wetzoeker

Uitvoeringswet verordening Europese vennootschap

Wet van 17 maart 2005 tot uitvoering van verordening (EG) Nr. 2157/2001 van de Raad van de Europese Unie van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap (SE) (Uitvoeringswet verordening Europese vennootschap)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-09-2017
Afkortingen
Uw-SE
Rechtsgebied
Ondernemingspraktijk, Vennootschapsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0018114
Versie
2017-09-01_0
SHA-256 bron
e63ce6d6fca347488de8a852c34ea6284d3c0b5d3d8c573b792c1cbfb08ad431

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (27)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17
  18. Artikel 18
  19. Artikel 19
  20. Artikel 20
  21. Artikel 21
  22. Artikel 22
  23. Artikel 23
  24. Artikel 24
  25. Artikel 25
  26. Artikel 26
  27. Artikel 27

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van de artikelen 2 tot en met 22 van deze wet wordt onder «Verordening» verstaan de Verordening (EG) nr. 2157/2001 van de Raad van de Europese Unie van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap (SE) (PbEG L 294).

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 2

Een vennootschap in de zin van artikel 2, vijfde lid, van de Verordening kan deelnemen aan de oprichting van een Europese naamloze vennootschap met statutaire zetel in Nederland.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 3

Ten behoeve van de verplaatsing van de statutaire zetel naar een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap, legt een Europese naamloze vennootschap met statutaire zetel in Nederland een voorstel tot zetelverplaatsing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Verordening neer ten kantore van het handelsregister. De Europese naamloze vennootschap kondigt in een landelijk verspreid dagblad aan dat het voorstel is neergelegd, met opgave van het handelsregister waar het voorstel ligt en van het adres waar krachtens artikel 8, vierde lid, van de Verordening van het voorstel kennis kan worden genomen.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 4

1 Een Europese naamloze vennootschap met statutaire zetel in Nederland die tot zetelverplaatsing naar een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap wil overgaan moet, op straffe van gegrondverklaring van een verzet als bedoeld in lid 2, voor iedere schuldeiser die dit verlangt zekerheid stellen of hem een andere waarborg geven voor de voldoening van zijn vordering die voor de zetelverplaatsing is ontstaan of kan ontstaan. Dit geldt niet, indien de schuldeiser voldoende waarborgen heeft of de vermogenstoestand van de vennootschap voldoende zekerheid biedt dat de vordering zal worden voldaan.

2 Tot twee maanden nadat de vennootschap de nederlegging van het voorstel tot zetelverplaatsing heeft aangekondigd kan iedere schuldeiser door indiening van een verzoek bij de rechtbank tegen het voorstel tot zetelverplaatsing in verzet komen met vermelding van de waarborg die wordt verlangd.

3 Voordat de rechter beslist, kan hij de vennootschap in de gelegenheid stellen binnen een door hem te stellen termijn een door hem omschreven waarborg te geven.

4 Indien tijdig verzet is gedaan, mag de verklaring in de zin van artikel 8, achtste lid, van de Verordening eerst worden afgegeven, zodra het verzet is ingetrokken of de opheffing van het verzet uitvoerbaar is.

5 Indien de zetelverplaatsing al heeft plaatsgevonden, kan de rechter op een ingesteld rechtsmiddel het stellen van een door hem omschreven waarborg bevelen en daaraan een dwangsom verbinden.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 5

1 De zetelverplaatsing van een Europese naamloze vennootschap met statutaire zetel in Nederland naar een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap heeft geen rechtsgevolg wanneer Onze Minister van Justitie zich daartegen verzet om redenen van algemeen belang door nederlegging van een daarop betrekking hebbende verklaring ten kantore van het handelsregister, binnen twee maanden na de aankondiging van de nederlegging van het voorstel. De verklaring in de zin van artikel 8, achtste lid, van de Verordening mag eerst worden afgegeven, zodra het verzet is ingetrokken of de opheffing van het verzet onherroepelijk is.

2 Voor de toepassing van artikel 8, veertiende lid, tweede alinea, van de Verordening is de tweede zin van het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 6

1 Als register voor de inschrijving van een Europese naamloze vennootschap met statutaire zetel in Nederland of van een Nederlandse nevenvestiging van een Europese naamloze vennootschap wordt aangewezen: het handelsregister bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007.

2 Bij inschrijving van de zetelverplaatsing van een Europese naamloze vennootschap naar Nederland wordt een notariële akte die de statuten van de vennootschap bevat en is verleden door een notaris met standplaats in Nederland neergelegd ten kantore van het handelsregister. De artikelen 65 en 69 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 7

Een vennootschap met statutaire zetel in Nederland kan niet aan de oprichting van een Europese naamloze vennootschap door fusie deelnemen wanneer Onze Minister van Justitie zich daartegen verzet om redenen van algemeen belang door nederlegging van een daarop betrekking hebbende verklaring ten kantore van het handelsregister binnen een maand na de bekendmaking van de gegevens als bedoeld in artikel 21 van de Verordening. De deelneming aan de fusie heeft eerst rechtsgevolg zodra het verzet is ingetrokken of de opheffing van het verzet onherroepelijk is.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 8

1 Voor de toepassing van artikel 32, derde lid, van de Verordening legt elke initiatief nemende vennootschap met statutaire zetel in Nederland ten kantore van het handelsregister neer:

a. het voorstel tot oprichting van een Europese naamloze vennootschap;

b. een schriftelijk verslag als bedoeld in artikel 32, vierde lid, van de Verordening.

2 Tegelijkertijd leggen de leidinggevende of de bestuursorganen de stukken neer ten kantore van de initiatief nemende vennootschap of, bij gebreke van een kantoor, aan de woonplaats van een bestuurder. De stukken liggen tot het tijdstip van de oprichting van de holding-SE ter inzage voor de aandeelhouders. In dit tijdvak kunnen zij kosteloos een afschrift daarvan krijgen.

3 Een initiatief nemende vennootschap met statutaire zetel in Nederland kondigt in een landelijk verspreid dagblad aan dat de stukken zijn neergelegd, met opgave van de openbare registers waar zij liggen en van het adres waar zij krachtens het tweede lid ter inzage liggen.

4 Indien de leidinggevende of de bestuursorganen het voorstel tot oprichting van een holding-SE wijzigen, is dit artikel van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 9

Ter uitvoering van artikel 33, derde lid, van de Verordening deponeert elke initiatief nemende vennootschap met statutaire zetel in Nederland ten kantore van het handelsregister een verklaring dat aan alle voorwaarden voor de oprichting van een Europese naamloze vennootschap is voldaan en kondigt zij de nederlegging aan in een landelijk verspreid dagblad.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 10

De naamloze vennootschap met statutaire zetel in Nederland die overeenkomstig artikel 37 van de Verordening een voorstel tot omzetting in een Europese naamloze vennootschap heeft opgesteld, legt het voorstel neer ten kantore van het handelsregister en kondigt de nederlegging aan in een landelijk verspreid dagblad.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 11

1 De benoeming van de leden van het leidinggevend orgaan geschiedt door het toezichthoudend orgaan, tenzij in de statuten is bepaald dat benoeming geschiedt door de algemene vergadering.

2 Voor de toepassing van artikel 39, tweede lid, van de Verordening zijn de artikelen 133 en 134 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing op de Europese naamloze vennootschap met statutaire zetel in Nederland.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 12

Voor de toepassing van artikel 39, derde lid, van de Verordening is artikel 134, vierde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing op de Europese naamloze vennootschap met statutaire zetel in Nederland.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 13

Het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 43 van de Verordening bestaat uit ten minste drie leden.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 14

Voor de toepassing van artikel 47, eerste lid, van de Verordening geldt dat de leden van het bestuursorgaan die overeenkomstig een onderlinge taakverdeling niet belast zijn met het uitvoerend bestuur, natuurlijke personen moeten zijn.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 15

Voor de toepassing van artikel 54 van de Verordening geldt dat de eerste algemene vergadering binnen achttien maanden na de oprichting mag plaatsvinden.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 16

Voor de toepassing van artikel 56 van de Verordening is artikel 114a van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing op een Europese naamloze vennootschap met statutaire zetel in Nederland.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 17

Voor de toepassing van artikel 59 van de Verordening geldt dat een besluit tot statutenwijziging waaromtrent bij de statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, wordt genomen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van het geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 18

Een Europese naamloze vennootschap met statutaire zetel in Nederland wordt door de rechtbank op verzoek van het Openbaar Ministerie ontbonden indien het hoofdbestuur niet in Nederland is gevestigd. Alvorens de ontbinding uit te spreken kan de rechtbank de vennootschap in de gelegenheid stellen binnen een door haar te bepalen termijn het hoofdbestuur naar Nederland te verplaatsen dan wel de statutaire zetel te verplaatsen overeenkomstig artikel 8 van de Verordening.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 19

De Europese naamloze vennootschap met statutaire zetel in Nederland die overeenkomstig artikel 66 van de Verordening een voorstel tot omzetting in een naamloze vennootschap heeft opgesteld, legt het voorstel neer ten kantore van het handelsregister en kondigt de nederlegging aan in een landelijk verspreid dagblad.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 20

Als bevoegde autoriteit in de zin van artikel 8, achtste lid, artikel 25, tweede lid, en artikel 26, eerste lid, van de Verordening wordt aangewezen: een notaris met vestigingsplaats in Nederland.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 21

Als bevoegde autoriteit in de zin van artikel 55, derde lid, van de Verordening wordt aangewezen: de voorzieningenrechter van de rechtbank.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 22

Als bevoegde autoriteit in de zin van artikel 64, vierde lid, van de Verordening wordt aangewezen: het hoofd van het ressortsparket.

Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten

Artikel 23

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2.

Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten

Artikel 24

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten

Artikel 25

Wijzigt de Handelsregisterwet 1996.

Hoofdstuk 3 — Slotbepalingen

Artikel 26

Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet verordening Europese vennootschap.

Hoofdstuk 3 — Slotbepalingen

Artikel 27

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.