wetzoeker

Besluit handel in emissierechten

Besluit van 17 december 2004, houdende regels ten behoeve van de implementatie van richtlijn nr. 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PbEU L 275) (Besluit handel in emissierechten)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2026
Rechtsgebied
Milieurecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0017779
Versie
2026-01-01_0
SHA-256 bron
1705c1098965d80d45b6e9cad6041d7d4ed5570f61f8e809a4c75497f9f5318d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (40)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 1a
  3. Artikel 2
  4. Artikel 3
  5. Artikel 4
  6. Artikel 5
  7. Artikel 6
  8. Artikel 7
  9. Artikel 8
  10. Artikel 9
  11. Artikel 10
  12. Artikel 11
  13. Artikel 12
  14. Artikel 12a
  15. Artikel 12b
  16. Artikel 12c
  17. Artikel 12d
  18. Artikel 12e
  19. Artikel 12f
  20. Artikel 12g
  21. Artikel 12h
  22. Artikel 13
  23. Artikel 13
  24. Artikel 13a
  25. Artikel 13b
  26. Artikel 14
  27. Artikel 14a
  28. Artikel 14b
  29. Artikel 15
  30. Artikel 16
  31. Artikel 17
  32. Artikel 18
  33. Artikel 19
  34. Artikel 20
  35. Artikel 21
  36. Artikel 22
  37. Bijlage I — behorende bij het Besluit handel in emissierechten
  38. Bijlage II — behorende bij het Besluit handel in emissierechten
  39. Bijlage III — behorende bij het Besluit handel in emissierechten
  40. Bijlage IV — behorende bij het Besluit handel in emissierechten

Hoofdstuk 1 — Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

accreditatie-instantie: nationale accreditatie-instantie, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en marktoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PbEU L 218);

brandstof: gasvormige, vloeibare of vaste stof, met inbegrip van alle daaraan toegevoegde stoffen, dienende voor verbranding;

CEN-norm: norm die door het CEN, het Europese Comité voor Standaardisatie, is vastgesteld;

CO2: kooldioxide;

N2O: distikstofoxide (lachgas);

verbrandingseenheid: vaste technische eenheid waarin activiteiten als bedoeld in artikel 3, onder t, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten plaatsvinden;

wet: Wet milieubeheer.

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.1 — Broeikasgasinstallaties

Artikel 1a

Deze paragraaf heeft het toepassingsgebied van afdeling 16.2.1 van de wet.

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.1 — Broeikasgasinstallaties

Artikel 2

1 Als categorieën van activiteiten als bedoeld in artikel 16.1, tweede lid, van de wet worden aangewezen:

a. de categorieën van activiteiten die in de bij dit besluit behorende bijlage I zijn genoemd en de daar genoemde broeikasgassen;

b. op grond van artikel 24 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten opgenomen:

1°. combinaties van activiteiten en broeikasgassen alsmede

2°. combinaties van broeikasgasinstallaties en broeikasgassen,

met ingang van de in de beschikking van de Europese Commissie tot goedkeuring van die opneming genoemde datum.

2 De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder a, heeft geen betrekking op activiteiten, indien:

a. de betreffende drempelwaarde, genoemd in bijlage I, niet wordt overschreden;

b. de broeikasgasinstallatie waarin de activiteiten worden verricht, bestemd is voor het verbranden van gevaarlijke afvalstoffen;

c. de broeikasgasinstallatie waarin de activiteiten worden verricht, bestemd is voor onderzoek, ontwikkeling of beproeving van nieuwe processen of producten;

d. de totale broeikasgasemissies van de broeikasgasinstallatie in de voorgaande desbetreffende periode van vijf jaar als bedoeld in artikel 11, eerste lid, tweede alinea, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten gemiddeld voor meer dan 95% uit emissies bestaat die het gevolg is van de verbranding van biomassa die voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria;

e. zich in de broeikasgasinstallatie waarin de activiteiten worden verricht, een reserve, achtervang of parallelle eenheid bevindt die niet gelijktijdig in werking kan zijn met andere eenheden en:

1°. de drempelwaarde, genoemd in bijlage I, niet wordt overschreden, als de activiteiten die plaatsvinden in de reserve, achtervang of parallelle eenheid van een broeikasgasinstallatie niet worden meegeteld;

2°. er een technische restrictie is waardoor de reserve, achtervang of parallelle eenheid niet tegelijkertijd in werking kan zijn met andere eenheden en de drempelwaarden, genoemd in bijlage 1, op geen enkel moment kunnen worden overschreden;

3°. de technische restrictie, bedoeld onder 2°, gemeld is aan het bestuur van de emissieautoriteit, en

4°. voldaan wordt aan de bij ministeriële regeling gestelde regels;

f. de broeikasgasinstallatie op grond van artikel 27bis van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten op verzoek van de exploitant van de broeikasgasinstallatie is uitgesloten van het systeem van handel in broeikasgasemissierechten en minder dan 2500 ton CO2-equivalenten aan emissies heeft gerapporteerd aan het bestuur van de emissieautoriteit, uitgezonderd emissies van biomassa, in elk van de drie jaren voorafgaand aan het moment van aanmelding bij de Europese Commissie en voldaan wordt aan de bij ministeriële regeling gestelde regels.

3 De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder a, heeft geen betrekking op activiteiten binnen:

a. een verbrandingseenheid die uitsluitend bedoeld is voor de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen;

b. een eenheid voor onderzoek, ontwikkeling of het testen van nieuwe producten of processen.

4 Indien in een broeikasgasinstallatie meerdere activiteiten als genoemd in de bij dit besluit behorende bijlage I worden uitgeoefend, blijft bij de toepassing van het eerste lid, onder a, de activiteit met een drempelwaarde uitgedrukt in totaal nominaal thermisch ingangsvermogen buiten beschouwing, indien de drempelwaarde van de andere activiteit of activiteiten is uitgedrukt in een ander criterium dan totaal nominaal thermisch ingangsvermogen en deze drempelwaarde wordt bereikt of overschreden.

5 Indien een broeikasgasinstallatie op grond van artikel 27 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten is uitgesloten van het systeem van handel in broeikasgasemissierechten, ziet de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot de betrokken handelsperiode niet op activiteiten die in de broeikasgasinstallatie worden verricht.

6 Indien een broeikasgasinstallatie, die als gevolg van de exploitatie van verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW onder het toepassingsgebied van het Europese emissiehandelssysteem valt, haar productieprocessen wijzigt om haar broeikasgasemissies te verminderen en niet langer aan die drempel voldoet, kan de exploitant van de broeikasgasinstallatie het bestuur van de emissieautoriteit verzoeken om de broeikasgasinstallatie alleen tot het einde van de huidige of ook de volgende periode van vijf jaar als bedoeld in artikel 11 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten na de wijziging van de productieprocessen binnen het toepassingsgebied te laten vallen van afdeling 16.2.1 van de wet.

7 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop het verzoek, bedoeld in het zesde lid, kan worden gedaan.

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.1 — Broeikasgasinstallaties

Artikel 3

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.1 — Broeikasgasinstallaties

Artikel 4

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.1 — Broeikasgasinstallaties

Artikel 5

1 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 16.5, en de aanvraag krachtens artikel 16.20a, eerste lid, van de wet moeten geschieden, de gegevens en de bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag, en de wijze waarop die gegevens moeten worden verkregen. Bij de aanvraag om een vergunning wordt een monitoringsplan ingediend.

2 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat in daarbij aangegeven gevallen en met inachtneming van bij die regeling te stellen eisen:

a. bij het bepalen van de jaarvracht van een broeikasgasinstallatie tevens rekening wordt gehouden met emissies van een met betrekking tot die activiteit aangeduid broeikasgas, die worden veroorzaakt door activiteiten die in de broeikasgasinstallatie worden verricht en die behoren tot een categorie van activiteiten die in de bij dit besluit behorende bijlage I is genoemd, indien de bron van die emissies zich buiten de broeikasgasinstallatie bevindt;

b. bij het bepalen van de jaarvracht van een broeikasgasinstallatie geen rekening wordt gehouden met emissies van een met betrekking tot die activiteit aangeduid broeikasgas, die worden veroorzaakt door activiteiten die in de broeikasgasinstallatie worden verricht en die behoren tot een categorie van activiteiten die in de bij dit besluit behorende bijlage I is genoemd, indien de bron van die emissies zich buiten de broeikasgasinstallatie bevindt;

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.1 — Broeikasgasinstallaties

Artikel 6

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.1 — Broeikasgasinstallaties

Artikel 7

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.1 — Broeikasgasinstallaties

Artikel 8

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.1 — Broeikasgasinstallaties

Artikel 9

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.1 — Broeikasgasinstallaties

Artikel 10

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.1 — Broeikasgasinstallaties

Artikel 11

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.1 — Broeikasgasinstallaties

Artikel 12

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.1 — Broeikasgasinstallaties

Artikel 12a

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.2 — Luchtvaartactiviteiten en maritiem vervoer

Artikel 12b

Deze paragraaf heeft het toepassingsgebied van afdeling 16.2.2 van de wet.

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.2 — Luchtvaartactiviteiten en maritiem vervoer

Artikel 12c

Als broeikasgas, veroorzaakt door luchtvaartactiviteiten, als bedoeld in artikel 16.39a, eerste lid, onder d, van de wet, wordt CO2 aangewezen.

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.2 — Luchtvaartactiviteiten en maritiem vervoer

Artikel 12d

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.2 — Luchtvaartactiviteiten en maritiem vervoer

Artikel 12e

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.2 — Luchtvaartactiviteiten en maritiem vervoer

Artikel 12f

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.2 — Luchtvaartactiviteiten en maritiem vervoer

Artikel 12g

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.2 — Luchtvaartactiviteiten en maritiem vervoer

Artikel 12h

1 Als broeikasgas veroorzaakt door maritiem vervoer als bedoeld in artikel 16.39a, eerste lid, onder d, van de wet, wordt CO2 aangewezen.

2 Vanaf 1 januari 2026 worden in aanvulling op het eerste lid, als broeikasgassen veroorzaakt door maritiem vervoer als bedoeld in artikel 16.39a, eerste lid, onder d, van de wet, CH4 en N2O aangewezen.

Hoofdstuk 2 — Broeikasgasemissies › Paragraaf 2.3 — Gereglementeerde entiteiten

Artikel 13

Als gereglementeerde activiteit als bedoeld in artikel 16.1, eerste lid, van de wet wordt aangewezen de activiteit die in de bij dit besluit behorende bijlage II is genoemd.

Hoofdstuk 3 — Emissies van stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Artikel 13

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Emissies van stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Artikel 13a

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Emissies van stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Artikel 13b

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Emissies van stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Artikel 14

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Emissies van stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Artikel 14a

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Emissies van stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Artikel 14b

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Emissies van stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Artikel 15

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Emissies van stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Artikel 16

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Emissies van stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Artikel 17

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Emissies van stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Artikel 18

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Emissies van stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Artikel 19

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Emissies van stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Artikel 20

Vervallen

Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen

Artikel 21

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.

Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen

Artikel 22

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit handel in emissierechten.

Bijlage I — behorende bij het Besluit handel in emissierechten

Bijlage I — behorende bij het Besluit handel in emissierechten

Categorieën van activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a:

Activiteiten | Broeikasgassen

Categorie A

1. Verbranden van brandstof in verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 megawatt per broeikasgasinstallatie en verbranden van brandstoffen in installaties voor de verbranding van stedelijk afval met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 megawatt per broeikasgasinstallatie | CO2

2. Raffinage van olie waarbij verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 megawatt worden gebruikt | CO2

3. Productie van cokes | CO2

Categorie B

4. Roosteren en sinteren, met inbegrip van pelletiseren, van ertsen (met inbegrip van zwavelhoudend erts) | CO2

5. Productie van ijzer of staal (primaire of secundaire smelting) inclusief continugieten, met een capaciteit van meer dan 2,5 ton per uur | CO2

6. Productie of bewerking van ferrometalen (inclusief ferrolegeringen) waarbij verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 megawatt worden gebruikt. Onder bewerking wordt onder andere verstaan: behandeling in een walserij, herverhitter, gloeioven, smederij of gieterij dan wel coating of beitsen | CO2

7. Productie van primair aluminium of aluminiumoxide | CO2 en perfluorkoolwaterstoffen

8. Productie van secundair aluminium waarbij verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 megawatt worden gebruikt | CO2

9. Productie of bewerking van non-ferrometalen, met inbegrip van de productie van legeringen, raffinage, gieterijen en dergelijke, waarbij verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen (met inbegrip van brandstoffen die als reductoren worden ingezet) van meer dan 20 megawatt worden gebruikt | CO2

Categorie C

10. Productie van cementklinkers in draaiovens met een productiecapaciteit van meer dan 500 ton per dag of in andere ovens met een productiecapaciteit van meer dan 50 ton per dag | CO2

11. Productie van kalk of het calcineren van dolomiet of magnesiet in draaiovens of in andere ovens met een productiecapaciteit van meer dan 50 ton per dag | CO2

12. Fabricage van glas, met inbegrip van de fabricage van glasvezels, met een smeltcapaciteit van meer dan 20 ton per dag | CO2

13. Fabricage van keramische producten door middel van verhitting, met name dakpannen, bakstenen, vuurvaste stenen, tegels, aardewerk of porselein, met een productiecapaciteit van meer dan 75 ton per dag | CO2

14. Fabricage van isolatiemateriaal uit minerale wol met gebruikmaking van glas, steen of slakken met een smeltcapaciteit van meer dan 20 ton per dag | CO2

15. Drogen of calcineren van gips of het produceren van gipsplaten en andere gipsproducten, met een productiecapaciteit van gecalcineerd gips of droog secundair gips van meer dan 20 ton per dag | CO2

Categorie D

16. Productie van pulp uit hout of andere vezelhoudende materialen | CO2

17. Productie van papier of karton met een productiecapaciteit van meer dan 20 ton per dag | CO2

18. Productie van roet waarbij organische stoffen zoals olie, teer en kraak- en destillatieresiduen worden verkoold, met een productiecapaciteit van meer dan 50 ton per dag | CO2

19. Productie van salpeterzuur | CO2 en N2O

20. Productie van adipinezuur | CO2 en N2O

21. Productie van glyoxal en glyoxylzuur | CO2 en N2O

22. Productie van ammoniak | CO2

23. Productie van organische bulkchemicaliën door kraken, reforming, gedeeltelijke of volledige oxidatie of vergelijkbare processen, met een productiecapaciteit van meer dan 100 ton per dag | CO2

24. Productie van waterstof (H2) en synthesegas met een productiecapaciteit van meer dan 5 ton per dag | CO2

25. Productie van natriumcarbonaat (Na2CO3) en natriumbicarbonaat (NaHCO3) | CO2

26. Afvangen van broeikasgassen van broeikasgasinstallaties die onder de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vallen met het oog op transport en geologische opslag op een opslaglocatie als bedoeld in artikel 3, onder 3, van richtlijn nr. 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 140) waarvoor krachtens hoofdstuk 3 van die richtlijn vergunning is verleend | CO2

27. Transport van broeikasgassen voor geologische opslag in een opslaglocatie waarvoor krachtens Richtlijn 2009/31/EG een vergunning is verleend, met uitzondering van de emissies die onder een andere activiteit uit hoofde van deze richtlijn vallen | CO2

28. Geologische opslag van broeikasgassen in een opslaglocatie als bedoeld onder 26 | CO2

Samentelregel:

Voor het bepalen of het totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van een broeikasgasinstallatie meer dan 20 megawatt thermisch bedraagt, worden eenheden met een vermogen van minder dan 3 megawatt thermisch buiten beschouwing gelaten.

Bijlage II — behorende bij het Besluit handel in emissierechten

Bijlage II — behorende bij het Besluit handel in emissierechten

Activiteit: | Broeikasgassen

Uitslag tot verbruik van brandstoffen die worden gebruikt voor verbranding in de gebouwensector, de wegvervoerssector, aanvullende sectoren en uitbreidingssectoren. Buiten deze activiteit vallen: a. de uitslag tot verbruik van brandstoffen die worden gebruikt bij de in bijlage I opgesomde activiteiten, behalve wanneer zij worden gebruikt voor verbranding bij de activiteiten voor het vervoer van broeikasgassen voor geologische opslag als opgenomen in de tabel, rij zevenentwintig, van die bijlage of wanneer zij worden gebruikt voor verbranding in installaties die worden uitgezonderd krachtens artikel 27 bis van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten; b. de uitslag tot verbruik van brandstoffen waarvoor de emissiefactor nul is; c. de uitslag tot verbruik van gevaarlijk of stedelijk afval dat als brandstof wordt gebruikt. | CO2

De gebouwensector en de wegvervoerssector komen overeen met de volgende emissiebronnen, zoals gedefinieerd in de IPCC-richtsnoeren inzake nationale broeikasgasinventarissen van 2006, met de hiernavolgende noodzakelijke wijzigingen van die definities: a. Warmtekrachtkoppeling (WKK) (broncategoriecode 1A1a ii) en warmtecentrales (broncategoriecode 1A1a iii), voor zover zij warmte produceren voor de in punten c) en d) van deze alinea genoemde categorieën, hetzij rechtstreeks, hetzij via stadsverwarmingsnetten; b. Wegvervoer (broncategoriecode 1A3b), met uitzondering van het gebruik van landbouwvoertuigen op verharde wegen; c. Commercieel / Institutioneel (broncategoriecode 1A4a); d. Voor bewoning bestemd (broncategoriecode 1A4b).

Aanvullende sectoren komen overeen met de volgende emissiebronnen, zoals gedefinieerd in de IPCC-richtsnoeren inzake nationale broeikasgasinventarissen van 2006: a. Energie-industrieën (broncategoriecode 1A1), met uitzondering van de in de tweede alinea, punt a), van deze bijlage gedefinieerde categorieën; b. Be- en verwerkende industrie en bouw (broncategoriecode 1A2).

Uitbreidingssectoren komen overeen met de volgende emissiebronnen, zoals gedefinieerd in de IPCC-richtsnoeren inzake nationale broeikasgasinventarissen van 2006, met de hiernavolgende noodzakelijke wijzigingen van die definities: a. Landbouwvoertuigen op verharde wegen (onderdeel van broncategoriecode 1A3b); b. Spoorwegen (broncategoriecode 1A3c); c. Vervoer over water (broncategoriecode 1A3d), voor zover dit betrekking heeft op vervoer over de binnenwateren; d. Overig transport (broncategoriecode 1A3e); e. Stationaire land- en bosbouw (broncategoriecode 1A4ci), met uitzondering van glastuinbouw; f. Terreinvoertuigen en andere machines in de land- en bosbouw (broncategoriecode 1A4cii); g. Overig (broncategoriecode 1A5), voor zover dit betrekking heeft op militaire brandstoffen die niet ingezet worden in bilaterale of multilaterale operaties en samenwerking, en nationale operaties.

Bijlage III — behorende bij het Besluit handel in emissierechten

Bijlage III — behorende bij het Besluit handel in emissierechten

Vervallen

Bijlage IV — behorende bij het Besluit handel in emissierechten

Bijlage IV — behorende bij het Besluit handel in emissierechten

Vervallen