wetzoeker

Inleiding (deel 1) Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Militaire Operatiën periode vanaf 1945 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Het PIVOT-rapport Te land, ter zee en in de lucht. Een institutioneel onderzoek naar taken en handelingen op het beleidsterrein militaire operatiën van het ministerie van Defensie en voorgangers, 1945–1993 is in 1998 gereed gekomen. Het rapport is het resultaat van institutioneel onderzoek bij het Ministerie van Defensie en behandelt de periode 1945–1993. De selectielijst die is gebaseerd op dit rapport werd vastgesteld bij beschikking van 26 april 2002 (Stcrt. 2002/14).

In de periode mei–augustus 2002 werd door het ministerie van Defensie een aanvullend rapport opgesteld over de periode 1994–2002.

Dit basis selectie document (BSD) is daarvan het product Het BSD geldt als de selectielijst zoals bedoeld in artikel 5 van het Archiefbesluit (KB 15 december 1995, Stb. 671), ter uitvoering van de Archiefwet 1995 (28 april 1995, Stb. 276). Het BSD maakt het mogelijk het handelen van de rijksoverheid op het beleidsterrein militaire operatiën te beoordelen en omvat de resultaten, met afwegingen, van het selectieproces.

Het taakgebied Defensie en het beleidsterrein militaire operatiën

De grondslag voor de overheidstaken op het gebied van de Nederlandse defensie is gelegen in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, waarin ondermeer wordt verklaard dat ‘de handhaving van de onafhankelijkheid en de verdediging van het Koninkrijk’ een aangelegenheid van het Koninkrijk is. De Grondwet stelt vervolgens: ‘tot bescherming der belangen van de staat is er een krijgsmacht, bestaande uit vrijwillig dienenden en dienstplichtigen’ en ‘de regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht’.

1 Artikel 3, lid 1, Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden 1954 (Stb. 503), zoals gewijzigd in 1975 (Stb. 617) en 1985 (Stb. 148 en 452). Artikel 98, lid 1 en 2, Grondwet 1987 (Stb. 458).

De feitelijke afschaffing van de opkomstplicht noopte tot een herziening van de Grondwet die in 1995

2 Stb. 1995, nr. 401.

haar beslag kreeg. Artikel 98, eerste lid luidde voortaan: Tot bescherming van de belangen van de staat is er een krijgsmacht die bestaat uit vrijwillig dienenden en mede kan bestaan uit dienstplichtigen.

Op grond van de in het Statuut en de Grondwet neergelegde bepalingen kan de hoofddoelstelling op het taakgebied defensie geformuleerd worden als het met militaire middelen handhaven van de in- en uitwendige veiligheid van het Koninkrijk der Nederlanden. Om deze hoofddoelstelling en de daaruit voortvloeiende taken uit te kunnen voerden namens de regering tot 1959 de ministers van Marine en van Oorlog het gezag uit over de krijgsmacht; sinds 1959 is dit de Minister van Defensie. Het ministerie van Defensie beschikt over een krijgsmacht, die bestaat uit drie (krijgsmacht)delen: de Koninklijke Marine, de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht (alsmede de Koninklijke Marechaussee). Deze organisatie schept het kader voor militair personeel om effectief gebruik te maken van militair materieel.

De opbouw en instandhouding van militair personeel en materieel is echter geen doel op zich, maar vormt een randvoorwaarde om tot de uitvoering van de hoofddoelstelling te komen. De beleidsterreinen militair personeel en militair materieel, alsmede andere taakvelden die als randvoorwaarden kunnen worden beschouwd, zijn reeds beschreven in andere institutionele onderzoeken (zie 1.2).

3 In Geef acht (PIVOT-rapport nr. 25), 103 en 129, wordt in verband met opleidingen en ontwikkeling, sport en ontspanning bij de KL gesteld dat deze in het RIO van het beleidsterrein militaire operatiën zouden worden beschreven. Er is inmiddels besloten om dit, in het kader van het onderhoud van het BSD militair personeel, daar op te nemen.

Het beleidsterrein militaire operatiën behelst de daadwerkelijke uitvoering van de handhaving van de in- en uitwendige veiligheid van het Koninkrijk der Nederlanden, en een deel van de voorbereiding daarvan. Het wordt onderverdeeld in vier subdoelstellingen, de zogenaamde taakvelden:

4 Deze deeltaakvelden zijn enigszins anders geformuleerd dan de ‘officiële’ subdoelstellingen zoals weergegeven in 1.2, om ze beter aan te laten sluiten op de titels van de hoofdstukken waarin ze worden behandeld.

I. Het zorgdragen voor de territoriale verdediging van het Koninkrijk der Nederlanden (hst. 4).

II. Het in bondgenootschappelijk verband leveren van een bijdrage aan de verdediging van het bondgenootschappelijk verdragsgebied (hst. 5).

III. Het in internationaal verband leveren van een bijdrage aan internationale vrede en veiligheid (hst. 6).

IV. Het verlenen van militaire bijstand en steun in het openbaar belang (hst. 7).

Deze taakvelden overlappen elkaar gedeeltelijk, zeker wat de beleidsvoorbereiding en -evaluatie betreft. Een aantal handelingen die hieruit voortvloeien zijn voor alle vier taakvelden hetzelfde, zoals bijvoorbeeld het voorbereiden en bepalen van het Defensiebeleid, het instellen, wijzigen, verplaatsen en opheffen van organisatie-onderdelen of het voorbereiden van het overleg met en het informeren van de Staten-Generaal. In plaats van al deze handelingen apart op te nemen in de hoofdstukken die de taakvelden beschrijven is gekozen om ze op te nemen in een aparte lijst met algemene handelingen (3.3.4). De handelingen die voor de respectievelijke taakvelden overblijven zijn voornamelijk gerelateerd aan wet- en regelgeving en de uitvoering van beleid door de (afdelingen van) de krijgsmachtdelen.

Taakveld I beslaat kortgezegd de verdediging van het Nederlandse territorium en dat van de Nederlandse Antillen. De territoriale verdediging van Nederlands-Indië, Nieuw-Guinea en Suriname is in dit institutioneel onderzoek buiten beschouwing gelaten – afgezien van de beleidsmatige voorbereiding daarvan – daar de onderhavige archieven (die ten dele al reeds zijn bewerkt) niet aan een PIVOT-onderzoek zullen worden onderworpen, gezien hun specifieke karakter en het feit dat het beschrijven van handelingen voor toekomstige archiefselectie niet meer van toepassing is op deze gebieden.

Naast de beschrijving van het wettelijke kader voor de uitoefening van het militair gezag onder oorlogsomstandigheden en aanverwante maatregelen en bevoegdheden, komt in hoofdstuk 4 voornamelijk de (voorbereiding van de) uitoefening van de territoriale verdediging aan de orde. In vredestijd worden militairen geoefend en voorbereid op hun taken, en wordt gezorgd voor een optimale mobiliteit, communicatie en veiligheid. Randvoorwaarden die ook in dit hoofdstuk zijn opgenomen zijn ceremoniële en protocollaire aangelegenheden die verband houden met de traditie en het gezicht van de krijgsmacht, en het verwerven van en toezicht houden op militaire (oefen)terreinen en het aanleggen van strategische verdedigingswerken die buiten het beleidsterrein rijkshuisvesting (zie 1.2) vallen. Deze aspecten komen alle terug in de territoriale verdediging van de Nederlandse Antillen, waar zich echter ook enige specifieke aspecten voordoen met betrekking tot de militaire taken aldaar.

Taakveld II behelst de Nederlandse inbreng binnen de bondgenootschappelijke verbanden van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), de Westeuropese Unie (WEU) en aanverwante organisaties. In hoofdstuk 5 wordt de geschiedenis en opzet van deze organisaties beschreven. De toetreding van Nederland in deze organisaties had beduidende gevolgen voor de ontwikkeling van het Defensiebeleid, de taken van de krijgsmacht (die gedeeltelijk of geheel onder bondgenootschappelijk bevel werden geplaatst en soms in het buitenland werden gestationeerd) en het strategische concept van de territoriale verdediging van Nederland. De positie en taken van Nederland in de NAVO en WEU worden weergegeven, alsmede de planning in deze organisaties. De handelingen die in dit kader worden verricht vallen alle onder de algemene handelingen.

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Militaire Operatiën periode vanaf 1945 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
17-06-2005
BWB-id
BWBR0018283
Versie
2005-06-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl