wetzoeker

Artikel 41 Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid

Het onderzoek

1 De raad beslist of een onderzoek wordt ingesteld, onverminderd het bepaalde op grond van artikel 5.

2 De voorzitter van de raad kan beslissen dat, vooruitlopend op de beslissing van de raad, bedoeld in het eerste lid, reeds voorlopig een onderzoek wordt ingesteld. De voorzitter van de raad kan aan een ander lid van de raad of de algemeen secretaris de bevoegdheid verlenen om namens hem deze beslissing te nemen.

3 De beslissing tot het instellen van een onderzoek of een voorlopig onderzoek wordt genomen binnen vijf dagen, te rekenen vanaf de dag van het voorval. Dit geldt niet:

a. in geval een voorval in samenhang met andere voorvallen wordt onderzocht;

b. indien naderhand blijkt van feiten of omstandigheden die alsnog een onderzoek rechtvaardigen;

c. indien het onderzoek uitsluitend het omgaan met de gevolgen van een voorval betreft.

4 De raad stelt Onze Minister wie het aangaat, alsmede in voorkomende gevallen het bestuur van een provincie of gemeente of het bestuur van het openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba in kennis van het instellen van een onderzoek.

Regeling
Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-05-2022
BWB-id
BWBR0017613
Versie
2022-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl