wetzoeker

2. Hoofdlijnen van het handelen op het terrein van het arbeidsvoorzieningsbeleid Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen op het beleidsterrein Arbeidsvoorzieningenbeleid over de periode vanaf 1945 (Ministerie van OCW)

Het arbeidsvoorzieningsbeleid is gericht op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt en beoogt de inpassing van beroepsbeoefenaren in het arbeidsproces, waarbij zo goed mogelijk wordt voorzien in de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften van het bedrijfsleven. Hierbij streeft men naar een doelmatige en rechtvaardige allocatie op de arbeidsmarkt. Doelmatigheid wil hierbij zeggen dat met een goed functionerende arbeidsmarkt een bijdrage wordt geleverd aan de versterking van de economische structuur en aan de bevordering van de economische groei; met rechtvaardigheid wordt bedoeld dat de positie van zwak arbeidsaanbod wordt versterkt. De arbeidsvoorzieningsinstrumenten kunnen daarom zowel vraag- als aanbodsgericht zijn, maar beogen in eerste instantie de werknemer (de aanbieder) geschikt te maken of te houden voor de arbeidsmarkt, waarvan in tweede instantie de werkgever (de vrager) meeprofiteert.

Het instrumentarium kan worden gegroepeerd in vier hoofdcategorieën:

1. arbeidsbemiddeling, eventueel met behulp van beroepskeuzevoorlichting en de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten;

2. vergroting van de geografische en functionele arbeidsmobiliteit, met als bijzondere instrumenten de bevordering van emigratie en het in dienst nemen van buitenlandse werknemers;

3. plaatsingsregulering om de kansen van personen met een zwakke positie op de arbeidsmarkt te vergroten;

4. werkgelegenheidsverruiming en plaatsingsbevordering, waarbij gedacht kan worden aan het scheppen van aanvullende werkgelegenheid en de sociale werkvoorziening.

In de periode kort na de oorlog lag het zwaartepunt van het arbeidsvoorzieningsbeleid bij de voorzieningen ter bestrijding van de werkloosheid. Hierbij waren de arbeidsbemiddeling, scholing en tewerkstelling van werklozen (op projecten van aanvullende werkgelegenheid) de voornaamste instrumenten. Later verschoof het accent naar voorzieningen die tot doel hadden het ontstaan van werkloosheid zoveel mogelijk te voorkómen. Met een medische metafoor werd deze wijziging aangeduid als de overgang van curatief naar preventief beleid. De instrumenten hiertoe waren beroepskeuzevoorlichting en scholingsfaciliteiten.

Per 1 januari 1991 trad de Arbeidsvoorzieningswet in werking en werd de zorg voor het beleidsterrein ‘arbeidsvoorziening’ opgedragen aan het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening (CBA).

De beschreven handelingen vinden voor een aanzienlijk deel hun basis in de wet- en regelgeving en de verschillende beleidsdocumenten, zoals rapporten, nota’s en werkplannen. Aanvullende informatie is verkregen uit gesprekken met en opmerkingen van medewerkers van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen op het beleidsterrein Arbeidsvoorzieningenbeleid over de periode vanaf 1945 (Ministerie van OCW)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
15-01-2005
BWB-id
BWBR0017512
Versie
2005-01-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl