wetzoeker

Artikel 54 Zaaizaad- en plantgoedwet 2005

De aanspraak op verlening van kwekersrecht

1 Een kweker die in een andere Unie-staat overeenkomstig de geldende voorschriften een aanvraag tot verlening van kwekersrecht heeft ingediend, geniet ter verkrijging van kwekersrecht in Nederland voor hetzelfde ras een recht van voorrang, mits:

a. binnen twaalf maanden na het indienen van de aanvraag in de desbetreffende Unie-staat, de dag van de aanvraag niet meegerekend, in Nederland een voorlopige aanvraag wordt ingediend waarbij een schriftelijk beroep wordt gedaan op het recht van voorrang;

b. binnen drie maanden na de indiening van de voorlopige aanvraag een door de bevoegde autoriteit van de desbetreffende Unie-staat gewaarmerkt afschrift van de aldaar ingediende stukken wordt overgelegd; en

c. binnen twee jaren na afloop van de onder a genoemde termijn een volledige aanvraag als bedoeld in artikel 55 wordt ingediend.

2 De voorrang houdt in, dat in afwijking in zoverre van de artikelen 49 tot en met 53, op een overeenkomstig het tweede lid, onderdeel c, in Nederland ingediende aanvraag niet van invloed is wat in de tijd gelegen tussen de indiening van de aanvraag in het andere land en de voorlopige aanvraag is geschied, en in het bijzonder niet de indiening van een aanvraag door een ander of het in de handel brengen van teeltmateriaal van het ras.

Regeling
Zaaizaad- en plantgoedwet 2005
Afkortingen
ZPW
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0018040
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl