6. Actorenoverzicht (deel 1) Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Heffing van Rijksbelastingen vanaf 1945
Er zijn vele actoren die zich bewegen op het gebied van de belastingen. Immers, een ieder krijgt te maken met de belastingheffing. Dat er vele actoren zijn wil niet zeggen dat alle handelingen van alle actoren in deze selectielijst aan de orde moeten komen. Het onderzoek beperkt zich tot de actoren die aan enkele criteria voldoen. Er zijn vier criteria gehanteerd:
1. Valt de actor onder de Archiefwet 1995?
2. Maakt de betrokken actor onderdeel uit van de organisatie – in enge zin, doch met inbegrip van (interdepartementale) commissies en adviesraden – van waaruit het onderzoek plaatsvindt?
3. Wordt in een ander institutioneel PIVOT-onderzoek aandacht besteed aan de betrokken actor?
4. Verricht de actor handelingen op het beleidsterrein?
De voornaamste actor die in deze lijst naar voren komt is de Minister van Financiën.
Uiteraard komt ook de Belastingdienst als actor met regelmaat terug.
Buiten de Minister van Financiën zijn ook andere instanties actief binnen het belastinggebied. In nationaal verband kan de belastingbetaler als gevolg van bepalingen in de wetgeving zijn recht halen bij de Rechter, de Tariefcommissie en de Raad van State, afd. Rechtspraak. Via de Nationale Ombudsman, waarvoor afzonderlijke wetgeving van toepassing is, kan men zijn beklag doen met betrekking tot zijn/haar ondervindingen met betrekking tot het handelen of nalaten van de Belastingdienst.
Via de Commissies van de Verzoekschriften van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal kan de burger zijn problemen met betrekking tot de belastingheffing en/of belastinginning onder de aandacht brengen van de Eerste of Tweede Kamer. Alle hiervoor genoemde organen/instanties zullen de Minister van Financiën om opheldering verzoeken of in staat stellen verweer te geven. Middels art. 5 van de Grondwet heeft iedere burger het recht schriftelijke verzoeken bij het bevoegde gezag in te dienen. In het wetgevingstraject komen naast de beide Kamers der Staten-Generaal ook de Raad van State, verschillende commissies en deskundigen die advies geven als actoren naar voren. Ook verzoeken die bij de Koningin en het Kabinet van de Koningin vanwege belastingplichtigen binnenkomen worden voor afhandeling en/of advies voorgelegd aan de Minister van Financiën. Het Kabinet van de Koningin speelt ook een rol bij de totstandkoming en de uiteindelijke bewaring van de Koninklijke Besluiten.
Internationaal is er ook een aantal actoren waar te nemen.
Naast de contacten met andere mogendheden die voortvloeien uit met elkaar gesloten verdragen zijn er ook de zogenaamde volkenrechtelijke organisaties en hun instituten en onderdelen. Vanzelfsprekend zijn de EEG en de OESO vooraanstaande actoren.
Mochten de richtlijnen/besluiten van internationale organisaties waartoe Nederland, via verdragen, is toegetreden, leiden tot wijzigingen in bestaande nationale wetgeving dan worden deze wijzigingen automatisch in kaart gebracht bij de handelingenopsommingen van die wetgeving.
Actoren waarvan de handelingen in deze selectielijst zijn opgenomen:
Minister van Financiën, 1945–
Belast met het formuleren van het beleid betreffende het heffen van belastingen, het beleid m.b.t. de uitvoering van de fiscale wet- en regelgeving, het uitvoeren van de wet- en regelgeving en de besturing van de Belastingdienst.
Minister van Financiën te Londen, 1945
De minister zorgde voor de invoering van een verplichte inkomstenbelasting.
Rijkscommissaris voor het Bezette Nederlands gebied, 1945
De Rijkscommissaris had gedurende de bezetting de bevoegdheid belastingverordeningen af te kondigen.
Belastingdienst, 1945
Zorgt voor de uitvoering van de belastingwetgeving (onder verantwoordelijkheid van de Minister van Financiën) en is als actor afzonderlijk opgenomen i.v.m. de omvang van het handelen van de Dienst en de zelfstandigheid hierbij.
Departementale Werkgroepen, 1945–
Deze werden/worden belast met studie en advisering inzake het heffen van belastingen op grond van specifieke heffingswetten en worden (veelal) ingesteld door de Minister van Financiën. Om te vermijden dat een aantal werkgroepen die tijdens het onderzoek niet te achterhalen was, zijn algemene handelingen geformuleerd.
