wetzoeker

2.4. Taakgebied waartoe het beleidsterrein behoort Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Heffing van Rijksbelastingen vanaf 1945

Het taakgebied dat de Minister van Financiën bestrijkt, is dat terrein van overheidsbemoeienis waar het beleid ten aanzien van het samenstel van inkomsten en uitgaven van de Nederlandse overheid wordt vormgegeven en uitgevoerd. Deze hoofdtaak van de Minister van Financiën is te herleiden naar een aantal specifieke beleidsterreinen:

1. het financieel-economische beleid (nationaal en internationaal), dit beleidsterrein wordt voornamelijk vormgegeven door de Generale Thesaurie;

2. het begrotingsbeleid voor de Nederlandse overheid/de Rijksbegroting wordt vormgegeven door het Directoraat-Generaal voor de Rijksbegroting;

3. het fiscale beleid (voorbereiding van het algemene fiscale beleid, van fiscale wetten en maatregelen en het sluiten en uitvoeren van belastingverdragen) is hoofdzakelijk opgedragen aan het Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken;

4. het beleid ten aanzien van en de uitvoering van de fiscale wetgeving ligt bij het Directoraat- Generaal der Belastingen.

De beleidsterreinen 3 en 4 die invulling en uitvoering geven aan het heffen, invorderen en de controle op de heffing van belastingen van rijkswege draagt van oudsher bij aan een belangrijk deel van de inkomsten. Hierbij kan een aantal hoofdtaken onderscheiden worden:

1. het voorbereiden en vaststellen van nationaal en internationaal belastingbeleid;

2. het zorgdragen voor de uitvoering van in internationaal verband overeengekomen bepalingen met betrekking tot de heffing en inning van belastingen;

3. het zorgdragen voor het beleid ten aanzien van de uitvoering van de belastingwetgeving;

4. het besturen van de Belastingdienst;

5. het uitvoeren van (bepalingen opgenomen in) de (belasting) wet- en regelgeving.

Overigens worden de inkomsten, ook die uit belastinggelden, ook gebruikt voor de financiering van andere overheidsbemoeiingen op andere beleidsterreinen.

Het fiscale beleid is niet alleen gericht op het verkrijgen van inkomsten maar heeft ook een sturende werking op andere gebieden. Zo kunnen bijvoorbeeld de bestedingen worden beïnvloed of de lastenverdeling over de bevolking. De economische sturing kan door middel van fiscale maatregelen worden vormgegeven. Voor de genoemde sturing kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van speciaal in het leven geroepen vrijstellingsregelingen of verhoging/verlaging van de belastingtarieven.

Daarnaast kan door middel van fiscale maatregelen invloed worden uitgeoefend op het behoud van het Nederlandse natuurschoon. Dit is gedaan in de Natuurschoonwet van 1928. De fiscale maatregelen houden in dat landeigenaren die, nadat vastgesteld is dat hun landgoed van belang is voor het behoud van het Nederlandse natuurschoon, minder belasting betalen. Bij de verdeling van taken in 1982, Stb. 613, komen de taken bij de Ministers van Landbouw en Visserij en van Financiën. Tegenwoordig liggen veel verantwoordelijkheden die voortkomen uit deze wet bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Voor een inzicht op dit overheidshandelen wordt verwezen naar het RIO nr. 79 Natuur- en landschapsbeheer en relatienotabeleid (ISBN 90-74442-78-1).

De hoofdlijnen van het fiscale beleid zijn vooral vastgelegd in een grote hoeveelheid wet- en regelgeving, nota's ten behoeve van de gedachtevorming van de ambtelijke leiding en het parlement maar ook in rapporten van (interdepartementale) werkgroepen en commissies. Belangrijke lijnen in het beleid ten aanzien van de uitvoering van de fiscale wetgeving zijn neergelegd in instructies, leidraden en aanschrijvingen aan de Belastingdienst.

Grote herziening van het belastingstelsel kwam op gang nadat een staatscommissie onder leiding van dhr. Van den Berge in 1948 werd geïnstalleerd. De adviezen van deze commissie leidden tot nieuwe fiscale wetgeving. De fiscale wetten van voor de oorlog, maar ook de fiscale besluiten die gedurende de oorlog onder leiding van de bezetter waren afgekondigd werden vervangen. De daadwerkelijke vervanging gebeurde in de periode tot aan 1970. De bepalingen van het formele recht werden uit de heffingswetten gehaald en in de Algemene wet inzake rijksbelastingen opgenomen. In de jaren zeventig en tachtig weerspiegelen de maatschappelijke veranderingen steeds meer in de fiscale regelgeving (fiscale positie werkende gehuwde vrouw, oudedagsreserve). De belastingheffing bleef altijd een bron van nader studie en vereenvoudiging. Als bewijs kunnen hiervoor dienen rapportages van prof. mr. H.J. Hofstra (inflatieneutrale belastingheffing), W.J. van Bijsterveld (fraudebestrijding) en de commissies Oort en Stevens (vereenvoudigingsstudies).

Met ingang van 1992 is de verbruiksbelasting op milieugrondslag onder verantwoordelijkheid van de Minister van Financiën gebracht en vervangt deels de heffing die gegrond was op bepalingen in de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne. De Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) regelt per 1995 de waardering van onroerende zaken ten behoeve van belastingheffing door Rijk, gemeenten en waterschappen. De Wet WOZ heeft tot gevolg dat deze partijen samenwerken. In 1994 kwam het Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagen tot stand. Daarnaast bestond de richtlijn nr. 93/89/EEG (PbEG L 279), van de Raad van de Europese Gemeenschapppen. Deze richtlijn regelde de toepassing door de Lid-Staten van de belastingen op sommige voor het goederenvervoer over de weg gebruikte voertuigen en van de voor het gebruik van sommige infrastructuurvoorzieningen geheven tolgelden en gebruiksrechten. Om dit verdrag en deze richtlijn volledig binnen onze wet- en regelgeving te kunnen implementeren kwam in 1995 de Wet belasting zware motorrijtuigen tot stand.

Als meest recente studie van belang valt te noemen de nota ‘Belastingherziening 2001’ waarin nieuwe voorstellen worden gedaan ter verbetering en vereenvoudiging van de belastingheffing. Voor een uitgebreidere beschrijving van het beleidsterrein en de ontwikkelingen daarop wordt verwezen naar de te verschijnen PIVOT-rapportage ‘Belastingen: de geheiligde schuld’.

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Heffing van Rijksbelastingen vanaf 1945
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
01-09-2005
BWB-id
BWBR0018289
Versie
2005-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl