wetzoeker

Regeling hoofdspoorweginfrastructuur

Regeling houdende vaststelling van eisen ten aanzien van inrichting, uitrusting en technische eigenschappen van de hoofdspoorweginfrastructuur en het onderhoud daarvan (Regeling hoofdspoorweginfrastructuur)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2012
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0017712
Versie
2012-04-01_0
SHA-256 bron
ca0f9c2131b12ef6d275b38d1ec8a13cc6d5926971a7a91777724c876dc10f2d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (15)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Bijlage 1
  9. Bijlage 2
  10. Bijlage 3
  11. Bijlage 4
  12. Bijlage 5
  13. Bijlage 6
  14. Bijlage 7
  15. Bijlage 8

§ 1 — Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

actief beveiligde overweg: spoorwegovergang die voorzien is van een treinaankondigingsinstallatie;

bewaakte overweg: actief beveiligde spoorwegovergang waarbij de daarnaar toe leidende seinen pas uit de stand ‘stop’ kunnen komen als de overwegbomen gesloten zijn;

wet: Spoorwegwet.

§ 2 — Algemene kenmerken

Artikel 2

1 Behoudens hoofdspoorwegen waarover minder dan eenmaal per week een spoorvoertuig rijdt, zijn openbare niet-actief beveiligde overwegen voorzien van:

a. ten minste aan de rechterzijde van de weg geplaatste Andreaskruisen volgens model J12 of J13 van bijlage 1, van het RVV 1990;

b. aan weerszijden van de weg geplaatste schrikhekken.

§ 2 — Algemene kenmerken

Artikel 3

1 Openbare actief beveiligde overwegen zijn naast de in artikel 10 genoemde inrichting, tevens voorzien van:

a. een tenminste aan de rechterzijde van de weg geplaatst knipperend rood of wit licht;

b. bellen;

c. aan weerszijden van de weg geplaatste informatieborden.

2 De in het eerste lid genoemde overwegen kunnen tevens voorzien zijn van overwegbomen, waarvan de werking en inrichting zodanig is dat weggebruikers de overweg op een veilige manier kunnen verlaten of zich veilig kunnen opstellen.

3 De in het tweede lid genoemde overwegbomen zijn:

a. ter hoogte van de rijbaan voorzien van verlichting en reflectiemateriaal;

b. ter hoogte van brom-/fietspaden en voetpaden voorzien van reflectiemateriaal.

§ 2 — Algemene kenmerken

Artikel 4

1 Openbare bewaakte overwegen zijn naast de in artikel 10 genoemde inrichting tevens voorzien van:

a. een ten minste aan de rechterzijde van de weg geplaatst knipperend rood licht;

b. overwegbomen die de overweg voor het wegverkeer afsluiten met daaraan gemonteerd hangwerk die het betreden van de overweg onmogelijk maakt;

2 In de inrichting van de in het eerste lid genoemde overwegen is een technische schakeling aanwezig waardoor het sein, dat het rijden over de overweg toestaat, niet eerder kan worden bediend dan nadat de overwegbomen zijn gesloten.

§ 2 — Algemene kenmerken

Artikel 5

Hoofdspoorweginfrastructuur is buiten overwegen voorzien van een afscherming waarvan de inrichting wordt vormgegeven op basis van een door de beheerder opgestelde locatiespecifieke risico-analyse.

§ 3 — De spoorbaan

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit spoorweginfrastructuur in werking treedt.

§ 3 — De spoorbaan

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling hoofdspoorweginfrastructuur.

Bijlage 1

Bijlage 1

Vervallen

Bijlage 2

Bijlage 2

Vervallen

Bijlage 3

Bijlage 3

Vervallen

Bijlage 4

Bijlage 4

Vervallen

Bijlage 5

Bijlage 5

Vervallen

Bijlage 6

Bijlage 6

Vervallen

Bijlage 7

Bijlage 7

Vervallen

Bijlage 8

Bijlage 8

Vervallen