wetzoeker

Artikel 57 Zaaizaad- en plantgoedwet 2005

De rechten en verplichtingen van de houder van een kwekersrecht

1 De houder van een kwekersrecht op een ras heeft het uitsluitend recht teeltmateriaal van dat ras voort te brengen of verder te vermeerderen, ten behoeve van de vermeerdering te behandelen, in de handel te brengen, uit te voeren, in te voeren, voor een van deze doeleinden in voorraad te hebben alsmede deze handelingen te doen verrichten.

2 Het is aan anderen dan de houder van het kwekersrecht verboden de in het eerste lid genoemde handelingen te verrichten. Dit verbod geldt niet indien bij of krachtens deze wet of door de houder van het kwekersrecht daarvoor toestemming is verleend.

3 Het verbod is niet van toepassing op:

a. handelingen die in de privé-sfeer en niet bedrijfsmatig worden verricht;

b. handelingen die uitsluitend worden verricht ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek;

c. handelingen die worden verricht voor het kweken van andere rassen.

4 Het uitsluitend recht is tevens van toepassing op handelingen met betrekking tot geoogst materiaal van het ras, planten en plantendelen daaronder begrepen, dat is verkregen door gebruik van teeltmateriaal waarvoor geen toestemming is verleend, tenzij de houder van het kwekersrecht redelijkerwijs zijn recht met betrekking tot het teeltmateriaal had kunnen uitoefenen.

5 Het uitsluitend recht is tevens van toepassing op handelingen met betrekking tot producten die rechtstreeks zijn vervaardigd met gebruikmaking van geoogst materiaal van het ras waarvoor geen toestemming is verleend, tenzij de houder van het kwekersrecht redelijkerwijs zijn recht met betrekking tot het geoogste materiaal had kunnen uitoefenen.

Regeling
Zaaizaad- en plantgoedwet 2005
Afkortingen
ZPW
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0018040
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl