wetzoeker

Artikel 17 Besluit financiering rechtspraak 2005

Vermogen en verrekening van productieverschillen

1 Het eigen vermogen van de rechtspraak wordt bepaald door de som te nemen van de eigen vermogens van de gerechten en onder de Raad ressorterende diensten, bedoeld in de artikelen 36 en 39, tweede lid, en het eigen vermogen van de Raad zelf, bedoeld in artikel 18.

2 In de balans kunnen onder het eigen vermogen van de rechtspraak slechts worden opgenomen:

a. een exploitatiereserve;

b. een verplichte reserve, dat wil zeggen een reserve als bedoeld in artikel 2:365 BW, tweede lid, in samenhang met het eerste lid, onderdeel b, van dat artikel en artikel 2:390 BW;

c. het onverdeelde resultaat.

3 Het totaal van de exploitatiereserve en het onverdeeld resultaat van de rechtspraak bedraagt ten hoogste 5% van de gemiddelde jaarlijkse baten van de rechtspraak, berekend over de laatste drie jaar.

4 Het eigen vermogen van de rechtspraak is minimaal nul.

5 Een positief exploitatieresultaat van de rechtspraak komt tot de in het derde lid bedoelde grens ten goede aan de exploitatiereserve van de rechtspraak. Het meerdere keert de Raad uit aan Onze Minister.

6 Een negatief exploitatieresultaat van de rechtspraak komt ten laste van de exploitatiereserve van de rechtspraak. In het uitzonderlijke geval dat dit leidt tot een negatief vermogen wordt dit aangezuiverd door Onze Minister en vindt overleg plaats over te nemen maatregelen als bedoeld in artikel 21.

7 Voor het tegen een financiële vergoeding verrichten van activiteiten die niet in een wettelijke regeling aan de rechtspraak zijn opgedragen voor anderen dan Onze Minister, behoeft de Raad de instemming van Onze Minister.

Regeling
Besluit financiering rechtspraak 2005
Afkortingen
Bfr 2005
Soort
AMvB
Geldend vanaf
11-02-2005
BWB-id
BWBR0017975
Versie
2005-02-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl