wetzoeker

Rijkswet houdende wijziging Schepenwet in verband met totstandkoming Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid en invoering nieuwe regeling tuchtrechtspraak voor zeescheepvaart

Rijkswet van 20 januari 2005, houdende wijziging van de Schepenwet in verband met de totstandkoming van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid en de invoering van een nieuwe regeling van tuchtrechtspraak voor de zeescheepvaart

Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-01-2010
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0017928
Versie
2010-01-01_0
SHA-256 bron
010a72acf8191a5fb17bcf82857bf5bb5bc3dd89b178c9fe14047ab58ab3c599

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV

Artikel I

Wijzigt de Schepenwet.

Artikel II

1 Beroepen, ingesteld op grond van artikel 18 van de Schepenwet, waarin voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, nog geen uitspraak is gedaan, worden afgehandeld door de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart of, indien het beroep een beslissing van een ambtenaar in de Nederlandse Antillen of Aruba betreft, door de voorzitter van de Commissie van Onderzoek.

2 Ten aanzien van beroepen als bedoeld in het eerste lid blijven de bij of krachtens de artikelen 18 tot en met 22 van de Schepenwet gestelde regels, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van kracht.

Artikel III

1 Onderzoeken naar de oorzaken van plaats gehad hebbende scheepsrampen, die door de Raad voor de Scheepvaart zijn ingesteld maar nog niet zijn afgesloten voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen D en F, worden door de Raad voor de Scheepvaart afgehandeld, tenzij de voorzitter van de Raad nog geen zittingsdatum voor het onderzoek heeft vastgesteld, in welk geval het onderzoek verder als een onderzoek naar een voorval waarbij een zeeschip is betrokken, door de Onderzoeksraad voor veiligheid wordt behandeld.

2 Ten aanzien van door de Raad voor de Scheepvaart af te handelen onderzoeken blijven de bij en krachtens de hoofdstukken III, IV en V en de artikelen 56 en 70 van de Schepenwet gestelde regels, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen D en F, van kracht.

Artikel IV

Deze rijkswet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan en voor de landen van het Koninkrijk verschillend kan worden vastgesteld.