Commissie van advies inzake wettelijke regeling van de positie van adviseurs in belastingzaken, 1955–1958
De Commissie adviseerde m.b.t. de wettelijke positie van belastingadviseurs en formuleerde een voorstel m.b.t. een af te nemen examen voor belastingadviseurs.
Leden: mr. T.Y. Boltjes, voorzitter;
prof. W.J. de Langen, plv. voorzitter;
P. den Boer, secretaris, Ministerie van Financiën;
mr. H.M. van Ooijen, secretaris, Tariefcommissie;
Overige leden: mr. A.D. Belinfante (Justitie), J.B. Kloosterman (belastingconsulent), drs. G. Lasseur (Economische Zaken), F.T. Pesman (Belastingdienst), prof. A.M. van Rietschoten (buitengewoon hoogleraar UvA), mr. A. ten Sande (Financiën), B. Schippers (belastingconsulent), N.A. Theeuwes (belastingconsulent), mr. J.F. Udo (belastingconsulent), dr. P.G. van Vliet (Stichting Nederlandse associatie voor praktijkexamens), mr. H.F.J. Westerveld (inspecteur van het gymnasiaal en middelbaar onderwijs in de vijfde inspectie).
Adviescommissie voor een aantal fiscale vraagstukken, ‘Commissie Hofstra’, 1966–1971
De commissie werd in 1966 ingesteld en bracht verschillende rapporten uit. De opdracht van de commissie was te onderzoeken en adviseren over veranderingen, die tevens tot vereenvoudiging zouden leiden, in de belastingwetgeving en de uitvoering daarvan. Daar de commissie adviseerde m.b.t. de zgn. ‘algemene belastingheffing’ maar ook voorstellen deed tot wijziging in specifieke heffingswetten is de commissie als actor opgenomen in de PIVOT-rapportage ‘Belastingver(h)effend’ als in deze PIVOT-rapportage.
Leden: prof. mr. H.J. Hofstra, voorzitter; mr. M. Reuvers, secretaris;
prof. mr. K.V. Antal, K.A.J. Bierlaagh, mr. P. den Boer, J.W. Brinkman, prof. dr. J.H. Christiaanse, prof. mr. J.G. Detiger, D.J. Muller, A. Meering, A. Nooteboom, mr. W.L. Schenk, mr. J.J. Verseput.
Commissie ter bestudering van de belastingheffing van zelfstandigen in vergelijking met die van loontrekkenden, ‘Commissie Van Soest’, 1969–1971
Deze onderzocht en kwam met voorstellen tot wijziging van de fiscale wetgeving t.a.v. ongelijkheden bij de verdeling van de belastingdruk, verschillen in inkomensbesteding en economische functievervulling m.b.t. zelfstandigen en loontrekkenden.
Werkgroep Besparingen, ‘Commissie Van Franeker’, 1969–1971
Deze onderzocht en adviseerde m.b.t. met de mogelijkheden om d.m.v. wijzigingen in de wetgeving inzake de heffing van belastingen en sociale verzekeringspremies besparingen te bevorderen bij zowel werknemers als zelfstandigen.
Prof. mr. H.J. Hofstra, 1975–1978
In 1975 werd aan prof. mr. H.J. Hofstra verzocht een studie te wijden aan de herziening van de belastingheffing in verband met de inflatie. Het rapport ‘Inflatieneutrale belastingheffing’ dat in 1978 aan de Minister van Financiën werd aangeboden bevat zowel de neerslag van een studie die zowel meer ‘algemene aspecten’ m.b.t. de belastingheffing als wel voorstellen tot wijziging van specifieke heffingswetten. Derhalve is de actor zowel in de PIVOT-rapportage ‘Belastingver(h)effend’ als in deze rapportage opgenomen. De heer Hofstra werd bij de studie ter zijde gestaan door ambtenaren van het Ministerie van Financiën, directies AFP, AFEP, DB en IFZ.
Werkgroep ter bestudering van de belastinguitgaven, ‘Werkgroep Tax-expenditures’, 1977–1987
De werkgroep had als taak studie te verrichten naar in de Nederlandse fiscale wetgeving opgenomen bepalingen waaruit belastinguitgaven voortvloeien. Hierbij wordt gedoeld op bepalingen die lastenverlichtingen in zich houden en leiden tot verminderde belastinginkomsten dan wel (verborgen) subsidiëringen.
Leden: Ambtenaren van het Ministerie van Financiën aangevuld met prof. drs. V. Halberstadt en mr. J. Verburg, beiden hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Leiden.
- Regeling
- Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Heffing van Rijksbelastingen vanaf 1945
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 01-09-2005
- BWB-id
- BWBR0018289
- Versie
- 2005-09-01_0