36

Waardering: V, 10 jaar na vervallen/intrekken van de beschikking

106

Handeling: Het overleggen, mede-voorbereiden, wijzigen en intrekken van nadere regels/ministeriële regelingen, gesteld door de Minister van Financiën:

1. betreffende het aanwijzen als inhoudingsplichtigen van andere personen dan de aangewezen of ontheven van de verplichting als inhoudingsplichtigen genoemd in art. 6 en 7, in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, m.b.t.:

– degene, die krachtens overeenkomst met een ander tegen een beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en een opdrachtgever van die ander;

– degene, die een thuiswerker als hulp bij het verrichten van de arbeid bijstaat;

– degene, die als musicus of anderszins als artiest optreedt (vervallen bij wijziging van 11-05-2000, Stb. 216), dan wel als beroep een tak van sport beoefent;

2. naar welke wordt beoordeeld of de in het art. 3.1 bedoelde arbeid wordt verricht in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep;

3. m.b.t. betaling van belasting door aannemers, waarvoor zij hoofdelijk aansprakelijk zijn, op door onderaannemers geopende g-rekeningen;

4. m.b.t. het niet beschouwen als dienstbetrekking van de arbeidsverhouding van artiesten indien A) door beide ministers verklaard wordt dat artiesten werkzaamheden verrichten in de uitoefening van een bedrijf of zelfstandige uitoefening van een beroep B) de artiest is overeengekomen met een natuurlijke persoon t.b.v. diens persoonlijke aangelegenheden arbeid te verrichten;

5. betreffende het aanwijzen, in overeenstemming met de Minister van Financiën, van gevallen of groepen van gevallen waarin de dienstbetrekking niet wordt beschouwd als arbeidsverhouding van uitzendkrachten;

6. betreffende het aanwijzen, in overeenstemming met de Minister van Financiën, van gevallen of groepen van gevallen waarin de dienstbetrekking niet wordt beschouwd als arbeidsverhouding van degene die persoonlijke arbeid verricht op doorgaans ten minste 2 dagen p.w. tegen een bruto-inkomen dat een bepaald deel van het minimum-loon over een week bedraagt dan wel van degene, jonger dan 23 jaar waarvan het brutoloon, naar leeftijd vastgesteld, een bepaald deel van het minimum loon voor die leeftijdsgroep bedraagt;

7. m.b.t. het niet beschouwen als dienstbetrekking van de arbeidsverhouding van thuiswerkers en hulpen en personen die ten minste 2 dagen per week tegen een bepaald brutoloon dat een bepaald deel van het minimum loon bedraagt, ook indien men jonger is dan 23 jaar, voor hen die a) arbeid verrichten in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep, b) het verrichten van de arbeid rechtstreeks overeengekomen zijn met een natuurlijk persoon t.b.v. diens persoonlijke aangelegenheden c) arbeid van overwegend geestelijke aard verrichten, d) werkzaam zijn in een arbeidsverhouding die in overwegende mate beheerst wordt door een familieverhouding

Periode: 1965–1993

Grondslag: Wet op de loonbelasting 1964,

1. art. 8.2;

2. art. 3.3 bij wijziging van 20-07-1967, Stb. 396 art. XXII;

3. art. 32b.6 bij wijz. van 04-06-1981, Stb. 370; gewijzigd bij wijz. van 21-05-1986, Stb. 276 in: art. 32c.6; vervallen bij wijz. van 30-05-1990, Stb. 222;

Uitvoeringsbesluit op de loonbelasting 1965;

4. art. 2.3 bij wijziging van 14-12-1973, Stb. 629; vervallen bij wijziging van 28-12-1989, Stb. 603;

5. art. 2a.2 bij wijziging van 14-12-1973, Stb. 629; vervallen bij wijziging van 28-12-1989, Stb. 603;

6. art. 2c.4 bij wijziging van 14-12-1973, Stb. 629; vervallen bij wijziging van 28-12-1989, Stb. 603;

7. art. 2e bij wijziging van 14-12-1973 Stb. 629; vervallen bij wijziging van 28-12-1989, Stb. 603

Waardering: B, 1

132

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Financiën, afwijzen of toewijzen van verzoeken om te verklaren dat de arbeidsverhouding van artiesten niet als dienstbetrekking wordt beschouwd indien:

a. de artiest zijn werkzaamheden verricht in de uitoefening van een bedrijf of zelfstandige uitoefening van een beroep of

b. de artiest het optreden rechtstreeks is overeengekomen met een natuurlijk persoon t.b.v. diens persoonlijke aangelegenheden. (fictieve dienstbetrekking artiest)

Periode: 1967–1993

Grondslag: Uitvoeringsbesluit loonbelasting van 17-05-1965, Stb. 202, art. 2.2; bij wijziging van 27-06-1967, Stb. 346: art. 2.3; bij wijziging van 14-12-1973, Stb. 629: art. 2.2; vervallen bij wijziging van 25-01-1993, Stb. 70

Waardering: V, 10 jaar na vervallen/intrekken van de verklaring

134

Handeling: Het behandelen van verzoeken om het wel/niet afgeven, i.s.m. de Minister van Financiën, van inhoudingsplichtigenverklaringen voor door artiesten genoten loon

Periode: 1965–1989

Grondslag: Uitvoeringsbeschikking loonbelasting 1965, art. 2.2.; gewijzigd in Uitvoeringsbeschikking loonbelasting 1972 in: art. 5.2; vervallen bij wijziging van 14-11-1989, Stcrt. 223

Waardering: V, 10 jaar na intrekking/verloop van de verklaring

NB: Vanaf de inwerkingtreding van Uitvoeringsregeling Loonbelasting 1990 is deze taak overgenomen door de Belastingdienst. Zie hiervoor handeling 104

948

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën inzake het benoemen van de voorzitter en andere leden van de Adviescommissie fiscale behandeling pensioenen

Periode: 1999–

Grondslag: Uitvoeringsbesluit loonbelasting art. 10d.3 bij wijziging van 18-05-1999, Stb. 212; gewijzigd bij wijziging van 20-12-2000, Stb. 640 in: art. 10e.3

Waardering: V, 10 jaar na einde zittingstermijn

V, 10 jaar na afwijzing voordracht

145

Handeling: Het, i.s.m. de Minister Financiën, onder voorwaarden aanwijzen van regelingen als premiespaarregeling of winstdelingsspaarregeling die op slechts ondergeschikte punten afwijken van bepalingen in dit besluit

Periode: 1965–

Grondslag: Besluit premiespaarregelingen en winstdelingsspaarregelingen 1965, van 24-06-1965, Stb. 632; bij wijziging van 21-12-1972, Stb. 719 genaamd: Besluit bedrijfsspaarregelingen, art. 30

Waardering: V, 7 jaar na vervallen/intrekken van de verklaring

147

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Heffing van Rijksbelastingen vanaf 1945
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
01-09-2005
BWB-id
BWBR0018289
Versie
2005-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl