wetzoeker

Negende wijzigingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement

Besluit van 17 november 2004, houdende wijziging van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement en het Binnenvaartpolitiereglement in verband met enkele technische aanpassingen, de verbetering van de systematiek, de presentatie en de redactie (Negende wijzigingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-12-2004
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0017534
Versie
2004-12-01_0
SHA-256 bron
a04bc1e5395d116c18ad682fb8fd3eb9711ec975895144fa413914c4d9f55a53

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII

Artikel I

Wijzigt het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel II

Wijzigt het bij het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement behorende Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel III

A

Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling typegoedkeuring navigatielantaarns binnenvaart 1993, op artikel 4, eerste lid, van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement en op artikel 1.01, onderdeel C, 3° en 4°, van het Binnenvaartpolitiereglement.

B

Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995 op artikel 13, eerste lid, van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer en op artikel 8.06, eerste en tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglement.

C

Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling radarinstallaties en bochtaanwijzers 1995 op artikel 4, eerste, tweede en derde lid, van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement en op de artikelen 6 en 19 van het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen.

D

Na de inwerkingtreding van dit besluit berust het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 26 juli 1985, RRV 28332 (Stcrt. 1985, 148), op artikel 6.28b, eerste lid, onderdeel b, van het Binnenvaartpolitiereglement.

E

Na de inwerkingtreding van dit besluit berust een op grond van artikel 4A.01, zesde, respectievelijk zevende lid, verleende ontheffing, op artikel 4.05, zesde, respectievelijk zevende lid, van het Binnenvaartpolitiereglement.

F

Na de inwerkingtreding van dit besluit berust een bestemming van een ligplaats als bedoeld in artikel 6.31, derde lid, op artikel 6.31, eerste lid, van het Binnenvaartpolitiereglement.

G

Na de inwerkingtreding van dit besluit berust een op grond van artikel 6.32, tweede lid, verleende ontheffing voor een niet-vrijvarende veerpont, op artikel 6.32, eerste lid, van het Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel IV

Wijzigt het Besluit uitzonderingen oorlogsschepen Scheepvaartverkeerswet.

Artikel V

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 december 2004.

Artikel VI

Artikel III, de onderdelen A en C, van het Besluit van 27 augustus 2004, houdende wijziging van enige algemene maatregelen van bestuur in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PbEG L 208) (Stb. 437), treedt in werking direct na het tijdstip van inwerkingtreding van het Negende wijzigingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel VII

De teksten van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement en van het Binnenvaartpolitiereglement worden in het Staatsblad geplaatst.

Artikel VIII

Dit besluit wordt aangehaald als: Negende wijzigingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement.